‘Chinezen niet gebaat bij dominee’

De Nederlandse delegatie helpt Chinezen beter met handel dan met kritiek, volgens Eric A. Posner, mensenrechtenspecialist.

Foto links: KIPPA. Rechts: ANP

Koning Willem-Alexander doet er goed aan de mensenrechten niet ter sprake te brengen tijdens het staatsbezoek aan China, dat zondag begint. De Amerikaanse mensenrechtenspecialist Eric A. Posner vindt in dit geval de koopman moreel superieur aan de dominee. In zijn spraakmakende boek uit 2014 The Twilight of Human Rights Law (‘De schemering van de mensenrechten’) schrijft hij dat er nu zo veel mensenrechten zijn dat ze niet allemaal tegelijk uitvoerbaar zijn omdat ze elkaar tegenspreken. Elke staat kan zijn eigen afweging maken tussen economische, sociale en politieke rechten en het is moeilijk te bewijzen wat helpt.

Amnesty wil juist wél dat de koning de mensenrechten bespreekt. Posner, aan de telefoon vanuit Chicago: „Nederland heeft geen enkele macht om het beleid van China tegenover zijn eigen burgers te beïnvloeden. Het kan beter gebieden van wederzijdse samenwerking proberen te vinden. Als Nederland de handel met China bevordert, helpt dat Chinese werknemers die nog steeds weinig betaald krijgen. Dus terwijl handel wordt gezien als economisch eigenbelang, is het ook een handige manier om goed te doen.

Waar blijven die andere mensenrechten?

„Qua mensenrechten is China een ingewikkeld land. Het land blijft arm en economische ontwikkeling heeft prioriteit. Politieke rechten kunnen leiden tot anarchie, zegt men. Ik weet niet of dat waar is, maar het is moeilijk voor mensen in het buitenland om dat argument te beoordelen. Wij kunnen hun niet zeggen dat wij beter weten hoe zij hun land moeten besturen.

„Alleen in extreme gevallen als genocide en gruwelijke wreedheden kunnen we zeker zijn dat een regering zich slecht gedraagt. Maar China lijkt een redelijk bestuurd land, gezien de enorme problemen.

„Als de Nederlandse delegatie mensenrechten ter sprake brengt, is dat holle praat. Sancties schaden juist de mensen die moeten worden geholpen.”

Maar de VS zijn groot en hebben dus wel invloed.

„Het gaat niet om macht maar om begrip voor wat er in andere landen speelt. Als Amerikanen zeggen dat landen een westerse democratie en westerse instellingen moeten hebben, hebben ze weinig idee wat mensen in die landen daaraan hebben. Ze doen het om binnenlands politieke redenen. Ze moeten bescheidener zijn.”

Mensenrechtengroepen ter plekke worden toch wel geholpen door internationale betrokkenheid?

„Die kan het moreel versterken maar moet worden afgewogen tegen de schade die ermee kan worden veroorzaakt.

„Zo’n Chinese kunstenaar als Ai Weiwei kan erdoor geholpen zijn. Het gaat dan om een klacht over slechte behandeling van een bepaalde persoon. Die klacht kan werken als de overheid niet volgens haar eigen ideologie handelt. Het hangt ook af van de betrekkingen tussen landen. Hoe gemakkelijk kan de overheid dit probleem veranderen? Het gaat om weinig gevallen. In de Koude Oorlog werden dissidenten zo geholpen. Dat is wel anders dan druk om het hele mensenrechtenbeleid te veranderen.”

Wat denkt u van de Nederlandse aanpak tot nu toe: mensenrechten worden vooral behandeld op hoog diplomatiek niveau en minder op staatsbezoeken?

„Dat is een compromis. Ze willen de ceremoniële interactie niet als bron van conflict erbij hebben. China kan gezegd hebben dat het geen onderwerp is maar dat er wel privé over kan worden gepraat.

„Het is altijd vraag wat de beste manier is om een land te veranderen. Je kunt sancties opleggen zoals bij Zuid-Afrika of het zelfs binnenvallen. Aan het andere uiterste staat een goede relatie, handel, culturele uitwisseling. Door die samenwerking worden dingen beter in dat land. Er is geen theorie die zegt welke benadering beter is. Ik denk dat de Nederlandse benadering iets in het midden is. Om op laag niveau in privégesprekken te klagen over zaken waar iets gedaan kan worden voor mensen die een goede relatie hebben met Nederland en problemen hebben met China en op een publiek niveau coöperatief en vriendelijk te zijn. Het kan werken maar buitenstaanders kunnen dat moeilijk beoordelen.”

Kent u een voorbeeld van terughoudend beleid dat effectief was voor mensenrechten?

„Ik denk dat terughoudendheid de standaard was van de VS in China. Vanaf 1972 heeft de VS een vriendelijke houding aangenomen. China was toen een gruwelijke dictatuur. In de 30 jaar daarna opende China zich en ging het economisch vooruit, wat zijn burgers ten goede kwam. De VS oefende druk uit maar dreigde niet om het land te isoleren. Het was meer: ‘Laten we handelen en aan culturele uitwisseling doen’, en dat leidde tot liberalisering. Dat is uiteraard moeilijk om te bewijzen. Toch noem ik het een bescheiden succes.”

    • Maarten Huygen