Chic in Congo

Te midden van open riolen en terrassen met plastic stoelen zorgen de sapeurs in Kinshasa voor een vleugje verfijning en extravaganza.

Papa Griffe (links), een van de leiders van de sapeurs in Kinshasa, samen met zijn broer Jika.

Ze horen hier niet. Niet in dit tijdperk, niet op deze godverlaten plaats. Zie ze als pauwen over het trottoir van Kinshasa paraderen. In hun lichtblauwe Giorgio Armani-pak. Achteloos frunnikend aan hun roze Valentino-das. Speels zwaaiend met hun wandelstok. Bedachtzaam lurkend aan hun Sherlock Holmes-pijp. Kijk hoe lichtvoetig ze langs de losliggende straattegels dansen om hun groene J.M. Weston schoenen van krokodillenleer niet te besmeuren. Hoe parmantig ze zwaaien met hun Moschino-tas. Hoe ze genadig hun Ray-Ban-zonnebril lichten om het verwaten voetvolk met een superieure blik in de ogen te zien.

 

En ruik het zweet onder hun tweedjasje, hun bontmuts, hun leren vest van Yamamoto. Die penetrante geur laat zich ook door eau de toilette van Dior niet onderdrukken. Wat wil je? Het is hier 34 graden in de schaduw. Wat is dit voor een maskerade? Oscar Wilde in de tropen? De vrijgevochten slaaf die zich als koloniale meester verkleedt?

Ze staan bekend als sapeurs, trotse dienaren van la Sape, Société des Ambianceurs et Personnes d’Elégance. In het Nederlands: Vereniging van Sfeermakers en Personen met Stijl. Ze ontstond in de jaren twintig, dertig in dat andere Congo, het Franse Congo: Congo-Brazzaville. Imiteerde plaatselijke bevolking de Franse meesters door zich in hun afgedankte tweedehandsjes te hullen? Of was hun eigenzinnig gebruik van westerse kleding een daad van verzet? Kropen ze voor hun overheersers? Of verhieven ze zich juist boven hen?

Op het moment dat de beweging voet aan de grond kreeg aan de andere kant van de Congo-rivier, in het voormalige Belgische Congo, in Congo-Kinshasa, werd het land al meer dan tien jaar geregeerd door Joseph-Desiré Mobutu, een schaamteloze kleptocraat en dictator. Mobutu had de Afrikanisering van zijn land bevolen. Hoofdstad Léopoldville heette voortaan Kinshasa. Congo werd Zaïre. En het westerse maatpak werd verboden. Iedere patriot werd verondersteld zich in een abacost te hullen, een soort Mao-tuniek.

Papa Griffe (links), een van de leiders van de sapeurs in Kinshasa, samen met zijn broer Jika.

 

Sapeurs in het Zaïre van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, vormden een anarchistische protestbeweging, zoals de Vlaamse auteur David van Reybrouck beschrijft in zijn gelauwerde meesterwerk Congo, een geschiedenis. „Zij morden niet met woorden of beelden, maar met kleren. (..) Daarom hulden ze zich in gloednieuwe, uiterst opzichtige outfits. Ze spaarden hun geld en importeerden peperdure merkkleding uit de boetieks aan de Louisalaan in Brussel en de Place Vendôme in Parijs, althans dat beweerden ze. (..) De muzikant Papa Wemba, een volksjongen die het tot wereldster had gebracht, was hun paus, le Pape de la Sape.” Het materialisme van de sapeurs was sociale kritiek, constateert Van Reybrouck, zoals de punk dat in Europa was. Het verbeeldde een grote afkeer van de ellende en de repressie die ze kenden en stond toe om te dromen van een Zaïre zonder zorgen. (..) La Sape ging over succes, over zichtbaarheid, over opvallen en scoren. Discotheken betrad je met een combinatie van chic, choc et chèque. De ware sapeur was übercool; hij bewoog en sprak met volmaakte beheersing.

Anno 2015, dertig jaar later, zorgen de sapeurs nog altijd voor kleur in een grauwe, wanstaltig obese hoofdstad die tot meer dan tien miljoen inwoners is uitgedijd. Te midden van open riolen, verkruimelende betonnen misbaksels en terrassen met plastic stoelen zorgen de sapeurs voor een vleugje verfijndheid, extravaganza en flamboyance. Daarom worden ze altijd binnengehaald als verloren zonen, waar ze ook komen. Tijdens de Kinshasa Fashion Week in mei. Bij elk muziekfestival.

Detail van de designerkleding van sapeur Jika

Je kunt sapeurs ook huren. Ze geven cachet aan elk festijn. Je hoeft niet bang te zijn dat ze beginnen te vechten of zich bedrinken. Een serieus risico bij alle gasten, niet bij sapeurs. Ze zijn veel te bang dat hun exquise, kostbare kleding wordt beschadigd.

Anders dan bij andere verenigingen word je niet zomaar lid. Je kleding is je entreebewijs. Eén kostuum van Miyake of Valentino of Cavalli is niet voldoende. Je moet ten minste over drie, vier outfits beschikken. En je moet elk halfjaar toch zeker wel één nieuw kledingstuk tonen. Een echte sapeur ontwikkelt zichzelf.

Die hoge eisen zorgen voor een natuurlijke selectie van sapeurs. Ze zijn overwegend jong, ondernemend en vrijgezel. Voortdurend najagen en showen van nieuwe kleding laat zich slecht combineren met een geregeld familieleven. Vrouw en kinderen kosten maar geld dat ook aan een nieuw hemd of aan een paar schoenen kan worden besteed. Sapeurs zijn niet machtig en rijk, want als ze rijk en machtig waren hoefden ze zich niet meer met hun kleding te onderscheiden. Maar ze moeten wel over geld beschikken, al dan niet rechtmatig verkregen. En ze moeten connecties hebben in Europa, bij voorkeur in Parijs en Brussel.

In het tijdperk van Mobutu symboliseerden de sapeurs nog hoop op een rechtvaardige, welvarende natie. Anno 2015 behoort Congo, een land met 75 miljoen inwoners, groter dan West-Europa, rijk aan delfstoffen, tot de minst ontwikkelde ter wereld. Met nog geen 1.300 kilometer aan goed berijdbare asfaltweg. De levensverwachting schommelt rond de vijftig jaar. Meer dan vijf miljoen doden door een reeks van burgeroorlogen in Oost-Congo en een door-en-door corrupte graai-elite hebben aan elke illusie een einde gemaakt.

Sapeurs in de wijk Mombese in Kinshasa, 2012.

De sapeurs moeten worden omgedoopt tot escapeurs. Ze horen hier niet. En ze willen hier ook niet zijn. Ze zouden het liefst meteen emigreren. Wat zouden ze graag over de Champs-Elysées paraderen in hun prachtigste kleren. De protestbeweging is een vluchtbeweging geworden.

Sapeurs migreren in hun hoofd. In hun perfect gesneden pak, met zijde op hun huid en een Stetson op hun kruin, wanen ze zich in het rijke Westen. Waar ze bejubeld worden, liever nog aanbeden, om hun creativiteit en goede smaak. Geen enkele blanke waagt zich aan de combinatie van kleuren, patronen en kledingstukken die hun uitmonstering tot kunstwerk maken. In het dagelijks leven zijn ze misschien boekhouder, computercrimineel, winkeleigenaar. Als sapeurs zijn ze kunstenaars, stuk voor stuk.