Cakeje van Proust was eerst biscuitje

De beroemde madeleine die bij Marcel Proust een lawine van herinneringen losmaakte, was in zijn notitieboekje wat anders.

Het is de smaak van een eenvoudig, schelpvormig sponscakeje met amandel en citroenrasp dat in de hoofdpersoon van Prousts romancyclus À la recherche du temps perdu een lawine van herinneringen losmaakt. ‘Madeleine’, de naam van dat cakeje, is sindsdien synoniem met nostalgie. Maar het had niet veel gescheeld of „een van de krachtigste metaforen uit de Franse literatuur” was een geroosterde boterham geweest.

Zo schreef Marcel Proust het op in een notitieboekje, dat deze week als facsimile in Frankrijk is verschenen. In een tweede versie was het stuk toast getransformeerd tot een biscotto, een Italiaans biscuitje. En pas in een derde versie verscheen het madeleine-cakeje, waarmee de proustianen het tot op de dag van vandaag moeten doen. Zo staat het staat ook in deel één van de cyclus, Swanns kant op (Du côté de chez Swann), de dit jaar verschenen Proustvertaling van Martin de Haan en Rokus Hofstede. De beroemde scène, waarin Marcel door het in thee gedoopte cakeje terugdenkt aan de zomers die hij als kind doorbracht in het fictieve plaatsje Combray, wordt ingezet op pagina 51, als Marcel het cakeje aangereikt krijgt door zijn bedlegerige tante Léonie.

Het bleek deze week internationaal nieuws. „ Het is natuurlijk spectaculair dat dit zo groot wordt opgepikt”, zegt vertaler Martin de Haan. Maar hij wist het al, en stipte het al aan in een eerdere Proust-vertaling uit 2009. De Haan: „Proust heeft het beschuitje later in Petite Madeleine veranderd omdat het koekje met exact dezelfde letters begint als zijn eigen naam.” Dat Proust een dergelijk moment zelf heeft meegemaakt betwijfelt De Haan: „We vermoeden dat Proust het baseerde op een brief die hij kreeg van Richard Wagner. Daarin is het cakeje overigens weer een beschuitje.”

Het beroemde moment zelf is volgens De Haan een verteltruc. „Proust heeft zelf eens vrij laconiek beschreven dat de madeleine gewoon een truc was om een overgang tussen twee tijdsniveaus in zijn roman mogelijk te maken.

De facsimile van Prousts notities verscheen donderdag bij de Franse uitgever Les Saints Pères. In een gelimiteerde oplage van 1.000 exemplaren, voor 249 euro per stuk. Een fors bedrag, maar volgens De Haan het geld waard: „Bij Proust is het altijd spectaculair om te zien hoe hij notities maakte, met alle doorstrepingen en variaties. Hij bleef altijd maar herschrijven, zelfs nog in de drukproeven. Zo is schrijven bij Proust zoals het leven zelf. Nooit af.”

„Ze liet een kort, bol cakeje brengen, Petite Madeleine geheten, waarvan de geribde vorm een afgietsel van een sint-jakobsschelp lijkt. Terneergeslagen door de sombere dag en het vooruitzicht van nog meer trieste dagen drenkte ik een stukje van de madeleine in de thee en bracht daar even later met een lepel werktuigelijk wat van naar mijn mond. Maar precies op het moment dat de met cakekruimels vermengde slok mijn gehemelte raakte, ging er een huivering door me heen, en iets uitzonderlijk dat in mij plaatsvond trok mijn aandacht.”