vormen en getallen: De truc met de drie dobbelstenen

Vandaag een goocheltruc. Het is de 24ste, dus we nemen een truc met drie (3) dobbelstenen. Op elk daarvan staan bij elkaar 21 punten. En: 21+3=24. Dat past wel bij vandaag.

Flauw? De truc is sterker. Hij is lang geleden beschreven door Martin Gardner – een held in wiskunderaadsels. En hij gaat zo. Geef iemand drie dobbelstenen. Ga met je rug naar die persoon toe staan en geef haar of hem de volgende opdrachten.

Eerst: gooi de drie dobbelstenen op tafel. Tel de punten bij elkaar op. Onthoud de uitkomst.

Dan: pak een van de drie dobbelstenen. Maakt niet uit welke. Kijk hoeveel punten er op de onderkant staan. Tel die op bij je uitkomst.

Daarna: Gooi opnieuw met de dobbelsteen die je gepakt had. Tel de punten op bij de eerdere uitkomst.

Pas als die persoon dat allemaal heeft gedaan, draai je je om. Je pakt de dobbelstenen van tafel, schudt ze een beetje in je hand, voelt even, en zegt: ik weet niet welke je opnieuw gegooid hebt, dat voel ik niet, maar de uitkomst is..... En dan geef je dus precies de goede uitkomst.

Huh? Hoe weet je die? Simpel: voordat je de dobbelstenen oppakt, kijk je naar de punten. Die tel je bij elkaar op en daar doe je dan nog zeven bij. Klaar is Kees.

Het geheim is natuurlijk dat er op de twee tegenovergestelde zijden van een dobbelsteen steeds samen zeven punten staan: vijf aan de ene en twee aan de andere kant bijvoorbeeld.

Eigenlijk heb je dus de punten opgeteld van de drie dobbelstenen die nog op tafel liggen en zeven erbij. Ga maar na...