Column

Wil je dat níét tegen me aanhouden?

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Het kan natuurlijk: dat er heel veel kantoortijgers op de lagere school niet goed hebben opgelet toen de voorzetsels werden uitgelegd. Feit is dat je erover struikelt op kantoor, over mensen die ze totaal verkeerd gebruiken.

Het ergste vind ik ‘vanuit’: een voorzetsel dat overal op kantoor opduikt, maar zelden op het juiste moment. Dan staat er bijvoorbeeld dat er ‘vanuit de directie bepaalde zorgen leven’, dat er ‘vanuit sales een enorme behoefte is aan innovatie’ of dat er ‘vanuit de afdeling HRM naar gamechangers wordt gezocht die het speelveld voorgoed veranderen’ (zodat niemand zich er meer in herkent en hoezo speelveld, zullen we daar óók eens mee ophouden?).

Jongens. ‘Vanuit’ is écht te vaag. Zeg gewoon WIE iets vindt, wil of doet. Als ik ‘vanuit de directie’ hoor, kan het net zo goed de plantenbak op de directiekamer zijn die zich zorgen maakt. ‘Vanuit’ wil zeggen: niemand durft. En dus hoef je ook niks dat ergens vanuit komt, serieus te nemen op kantoor.

Ook zo’n erge: ‘richting’. Begrijp me niet verkeerd. Je kunt natuurlijk prima tegen die ene collega van sales zeggen – jullie weten wel wie – dat hij je leven ‘richting geeft’ (naar de hel). Dan is richting een zelfstandig naamwoord en je kunt natuurlijk niet genoeg richting krijgen op kantoor.

Maar richting als voorzetsel, in zinnen als: ‘de eerste stap richting een grotere klanttevredenheid’ of ‘ik heb dat richting de directie aangegeven’: ik dacht het dus niet. Mensen die dingen ‘aangeven’ als ze ‘zeggen’ bedoelen moeten sowieso opzouten. Maar ‘richting’ gebruik je écht alleen als voorzetsel als je totaal niet weet waar het heen moet, of waar het moet aankomen.

Dan: goed bedoeld en tóch heel naar: ‘hoe voelde dit VOOR jou?’ Ik zeg dan altijd: ‘ik voelde wel wat ACHTER me, is dat ook goed?’ Ook een lastige: ‘langs’. Op kantoor moeten de hele tijd allerlei dingen ergens ‘langs’ en dan bij voorkeur ‘gehouden worden’. Iets moet langs een commissie, bijvoorbeeld. Terwijl het er juist doorhéén moet, lijkt mij dan. Of iets moet ‘tegen je aan gehouden worden’. Ieuw.

Of ‘binnen’. ‘Binnen de directie wordt naar een oplossing gezocht’ staat er dan. Alsof ze geen idee hebben waar het vandaan moet komen. Ik vind ‘binnen’ sowieso altijd een klap in mijn gezicht. Alsof we er verder allemaal buiten staan. Is de directie überhaupt al binnen?

Maar het moeilijkste vind ik de collega’s die extra voorzetsels aan allerlei kantoorwoorden plakken zonder dat dat nodig is. Zo zijn er mensen die ‘doorcommuniceren’. Die leuteren altijd heel veel en onnodig. Of mensen die ‘terugkoppelen’. Die hebben bijna altijd een trekhaak achter de auto. Mensen die ‘doorpakken’ staan de hele dag grote pakken papier in de printer te proppen. En mensen die ‘voorbespreken’, die roddelen bij de ingang, niet achter bij de containers.

Jongens, ik denk dat het wel helder is: ik sta er anders tegenover, tegenover die voorzetsels op kantoor. Ik zeg: jullie staan er verkeerd in en voor je het weet kom je er nooit meer uit.