Vluchtelingen, taal en een luxehotel in Evian

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties.

Historische vergelijkingen gaan altijd mank. En ze veroorzaken meestal meer verwarring en verontwaardiging dan dat ze iets verhelderen. Helemaal als de Tweede Wereldoorlog erbij wordt gehaald. Lessen van de geschiedenis zijn nu eenmaal zelden eenduidig.

Maar dat wil niet zeggen dat het zinloos is om terug te kijken. Dat is in elk geval de overtuiging van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, de Jordaanse diplomaat Zeid Ra’ad al-Hussein. In een persoonlijk betoog stond hij deze zomer stil bij het falen van de VN, twintig jaar geleden, in Srebrenica. Hoe is het mogelijk dat we die massamoord niet voorzagen, vroeg hij in de Veiligheidsraad.

Hij spaarde zichzelf niet. Als medewerker van de VN-vredesmacht was ook hij blind geweest voor de voortekenen van het bloedbad. Blijkbaar kun je ergens met je neus bovenop staan en toch niet zien aankomen wat zich al aankondigt. Uit het verleden destilleerde hij geen panklaar recept hoe in het heden te handelen, maar wel die waarschuwing.

Een ander soort waarschuwing, ook door de geschiedenis geïnspireerd, liet Zeid vorige week horen. Hij haalde fel uit naar het taalgebruik van politici in het debat over de vluchtelingencrisis. Hij noemde de Britse premier Cameron niet bij naam, maar veroordeelde wel zijn omschrijving van de vluchtelingen als „zwermen” mensen. En hij wees erop dat de internationale politiek in 1938 over de Joodse vluchtelingen die aan de nazi’s probeerden te ontkomen in termen sprak die ook nu weer in zwang zijn. Kijk de stukken van destijds er maar op na, zei hij tegen The Guardian.

Zeid doelde vooral op de mislukte Conferentie van Evian, de in 1938 door de Amerikaanse president Roosevelt georganiseerde bijeenkomst van 32 landen over de honderdduizenden Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. In het luxueuze Hotel Royal aan het Meer van Genève sprak men negen dagen lang over het drama, maar opgelost werd er niets.

In de notulen komen steeds twee termen terug, schreef Zeid dit voorjaar al eens in een artikel over de conferentie. Door de bevolkingsdichtheid (density) en de al opgenomen vluchtelingen zouden de landen een punt van verzadiging (saturation) hebben bereikt. Er kon echt niemand meer bij.

De deelnemers aan de conferentie konden de Holocaust niet voorzien.

Maar beschamend was hun kille, afwerende opstelling niettemin. Golda Meir, de latere premier van Israël, mocht de conferentie als Joodse waarnemer bijwonen – zonder spreekrecht. Chaim Weizmann, die de eerste president van Israël zou worden, zei: „De wereld lijkt verdeeld in twee delen: plaatsen waar Joden niet kunnen leven en plaatsen waar ze niet worden toegelaten.”

Ook Nederland was in Evian vertegenwoordigd. In zijn boek Het Saramacca Project uit 2011 beschrijft Alexander Heldring hoe Den Haag zich had voorbereid. Men maakte zich vooral zorgen over de definitie van ‘politiek vluchteling’.

„Indien te Evian een omschrijving wordt gegeven”, kreeg de delegatie op het hart gedrukt, „ware te streven naar een definitie die de Duitse regering geen onnodige aanstoot geeft”.

Nederland wilde wel een aantal vluchtelingen opnemen, maar alleen als al opgenomen vluchtelingen doorreisden naar andere landen en dus plaatsmaakten. Het ministerie van Koloniën wist bovendien te voorkomen dat de delegatie goede sier zou maken in Evian door voor Nederland Joden te weren, maar toegeeflijk te zijn voor Nederlands-Indië en Suriname. De koloniën konden de vluchtelingen namelijk ook niet aan. Toch goed om te weten, als tegen de komst van islamitische vluchtelingen weer eens bezwaar wordt gemaakt uit naam van onze eeuwenoude joods-christelijke beschaving.