Veld

Voetbal is populair bij sociologen. Velen van hen plaatsen het binnen de veldtheorie van de Franse filosoof Pierre Bourdieu: de dynamiek van machtsrelaties komt het beste tot uiting wanneer er een ‘veld’ bedacht wordt. In het geval van voetbal letterlijk het veld, de wijk of stad van een voetbalclub.

Voetbal is ook een microversie van ultranationalisme. Ik ben bijvoorbeeld opgegroeid op een steenworp afstand van de Kuip. Wanneer we op straat speelden hadden we de meest hatelijke leuzen voor onze ‘aartsvijanden’ van Ajax.

Zo werkt ultranationalisme ook: je werpt eerst een grens op tussen ‘wij’ en ‘zij’ en vervolgens demoniseer je ‘zij’. Angst- en haatgevoelens worden zo een recept voor scheidslijnen. Toen ik vorige week de beelden zag van de bewoners van de Rotterdamse wijk Beverwaard die burgemeester Aboutaleb weghoonden omdat ze bang waren voor een tijdelijk (!) asielzoekerscentrum in hun buurt, moest ik denken aan hoe wij als Feyenoordfans alles wat met Ajax te maken heeft wilden weren uit ons ‘veld’. Zelfs de leuzen waren ongeveer hetzelfde. „AZC, weg ermee!”, riepen de Beverwaarders terwijl Aboutaleb probeerde te spreken. Iemand anders riep: „Pedofilie is normaal in jouw cultuur!”, waarmee hij Aboutaleb demoniseerde en buiten het veld van ‘ons Rotterdammers’ plaatste.

Die banale haat bij de mensen in Beverwaard herinnerde mij er weer aan waarom ik al zo lang schijt heb aan Feyenoord, de club uit mijn eigen wijk. Toen ik als 12-jarige De Kuip uit werd gejaagd omdat ik een ‘kankerturk’ was, leerde ik dat het veld van voetbal niet wezenlijk anders is dan het veld van de ‘natie’: een willekeurige scheidslijn om angstgevoelens voor het zogenaamde vreemde tot uitdrukking te kunnen brengen.

Natuurlijk zijn niet alle Feyenoordfans rabiate nationalisten en natuurlijk spraken die schuimbekkende Beverwaarders niet voor alle Rotterdammers. Maar die irrationele rivaliteit tussen Rotterdam en Amsterdam is wel een kiem voor angst en haat, ook in milde vorm. Zo stoor ik mij als Rotterdammer aan ons weergaloze minderwaardigheidscomplex: álles moeten wij afmeten aan Amsterdam, lijkt het wel. Kritiek op onze eigen stad willen we niet horen. Toen ik vorig jaar met een Feyenoordshirt aan de Amsterdamse grachtengordel zat te sarren in De Balie, vonden ze het daar geweldig.

Laten we leren van de Amsterdamse grachtengordel: als we het Rotterdamse ‘veld’ niet zo serieus nemen, zullen we zien dat we allemaal lid zijn van de menselijke familie. Zelfs vluchtelingen.