Het Engelse Scunthorpe leeft van de staal, maar hoe lang nog?

Tegen Kerst zal een op de zes Britse staalarbeiders op straat staan. In Scunthorpe ademt alles en iedereen staal. „Je doet niet alleen je werk. Je bent je werk.”

Bij de staalfabriek van Tata Steel in Scunthorpe worden negenhonderd banen geschrapt. De Britse regering staat onder druk de instortende staalindustrie in het Verenigd Koninkrijk op gang te houden. Foto Getty Images / Christopher Furlong

Staal is alles in Scunthorpe. De hoogovens Mary, Bess, Anne en Victoria zijn van verre te zien. Het winkelcentrum heet The Foundry, de gieterij. De voetbalclub heeft als bijnaam ‘The Iron’, het ijzer. En wie je ook spreekt in de Oost-Engelse stad, er is altijd wel een connectie met staal.

Een neefje dat in een van de fabrieken werkt, een zoon, een vader. Een broer die vakbondsvertegenwoordiger is, een zus op het secretariaat. Zelfs een meneer die bij hoog en laag beweert nooit in de staalindustrie te hebben gewerkt, blijkt voor zijn pensioen in de haven ijzer te hebben gesjouwd en verscheept.

Negenhonderd ontslagen, het aantal dat Tata Steel in Scunthorpe dinsdag aankondigde, lijkt wellicht niet veel. Zeker niet omdat een dag later bekend werd dat de bouw van een kernenergie, bijna vierhonderd kilometer zuidelijker, bij Hinkley Point in Somerset, 25.000 banen zal opleveren. Maar Scunthorpe, met bijna 80.000 inwoners, raakte vier jaar geleden ook al duizend banen in de staalindustrie kwijt, en vorig jaar 370.

Staalfabriek in Scunthorpe, 1926. Foto The National Archives UK

Veertig jaar geleden „worstelde British Steel om de vacatures te vullen” terwijl er al 120.000 man werkten, riep de Scunthorpe Telegraph deze week in herinnering. Nu zijn er nog 4.000 man in vaste dienst. Achter de 900 ontslagen gaan nog duizenden mensen schuil die indirect afhankelijk zijn van de staalindustrie: van schoonmakers en elektriciens tot restauranthouders.

Zo uit school de fabriek in

„Scunthorpe wordt een spookstad", voorspelt de 56-jarige Hector Macbeath. „De poundshops zullen 50 pence-winkels worden”, wijst hij om zich heen naar de goedkope ketens die het centrum van de stad innemen. Macbeath werkt al 28 jaar als machinist bij de hoogovens van Tata Steel. „Een jonkie: sommige collega's kwamen zo uit school de fabriek in, zoals hun vaders voor hen, en hun grootvaders daarvoor.” De eerste ijzererts werd in Scunthorpe in 1859 gevonden, vijf jaar later werd het eerste ruwijzer afgetapt.

Wat de ophef in het Verenigd Koninkrijk veroorzaakt is dat na de mijn- en scheepsbouw nu ook de staalindustrie bijna helemaal lijkt te verdwijnen, en daarmee een traditie. Naast Tata Steel kondigde de afgelopen weken Caparo Industries in de West-Midlands aan deels failliet te zijn, en SSI in Redcar dicht te gaan. Eenzesde van de 30.000 Britse staalarbeiders staat rond Kerst op straat.

In Schotland worden de laatste twee fabrieken in de mottenballen gelegd, zoals het eufemistisch heet. Dat betekent dat ze onderhouden worden in de hoop dat ze ooit weer kunnen worden opgestart.

De voortekenen zijn niet gunstig. De voorspelling is dat de vraag naar staal dit jaar met 1,7 procent afneemt, vooral als gevolg van pessimistische cijfers uit China. China is zowel de grootste consument als producent van staal, en dumpte het eigen teveel op de markt.

Door de toename van goedkoop Chinees staal zijn de staalprijzen de afgelopen maanden hard gedaald. Waar het Verenigd Koninkrijk vorig jaar 12 miljoen ton ruwstaal produceerde, en de rest van Europa 157,2 miljoen ton, produceerde China 822,7 miljoen ton. Gareth Stace, de baas van branchevertegenwoordiger UK Steel, sprak de afgelopen dagen meerdere malen van „een tsunami van goedkoop staal”.  

De Britse staalindustrie in beeld. Illustratie NRC

 

Premier David Cameron zei het ‘dumpen’ van staal „ter sprake te zullen brengen” bij de Chinese president Xi Jinping, die vandaag een staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk afsluit. De vakbonden vinden dat onvoldoende. „We hebben een hardere opstelling nodig”, meent Callum Munro van staalarbeidersvakbond Community.

Malaise is niet onverwacht

In het Verenigd Koninkrijk speelt ook nog dat daar, ten opzichte van de rest van de EU, de energieprijzen hoog zijn, en het pond sterling op het moment sterk staat. „Om de eerste nood te lenigen zou de regering het geld dat de staalindustrie volgend jaar zou krijgen, nu moeten vrijgeven”, vindt Munro. De regering besloot in de begroting van 2014 dat grote energieverbruikers gecompenseerd worden voor „al het regeringsbeleid inzake de verlaging van de uitstoot van koolstof en andere duurzame initiatieven.” 

De staalfabriek van - toen nog Corus - 2004. Foto Bloomberg / Graham Barclay

Volgens de Financial Times gaat het om 270 miljoen pond. Om die eerder vrij te geven, moet de EU toestemming geven. Het zou staatssteun kunnen zijn, zei minister van Handel Javid dinsdag in het Lagerhuis. Hij negeerde verzoeken van Lagerhuisleden om de EU te omzeilen. Onder anderen Conservatief Peter Bone zei: „Laten we ons maar achteraf zorgen maken over of de EU het met ons eens is, anders is er geen staalindustrie meer om ons zorgen over te maken.”

Een dag later werd Cameron in het Lagerhuis verweten de staalsector te negeren. „We hebben een strategie, we hebben een plan”, verdedigde Cameron zich. Hij wees er bijvoorbeeld op dat Crossrail, de deels ondergrondse treinverbinding dwars door Londen richting Heathrow „bijna helemaal” met Brits staal wordt gebouwd.

Het is niet alsof de malaise onverwacht is. In Scunthorpe vertelt men dat de interne nieuwsbrieven al somber waren over de wereldwijde staalproductie. In Redcar, in Teesside, waar bij het Thaise Sahaviriya Steel Industries (SSI) 2.200 banen verdwijnen, waren de verliezen algemeen bekend. Die voormalige British Steel-fabriek, de op twee na grootste hoogoven van Europa, werd in 2010 in de mottenballen gelegd en gered door SSI. Maar Redcar bleef verlies maken. Vorig jaar oktober rapporteerde het een verlies over 2013 van 193,4 miljoen pond.

In de negentiende eeuw produceerde het Verenigd Koninkrijk nog 47 procent van ’s werelds ruwstaal. De innovatie kwam toen van de Britten. Een eeuw eerder werd in het westen van Engeland, in de Ironbridge Gorge in Shropshire, nu Werelderfgoed, de eerste ijzererts omgesmolten, werd ontdekt dat cokes als brandstof konden worden gebruikt, werd de eerste gietijzeren brug gebouwd. Staal was een pijler van de Industriële Revolutie. „Zonder ijzer en staal zouden we niet het geavanceerde land zijn geworden dat we nu zijn”, zegt historica Joan Heggie van de Teesside University, die zich bezighoudt met de staalgeschiedenis van de regio.

Controle van het staal, ook in 2004. Foto Bloomberg / Graham Barclay

Ze noemt het besluit fabrieken te sluiten dan ook „niet louter een bedrijfsbeslissing”. „Dat is hoe de regering het wil doen voorkomen , maar het gaat om de identiteit van een gemeenschap die langzaam verdwijnt.” Ze zegt: „In deze industrie doe je niet alleen je werk. Je bent je werk.”

‘Voor volgende generatie is hier niets’

Heggie maakt zich zorgen. „Dit land heeft staal nodig. Het is duidelijk dat het Chinese staal een probleem is, maar leggen we ons daar dan bij neer door te zeggen dat we deze industrie laten wegkwijnen? Wat gebeurt er als de Chinese economie opbloeit en er weer vraag is naar staal? En wij de staalfabrieken hebben vernietigd?”

De vakbonden voeren de komende anderhalve maand driftig overleg. Nu bekend is hoeveel ontslagen er vallen, wordt onderhandeld over wie daadwerkelijk zijn baan verliest, wie nog kan worden omgeschoold, wie er vrijwillig wil opstappen.

In Scunthorpe, vertelt de woordvoerder van de gemeente, is haastig een werkgroep opgericht die woensdagmiddag bijeenkwam. Het arbeidsbureau, de gemeente, en Tata Steel bekijken samen hoe de klappen opgevangen kunnen worden. Bij de vorige grote ontslagronde, twee jaar geleden, kreeg Scunthorpe 10 miljoen pond overheidsgeld om staalarbeiders om te scholen of hen te helpen een eigen bedrijf op te richten. 

Op straat maken vooral de oudere bewoners zich zorgen over de jongste generatie. De 76-jarige Meryll Holliday: 

Mijn twee zoons zijn dienstmanagers, en hebben hun hypotheek afbetaald. Het zou vreselijk zijn als ze hun baan verliezen, maar voor de volgende generatie is hier niets.

Holliday en vriendin Margaret Lambert noemen één voor één de staalbedrijven op die al zijn dichtgegaan in de omgeving. Lambert: „Herinner je nog dat in de jaren zeventig prefabhuizen werden neergezet voor alle arbeiders?”

Zorgen zijn er ook over wat er gebeurt met de staalwerken die nog openblijven. Tata Steel sluit onderdelen. Hector Macbeath zegt: „Maar als je geen staalplaat maakt, en één cokeoven sluit, dan heb je ook niet zoveel ijzer nodig.”

LinkedIn / bbednars

In het Grange Lane Café, net buiten het hek van Tata Steel, is de sfeer terneergeslagen. Geen van de mannen in overall en gele hesjes die hier rond lunchtijd een witte bol met bacon, of eieren, spek en witte bonen in tomatensaus eten, wil praten. „Ik wil niet dat mijn baas iets terugleest in de krant”, zegt een van hen.

Vanuit de keuken proberen Chrissi Jackson en Adrienne Calder er de sfeer in te houden. Maar als de mannen zijn verdwenen, zegt Calder: „Ik denk dat het niet lang duurt voor er niets van Scunthorpe over is.”