Seksuele vernederingen? Waar?

Jonathan Franzen kon in zijn roman Purity veel kwijt van zijn eigen scheiding en zijn worsteling met zijn rol als man. „Ik wilde een intiemere band met de lezer, schrijven over de momenten waarop ik me eenzaam heb gevoeld.”

‘Ik was blij dat ze me gisteren leuk vonden”, zegt Jonathan Franzen wanneer ik hem vraag naar zijn optreden in Brussel. De Amerikaanse schrijver is net aangekomen in zijn Amsterdamse hotel en verexcuseert zich dat hij twee minuten te laat is. Het is een wat verwarrende binnenkomer. Franzen staat bekend als een misantroop die zijn pijlen graag richt op vrouwen en journalisten, maar tegenover me zit een goedlachse man, die blij is met zijn boek en flauwe woordgrapjes maakt over de dubbelzinnigheid van ‘still water’. „Het is plat water, maar ook nog steeds water, begrijp je? Daarom hou ik van still water.”

Onlang is Purity verschenen, Zuiverheid. Het is Franzens derde grote roman sinds hij in 2001 internationaal doorbrak met The Corrections. Er zitten veel bekende elementen in: moeizame relaties, familiedrama’s en maatschappelijke betrokkenheid. Toch zit Purity anders in elkaar. Alle hoofdstukken vertellen vanuit een ander perspectief een episode uit een leven, waarin een verziekte relatie steeds de rode draad is.

Zo is er Pip, die niet weet wie haar vader is omdat haar moeder Anabel dat weigert te vertellen. Er is Andreas Wolf, voor wie Pip een tijdje gaat werken, een Julian Assange-achtig type, opgegroeid in de DDR. En er is de journalist Tom, de vader van Pip. Hij doet die dochterontdekking pas wanneer Pip stage bij zijn krant loopt. We krijgen zijn versie van het op de klippen gelopen huwelijk met Anabel tot in de details opgedist. Franzen: „Ik zie dit als mijn meest psychologische roman.”

Hoewel Franzen zegt dat hij geen recensies leest, was hij onaangenaam verrast hoe het boek was opgepakt in Spanje en in Duitsland. „Ze hadden het allemaal over internet, El Pais schreef een recensie met de kop ‘Kruistocht tegen Silicon Valley’. Ik vroeg me echt af hoe ze dat eruit hadden gehaald. Oké, ik heb duidelijke opvattingen over internet en de manier waarop mensen alles op Twitter, Facebook en Instagram zetten, maakt me somber. Vooral dat er mensen zijn die hun identiteit ontlenen aan het al dan niet gevolgd worden op Twitter, mijn hemel! Maar daar gaat mijn boek dus niet over.”

Waar gaat uw roman volgens u dan wel over?

„Over idealen die vervliegen naarmate je ouder wordt. Ik ben gefascineerd door het idee dat jonge idealisten het vaak over zuiverheid hebben. Het streven naar puurheid en naar een zuivere wereld kan mooi zijn. Als auteur moet ik laten zien wat er gebeurt met die zuiverheid in de werkelijkheid. Er is in mijn boek maar één persoon die die zuiverheid weet te behouden en dat is Anabel.”

Zij leek mij vooral iemand die geleid wordt door angst.

„Streven naar zuiverheid en angst gaan vaak samen. Kijk maar naar de Tea Party in de Verenigde Staten. Die sympathisanten streven ideologische zuiverheid na uit angst hun white privilege te verliezen. Ze zijn bang voor immigranten, voor de moderne wereld. Hetzelfde geldt voor IS: hun ideaal om een zuivere, islamitische staat te creëren is daar het antwoord op. In mijn roman heeft iedereen een idee van zuiverheid als iets wat je kunt nastreven. Andreas vreest zijn eigen duistere kant. Hij is bijna religieus, denkend dat hij zijn zonden van zich af kan wassen door een meisje te helpen. Tom wordt niet geleid door angst, maar door schuldgevoel. Hij voelt zich onzuiver omdat hij een witte man is. Hij streeft naar zielsverwantschap met Anabel in de hoop dat hem zo wordt vergeven dat hij een man is.”

Het verhaal van Tom is het enige dat in de ik-vorm is geschreven. Hij heeft ook wel wat weg van Chip uit ‘The Corrections’ en Walter in ‘Freedom’. Ligt dit type personage u het beste?

„Het zou kunnen dat zo’n personage het meest voortkomt uit eigen ervaringen. Je probeert als schrijver te overdrijven en te simplificeren. Om mijn eigen complexe ervaringen van een scheiding na veertien jaar huwelijk te verwerken. En ik word zelf ook heen en weer geslingerd tussen vriendschappen met typisch mannelijke mannen en zich schuldig voelende vrouwelijke mannen. Ik worstel met de rol van de man, maar Tom is het resultaat van een enorme overdrijving van het probleem tussen mannen en vrouwen.”

Zijn de seksuele vernederingen in uw roman een uitwerking van die worsteling?

Franzen lacht verrast: „Seksuele vernederingen? Waar?”

Bijvoorbeeld in de verkrachting van Anabel door Tom, en niet zo zuinig ook.

„Nou nee, dat moet je zo niet zien. Hij wil die relatie stoppen en weet niet hoe hij dat anders moet doen. Goed, je zou het vernedering kunnen noemen, maar hij kan niet anders tot haar doordringen dan op deze manier.” Lachend: „Hij bevindt zich in een wanhopige positie!”

Ik denk niet dat u uw relatie tot vrouwen met dit boek echt heeft verbeterd, of laat ik zeggen tot feministen. U…

„Sorry, maar mag ik even onderbreken: dat komt dan maar uit één richting. Ik heb absoluut geen probleem met feministen.”

Laat ik het dan zo zeggen: u maakt het in dit boek feministen niet erg gemakkelijk alsnog van uw werk te gaan houden.

„Ik zie het probleem niet, ik snap er echt helemaal niets van. Geef eens een voorbeeld.”

Uw collega-auteur Katie Roiphe viel erover dat u in The Corrections schreef: ‘Denise, op haar 32ste, was nog steeds mooi’.

„Pfff. Als ze over zo’n zin valt, laat ze dan Jane Austen of Elena Ferrante lezen, die schrijven voortdurend zulke zinnen op. Daar heeft ze vast geen probleem mee, dus haar probleem is dat een man zo’n zin opschrijft. Dat is belachelijk.”

Een voorbeeld uit deze roman: Anabel dwingt Tom om zittend te plassen. Is dat niet een bewuste ridiculisering van mannenhaat?

„Nee! Dat past gewoon bij haar. Wist je trouwens dat in Nederland alle mannen zittend plassen? In Duitsland en Italië vragen vrouwen of hun mannen alsjeblieft zittend willen plassen. Vrouwen willen geloven dat ze zoiets nooit van een man zouden vragen, maar neem me niet kwalijk: er zijn stickers met dit verzoek. Ik ridiculiseer helemaal niemand. Het is frustrerend dat mensen die over zulke passages in een boek vallen niet weten hoe fictie werkt. Als je passages uit hun context haalt dan kan je me makkelijk portretteren als een idioot.”

Natuurlijk is het fictie, maar toch ook meer dan dat? Anders zou u niet verwijzen naar mensen als Snowden, Assange, naar Wikileaks.

„Ik verwerp dat idee. De roman is de beste kunstvorm die ooit is uitgevonden. Fictie hoeft zich niet te verontschuldigen, ook niet als ze refereert aan iets anders. De maatschappij is ondergeschikt in een roman. En ja, hier gaat het om het geheim houden van de identiteit van Pips vader, dan kom je vanzelf bij internet en Wikileaks uit – ik laat m’n roman nu eenmaal niet in het Wales van de zeventiende eeuw afspelen. Van Assange weet ik bijvoorbeeld niet veel meer dan dat hij geobsedeerd is met wat anderen van hem vinden. Andreas, die ook beroemd is geworden door lekken te openbaren, neemt bewust afstand van hem. Purity is een komische psychologische roman, en met name Andreas vind ik zeer goed uitgewerkt.’’

Want?

„Zijn jeugd in Berlijn, zijn zoektocht naar zichzelf, de band met zijn dominante moeder. Hij gaat heel diep in het onderzoeken van zijn eigen zielenroerselen. En er zit humor in, anders was het allemaal veel te zwartgallig geworden. Ik ben in deze roman van alle markten thuis: er zijn goede en slechte relaties. En oké, wat de verwijzing naar de realiteit betreft: ik heb er nucleair gevaar in gestopt. Maar wat echt mijn grootste zorg is, milieuvervuiling, speelt in het boek geen rol. En wanneer je het niet over het milieu hebt, ziet de wereld er eigenlijk helemaal niet zo slecht uit. Goed, ik geef toe, dat is hetzelfde als zeggen: hij heeft hartfalen, maar verder is hij gezond.”

Waarom heeft u het milieu eruitgelaten?

„Dat had ik afdoende behandeld in mijn vorige romans, ik heb er niets meer aan toe te voegen. Bovendien wilde ik me concentreren op relaties: de krochten van Andreas’ ziel, de horror van het huwelijk tussen Tom en Anabel. Die zoektocht was nog niet eerder zo intens.”

Heeft die intensieve zoektocht u veranderd?

„Ik denk het wel. Wat anderen nu denken kan me minder schelen, dat had ik hiervoor niet. Toen stond mijn schrijverschap in het teken van erkenning en competitie.”

Heeft die verandering nog gevolgen voor – zoals u het zelf ooit omschreef – het contract dat u ooit met de lezer sloot om te streven naar vlot leesbare boeken?

„Nee. Na The Corrections en Freedom was ik blij dat zo veel mensen de situaties die ik beschreef herkenden. Bij Purity dacht ik: ik ga nu lezers kwijtraken door de opbouw en zo veel ellende, maar ik hoopte ook dat mensen zouden voelen dat alles doorleefd was. Ik wilde een intiemere band met de lezer, mijn ervaringen verwerken, schrijven over de momenten waarop ik me eenzaam heb gevoeld, het zoeken naar geluk zonder daarin te slagen. En ik denk dat dat gelukt is.”