Pop van Fink bloeit met strijkers

Foto Andreas Terlaak

De Engelse groep Fink heeft een bijzondere band met het Amsterdamse Concertgebouw. Het was hier dat de groep van zanger Fin Greenall op Koninginnenacht 2012 een gedenkwaardig concert gaf met het Koninklijk Concertgebouworkest, waarbij behalve eigen materiaal ook klassiek werk van Purcell, Rouse en Ives werd uitgevoerd. Dirigent Jules Buckley bracht de band een liefde bij voor uitdagende orkestrale passages. Dat had zijn weerslag op het laatstverschenen album Hard Believer. „Big is good” werd het credo van een band die niet bang is voor het dramatische crescendo.

Fink keerde gisteren terug naar het uitverkochte Concertgebouw in vijfmansbezetting; het basistrio van Greenall, drummer Tim Thornton en bassist Guy Whittaker uitgebreid met een gitarist en toetsenman. Vroeg in de set kwam het veelzeggende nummer Pilgrim voorbij met de woorden „From small beginnings come big endings.” Dat is Fink ten voeten uit: klein beginnen met een paar noten op de gitaar en een simpel drumpatroon om via een reeks van elektronische muziektoepassingen te eindigen bij een groots en meeslepend slot. Er zit een element van folk in hun muziek, met sombere zanglijnen en een prominente rol voor de akoestische gitaar. Vaak ook openbaart zich Greenalls achtergrond als elektronisch solist, door zijn gebruik van het loop station (een apparaat dat gitaarpatronen herhaalt) of onverwachte klanken uit de sampler. Al Greenalls talenten kwamen tot bloei in de gedeconstrueerde blues van het titelnummer van Hard Believer waarin hij de gitaar gebruikte als een machine die spaarzame, precieze noten voortbracht. De emotie zat in het samenspel en de manier waarop Fink de nummers naar een gezamenlijke conclusie bracht. De zangeressen die zwoel meedeinden in Deep Water voegden weinig toe. Daarna ging weer ging om de „hairy dudes” rondom de indrukwekkende baard van Greenall, die in het nummer Truth Begins zo dicht bij een gewoon kampvuurliedje kwam als hij kan.

Fin Greenall kan geen noten lezen, bekende hij na zijn avontuur met het Concertgebouworkest. „Hier zijn vrienden van ons die dat wel kunnen”, kondigde hij het strijkkwintet aan dat erbij kwam in de toegiften Yesterday Was Hard on All of Us en Berlin Sunrise. Zelfs met een kleine orkestdelegatie werd bewezen dat popmuziek met klassieke strijkers uitdagend en verheffend kan zijn, nu er eens geen uitgeschreven synthesizerpartijen maar boeiende, tegen de maat in striemende notenreeksen werden gespeeld. Fink speelde op heilige grond en maakte waar dat ze een band van grote nuances zijn.