Onzekere toekomst in handen van de Chinezen

Het Chinese Anbang maakt waarschijnlijk vandaag 1,35 miljard over voor Vivat, het vroegere Reaal.

Foto ANP

Als er geen gekke dingen gebeuren breekt vandaag voor verzekeraar Vivat een langverwacht moment aan: de storting van 1,35 miljard euro door de nieuwe Chinese eigenaar Anbang. Deze betaling was een eis van toezichthouder De Nederlandsche Bank toen Anbang deze zomer de verzekeraar voor 1 euro kocht van het genationaliseerde SNS Reaal.

Anbang kreeg negentig dagen de tijd om het bedrag over te maken. Vandaag is de laatste dag. Vivat zal opgelucht zijn als het geld er is, evenals De Nederlandsche Bank en de voormalige eigenaar, het ministerie van Financiën. Toen het onbekende Anbang eind vorig jaar als enige belangstellende koper van Vivat overbleef, was er kritiek op de financiële ondoorzichtigheid van het concern. En toen twee maanden na de overname topman Gerard van Olphen ineens weg moest, ontstond er argwaan over Anbangs plannen met Vivat.

Van Olphen, voorheen baas van heel SNS Reaal, was op verzoek van Anbang meegegaan met Vivat, in het belang van de continuïteit. Op zijn beurt noemde hij Anbang toen de „gedroomde moeder” voor Vivat. Er is nog geen opvolger voor hem.

De junkstatus

Deze week rezen er nieuwe vragen over Anbang. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s waarschuwde dat het zijn oordeel over de kredietwaardigheid van Vivat kan verlagen als Anbang niet snel meer financiële informatie geeft over zichzelf. Vivat zou dan een junkstatus krijgen, wat inhoudt dat S&P bang is dat Vivat niet aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Op basis van de informatie die al wel beschikbaar is, beoordeelt S&P dat Anbang er slechter voorstaat dan Vivat. Anbang heeft zelf nooit een beoordeling aangevraagd en heeft dus geen officiële kredietstatus. Afgaande op wat S&P zegt, zou een beoordeling slecht uitpakken.

Anbang dreigt Vivat daar in mee te slepen. Na werkbezoeken concludeert S&P dat Anbang de controle over Vivat volledig wil overnemen, en de verzekeraar op dezelfde wijze wil runnen als Anbang zelf. Dat hoeft niet: een nieuwe moeder kan er ook voor kiezen om vooral investeerder te zijn en het bestuur een ruime mate van vrijheid te geven.

Anbangs mate van controle blijkt volgens Mark Nicholson, medeopsteller van het S&P-rapport, bijvoorbeeld uit de samenstelling van de raad van bestuur. De drie Chinezen in de raad zijn niet alleen in de meerderheid tegenover twee Nederlanders, maar zijn volgens hem ook „vertegenwoordigers van Anbang”. „Anbang kiest daarbij voor hands-on management”, zegt Nicholsons collega Tatiana Grineva. „En dus beschouwen wij Vivat als een volle dochter van Anbang, en geven we Vivat en Anbang dezelfde kredietstatus.”

Ook heeft S&P vragen over Anbangs agressieve overnamestrategie en wil het meer informatie over de toekomstplannen. Vóór Vivat kochten de Chinezen binnen korte tijd verzekeraar Fidea en de bankentak van Delta Lloyd, en hadden zij hun oog laten vallen op de Portugese systeembank Novo Banco. Omdat het gebruikelijk is dat dochterbedrijven de moedermaatschappij van kapitaal voorzien, is het nodig om meer over de moeder te weten, zegt Nicholson. „Volle dochters zijn zelden afgeschermd van de sterktes en zwaktes van hun moeder”, aldus Nicholson.

De toezichthouder, in dit geval DNB, zal niet toestaan dat er te veel kapitaal uit Vivat wordt gehaald, zegt Grineva. Maar, voegt ze toe, er zijn andere manieren waarop het risicoprofiel van Vivat zwakker kan worden. „Anbang kan de schuldenlast laten oplopen of risicovoller beleggen.”

Als Anbang niet binnen negentig dagen de gevraagde informatie geeft, kan S&P Vivats kredietwaardigheid verlagen, of zijn oordeel intrekken. Dat laatste is nauwelijks minder ingrijpend dan een slechte beoordeling. „Als er geen kredietstatus is zullen beleggers een nieuwe uitgifte van obligaties met argusogen bekijken en een hogere rente vragen”, zegt Joost van Beek, analist bij Theodoor Gillissen. „Dat zet een rem op de groei van het bedrijf.”