Niks geen opsmuk, zoals we Rotterdam al kennen

Foto Imara Angulo Vidal

Voor vandaag mochten we één keer uit eten buiten de stadsgrenzen van Amsterdam, in Rotterdam, en dat is geen straf. Rotterdam heeft er de laatste jaren een rits aan leuke, mooie en lekkere eetgelegenheden bij gekregen; de stad zit in de lift en dat is goed te merken. Aan het Deliplein, nog niet lang geleden een armoedige hoek op Katendrecht, zit nu een handjevol restaurants waar het avond aan avond vol zit. En als de zon schijnt de terrassen ook. Eén van die restaurants heet Vislokaal Kaap, het is van horecamensen die ook bij andere zaken (zoals Z&M, Zinc, Kantine Werklust, et cetera) betrokken zijn en hun sporen royaal hebben verdiend.

Bij Kaap komt het menu op een simpel A4’tje en staat het wisselende menu op een krijtbord gekalkt. Het is natuurlijk allemaal vis wat de klok slaat; verantwoorde vis en een enkel vegetarisch gerecht. De zaak is eenvoudig ingericht, er staan wat gekleurde viskratten in stapels, houten tafels en stoelen, geen muziek (een zegen!), huiselijk, niks geen opsmuk, eigenlijk zoals we Rotterdam al kennen. Op de kaart staan oesters, kreeft en garnalen en verder een handjevol andere visgerechten, in kleine en grote porties, met of zonder friet (en eigengemaakte mayonaise natuurlijk) en er is een drie- en viergangen menu, een real captain’s dinner.

We opteren voor het menu (33,-/38,-), dat die dag bestaat uit tonijn op noodlesalade met Japanse dressing, wilde garnaal met limabonen en een saus van bisque, tarbot met lamsoor en spitskool en ten slotte hangop met aardbeien. We laten de tonijn schieten, die nemen we à la carte (12,- voor de kleine portie), voorafgegaan door Marokkaanse vissoep (7,-) en citroentaart toe (5,-). De prijzen zijn vriendelijk, de bediening zo mogelijk nog vriendelijker. Er komt meteen een karaf water en goed brood met boter op tafel, we voelen ons van harte welkom in Rotterdam.

De vissoep is een verrassing, enorm sterk van smaak door de ras el hanout, een vleugje kaneel en wat verse koriander als frisse tegenhanger; het smaakt totaal niet naar de vissoep die we gewend zijn, die Zuidfranse met anijssmaak. Nee, deze is stevig en pittig en de smaak blijft nog urenlang in de mond, heel bijzonder. De garnalen zijn duidelijk hard gegrild, met flink wat knoflook (de geur is behoorlijk aanwezig in de zaak), ze zijn té hard gegaan en dus te droog, maar het pureetje van limaboen is buitengewoon smaakvol en de saus van bisque al helemaal. De noodles die na de Marokkaanse soep volgen vallen een beetje weg bij het eerdere gerecht; het is wel lekker, maar er had wel wat meer sesam in gemogen, en trouwens ook wat meer zout. Dit hebben we elders wel eens lekkerder gegeten. Dat geldt niet voor de tarbot, die door de lekkere houtskoolsmaak, de kool met ingelegde citroen – wat een smaakbom –, de haricots, tomaat en paprika ronduit top is. Van de wijnkaart – met vier witte wijnen en twee rode per glas – drinken we ondertussen een Franse sauvignon (4,50) en een Anjou Blanc (5,-), allebei hartstikke fris en lekker. Dat die wijnkaart klein is kan ons niet deren: de wijnen zijn goed gekozen en ook weer lief geprijsd.

Ten slotte komen de hangop en de citroentaart op tafel en ook nu weer geldt: prima in orde. Nergens te zoet, een euvel waar Nederlandse restaurants qua desserts nogal eens aan lijden. De hangop is lekker lobbig, het zanddeeg van de taart in combinatie met het zuur van de citroen is vreselijk lekker.

Aan het einde van het diner willen we eigenlijk in Rotterdam gaan wonen, het liefst aan het Deliplein met fijne zaken in de buurt, geen aanstellerige sfeer, significant minder drukte op straat dan in Amsterdam en dan ook zo’n fijne burgervader. Zou Aboutaleb de vissoep van Kaap al geproefd hebben?