Lezen: dagboeken uit Nijmegen uit de oorlog

Oorlogsdagboeken met bijzondere verhalen zijn online gezet door het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en het Regionaal Archief Nijmegen.

Dakota's vliegen over de beltkorenmolen in Bergeijk op 17 september 1944 tijdens de militaire operatie Market Garden eindigde in een catastrofe. ANP

Tijdens operatie Market Garden in 1944 begonnen honderden mensen dagboeken te schrijven. Soldaten die met parachutes landden; dat moest wel een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis zijn. Veertig oorlogsdagboeken uit Nijmegen en omgeving zijn nu online gezet.

Met een luchtlandingsoperatie wilden de geallieerden in 1944 belangrijke bruggen innemen, zodat de weg vrij was voor grondtroepen om tot het IJsselmeer te komen, en daarna door te stoten naar het Ruhrgebied. Duitsland zou dan nog voor kerst 1944 zijn bevrijd. Maar het liep anders. Het lukte niet de laatste brug in te nemen en de geallieerden strandden bij Arnhem. Met de Hongerwinter tot gevolg.

Bijzondere verhalen uit geschiedenis

Veel mensen beschreven in die periode wat ze meemaakten. Omdat alle gebeurtenissen (logischerwijs) veel indruk maakten. En omdat ze het weer durfden op te schrijven. Tijdens de bezetting was een dagboek bijhouden immers gevaarlijk. Al die persoonlijke verslagen, van zowel de grote gebeurtenissen als de kleine, geven een bijzondere inkijk in het leven toen.

Het Regionaal Archief Nijmegen en het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek hebben de dagboeken nu met toestemming van de nabestaanden online gezet. Op de site Het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis en in deze interactieve kaart met gegevens van Nijmegen tijdens de oorlog is behalve informatie over de schrijvers en de inhoud, ook te zien waar de dagboeken geschreven zijn.

Rense Havinga van het Bevrijdingsmuseum vertelde aan Radio Gelderland:

Directeur van een Kinderhuis

Zo schreef mevrouw Clasina Wilhelmina Wisman, die directeur was van Kinderhuis ‘Gelria’:

“Ik weet niet waar ik het eerst mee beginnen moet, zulke sensaties hebben we vandaag beleefd. Het moet er eerst maar even uit. Sedert vanavond 6 uur hebben we geen Duitse militairen in ons laantje meer maar…. AMERIKANEN!”

In haar dagboek beschrijft ze onder meer het leven in de inrichting, de contacten met geallieerden en de angst voor oorlogsgeweld - het kinderhuis lag midden in het frontgebied.

En Johanna Maria Fokkinga schrijft in haar dagboek:

“Voor ons wegen de laatste loodjes het zwaarst. Overal in de stad hangen aanplakbiljetten, waarin Nederlandsche jongens en mannen tusschen 17 en 55 jaar onder de scherpste bedreigingen worden gerekruteerd om voor de moffen zogenaamde ‘Deckungslöcher’ te gaan graven. In geval ze hun ‘plicht’ dienaangaande verzaken worden hun huizen in brand gestoken, hun bezittingen verbeurd verklaard of hun vrouwen en kinderen meegenomen. Het is niet te verwonderen, dat het aantal onderduikers steeds toeneemt, ook al in verband met de geruchten, dat er vele gijzelaars zullen worden opgehaald.”

En in dit dagboek wordt het leven in en om het paters-klooster in Alverna beschreven: van het plaatsen van een nieuwe kachel tot de inbeslagname van het klooster door de Duitse Wehrmacht, de inkwartiering van Duitse en Canadese soldaten, branden in het klooster en de bevrijding.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Bekijk de dagboeken op de site van het Huis van de Nijmeegse geschiedenis of op de interactieve kaart van Nijmegen.