Leven en denken als een filmpersonage

In de roman Het eerbetoon wordt een narcistische filmregisseur op subtiele wijze geconfronteerd met zijn verleden. Er moet zelfs een roomse biecht bij aan te pas komen om hem tot boetedoening te dwingen.

‘Caritas Romana’, een schilderij van Hendrick Bloemaert (1601-1672)

Het leven kan soms zo’n absurde wending nemen dat het op een film lijkt waarin je zelf een gastrol speelt. Zo’n ervaring moet de Israëlische schrijver A.B. Yehoshua hebben geïnspireerd voor zijn onlangs vertaalde roman Het eerbetoon. Hierin stapt de 70-jarige filmregisseur Jaïr Mozes zijn verleden binnen tijdens een retrospectief van zijn werk in het Spaanse bedevaartsoord Santiago de Compostella. Mozes wordt vergezeld door Ruth, een actrice van achter in de vijftig, die al sinds haar jonge jaren de hoofdrol in zijn films speelt. Maar in zijn nieuwe film krijgt ze geen rol toebedeeld, omdat ze te oud is. Mozes weet alleen nog niet hoe hij het haar moet vertellen. Een bijkomende hindernis is dat Ruth ernstig ziek is en dit ontkent.

Alleen al door die paar elementen is Het eerbetoon een klassieke Yehoshua-roman, waarin een gecompliceerde man-vrouwverhouding in een vervreemdende omgeving en de last van het verleden altijd een intrigerende plot opleveren. En dit keer draait het ook om schuld en boete, en culmineert het verhaal in een hallucinerende ontmoeting met Don Quichot.

Het onheil kondigt zich aan in de hotelkamer waar Mozes en Ruth door de organisatoren van het retrospectief zijn ondergebracht. Ze delen er het bed, wat ze thuis in Israël nooit doen. Mozes blijkt vooral uit vaderlijke zorg met zijn ster om te gaan en niet uit oprechte liefde. Maar voordat je daarachter bent, voert Yehoshua je eerst honderd bladzijden lang mee in een mysterie. Daardoor weet je aanvankelijk niet waar je aan toe bent, zo ontregelend is de situatie die wordt geschetst, zo dreigend zijn de opgevoerde personages.

Verleden

Als een psychoanalyticus graaft Yehoshua in het verleden van zijn personages. Het is een verteltechniek die hij in zijn roman Meneer Mani (1993) vervolmaakte en die hij in Het eerbetoon wat gekunsteld herhaalt door Mozes via zijn vroegere films met zijn narcisme te confronteren.

Wanneer Mozes in zijn hotelkamer een kopie van het schilderij Romeinse barmhartigheid van een Hollandse meester ziet hangen, besef je meteen dat hij voor zijn gedrag zal moeten boeten. Op dat doek staat een jonge vrouw, die haar tot de hongersdood veroordeelde vader uit barmhartigheid de borst geeft. Mozes raakt er door geïntrigeerd, omdat het hem doet denken aan een vergelijkbare scène uit zijn film De weigering van dertig jaar eerder. Hierin had Ruth de borst moeten geven aan een vergelijkbare figuur als op het schilderij. Maar ze kon het niet; de grens van haar acteren was bereikt. Mozes heeft die scène toen geschrapt, tot woede van zijn scenarioschrijver en vroegere leerling Sjaoel Trigano, die hem en Ruth – tot dat moment zijn geliefde – sindsdien niet meer wil kennen. Ook heeft Trigano daarna nooit meer een scenario geschreven.

Het schilderij blijkt onderdeel te zijn van Trigano’s wraak op Mozes, die hij ziet als degene die hem kapot heeft gemaakt. Mozes weigert zich er echter schuldig over te voelen. Maar in Santiago wordt hij zich van zijn ‘zonde’ bewust, vooral wanneer een dominicaner monnik hem als niet-christen de biecht afneemt. Tijdens dat ritueel komt van alles naar boven over zijn verhouding met Ruth. Mozes ziet haar bijvoorbeeld niet als zijn levenspartner, maar als een personage ‘dat terugkeert in zijn werk omdat hij zich verplicht voelt om haar bescherming te beden.’ Hij is een man die in films denkt en leeft. Niet voor niets verandert hij aan het eind van deze intrigerende roman zelf in een personage.

De verhouding tussen Mozes en Ruth wordt door Yehoshua subtiel beschreven. Het levert mooie zinnen op als: ‘Hij komt haar alleen nader als ze zijn nabijheid vraagt, en zij vraagt die alleen als hij haar een teken geeft dat hij de vraag kan en wil beantwoorden.’

Uiteindelijk lijkt Het eerbetoon te gaan om het lot van Ruth en de manier waarop zij door haar twee mannen, Mozes en Trigano, is behandeld. Trigano nam Ruth onder zijn hoede, omdat ze net als hij uit een arm Sefardisch-joods gezin uit Marokko kwam. Daarna werd Mozes, telg uit een welgestelde, intellectuele familie van Asjkenazische joden, haar beschermheer. De actrice wordt aldus ook inzet van een klassenstrijd tussen de briljante straatvechter Trigano en de elitaire Mozes.

Genadeloos

Niet alleen Trigano neemt wraak op Mozes, maar ook Ruth. Tijdens het retrospectief herinnert ze zich ineens wat voor een streken hij zijn acteurs heeft geleverd. Ze confronteert hem er genadeloos mee. Zo heeft Mozes op de montagetafel een klein meisje, dat in De weigering de jonge Ruth moest spelen, uit die film gesneden. Hij is zich nooit bewust geweest van het verdriet dat hij dat kind heeft aangedaan toen ze tijdens de première ontdekte dat ze niet op het witte doek schitterde.

Yehoshua is in Het eerbetoon opnieuw een superieure marionettenkoning. Dat blijkt het sterkst aan het einde van de roman, waar hij Mozes eerst de berg van het licht op stuurt door hem bij Trigano verhaal te laten halen. om hem daarna in Spanje op een excentrieke en perverse manier boete te laten doen.

Als halverwege Het eerbetoon de moeder van de organisator van het retrospectief aan Mozes vraagt waarom het einde van De weigering – waarin Ruth niet de barmhartigheid verbeeldt, maar op een strand de horizon tegemoet loopt – zo vaag en betekenisloos is, wrijft ze hem zijn middelmatigheid in. Vanaf dit moment begint tot hem door te dringen dat hij zijn succes vooral aan anderen te danken heeft. Het is het begin van zijn einde.