Koning, pak China principieel aan – dat wil het juist

Willem-Alexander moet in het openbaar de mensenrechtenkwestie in China aankaarten. De Chinezen verwachten niet anders. Juist onze koning kan voor verandering zorgen, meent Garrie van Pinxteren.

Illustratie Hajo

De discussie over of en hoe de koning de mensenrechten aan de orde moet stellen tijdens zijn bezoek aan China duurt nu al bijna langer dan het bezoek zelf. Maar wat zouden de Chinezen ervan vinden als de koning het gewoon deed? Volgens mij verwachten ze niet minder.

China herkent zich namelijk goed in landen die net als China aan hun principes vasthouden, hoe verschillend die principes ook zijn van de hunne. China stelde zich toen het nog veel zwakker was ook nooit ondergeschikt op tegenover de machtige VS. Alleen al daarom is het belangrijk dat Nederland zijn kritiek op de Chinese mensenrechten uit: om te laten zien dat we een land zijn dat voor zijn principes durft te staan, ook al weten we dat die kritiek niet meteen zal leiden tot een koerswijziging in het beleid van de Chinese president.

De koning heeft natuurlijk een beperkte vrijheid: alles wat hij in China doet of zegt moet afgestemd zijn met de regering. Maar, zoals Marc Chavannes eerder in deze krant opmerkte, de koning moet het wel willen doen en zeggen. Daarin zit voor hem onderhandelingsruimte. Dat is goed: anders zou hij niet meer zijn dan een marionet van een toevallige regering. Wie moet hij als voorbeeld nemen? De Britse premier Cameron?

Die doet er alles aan om van Groot-Brittannië de belangrijkste partner van China in Europa te maken. Hij wil zich daarvoor best nederig en kritiekloos opstellen. Prins Charles, minder enthousiast over die capitulatie voor China, bleef weg van het staatsbanket. Moet Willem-Alexander niet met gepaste afstand kijken naar Nederlands economische belangen en ook andere gevoelens verwoorden die in Nederland leven?

Een indicatie van wat de koning na aan het hart ligt, is zijn recente toespraak voor de Verenigde Naties: „Ieder die strijdt voor gerechtigheid, vindt ons koninkrijk aan zijn zijde.” Hij zei dat vast niet alleen om een zetel voor Nederland in de VN-Veiligheidsraad in de wacht te slepen. Als hij inderdaad oprecht was, dan is juist de koning in een positie om de opvallende Nederlandse zwijgzaamheid over mensenrechtenschendingen in China te doorbreken.

Die zwijgzaamheid hangt samen met wat op het eerste gezicht nuttig lijkt: de Nederlandse mensenrechtendialoog met China. Die werd in 2013 tot de vreugde van Nederland na vier jaar hervat. Dat heeft in de praktijk een ongewenst en wellicht onvoorzien bijeffect gehad. Zoals Oscar Garschagen in deze krant uitlegde: kwesties over de mensenrechten worden nu vrijwel exclusief binnen de mensenrechtendialoog besproken – en niet meer op het niveau van premier en ministers. Die hebben zo hun handen vrij voor lucratievere zaken. Dat is niet louter een Nederlands verschijnsel. Ook binnen de EU leidt het hebben van een mensenrechtendialoog ertoe dat er op hoog niveau en in het openbaar nauwelijks kritiek wordt geuit.

De Duitse politicoloog Katrin Kinzelbach onderzocht de mensenrechtendialoog tussen de EU en China in de periode 1995-2010 en schreef er een boek over.

Ze concludeert dat de EU-China mensenrechtendialoog geen aanwijsbare, concrete resultaten heeft opgeleverd, simpelweg omdat de EU daar nooit specifiek op heeft aangestuurd en omdat China er zeker niet op uit was. Waar de VS altijd hebben vastgehouden aan een ‘wortel-en-stok’-methode, waarbij China bepaalde wensen vervuld kreeg als het bijvoorbeeld bepaalde dissidenten naar de VS liet vertrekken, is de Europese mensenrechtendialoog in vrijblijvendheid blijven steken.

Juist de koning zou een eenvoudige, maar cruciale rol kunnen spelen in het veranderen van die ongewenste situatie. Zowel China als Nederland verwacht van hem dat hij de breedst mogelijke Nederlandse belangen verdedigt. Dat zijn niet alleen economische. Het zijn ook de principes waarvan juist de koning zegt dat wij ervoor moeten staan: die van de rechtsstaat. Hij gaf in New York aan niet alleen in de rechtsstaat te geloven voor Nederland. Hij beloofde dat Nederland ook mensen zou bijstaan in landen waar de rechtsbescherming onder druk staat. Dat is in China het geval. Het zou daarom goed en passend zijn als juist hij in het openbaar vraagt naar de opvattingen over de rechtsstaat van de Chinese president. Geen gekke vraag: Xi legt zelf steeds nadruk op versterking van de rechtsstaat.

Schaadt de koning de Nederlandse positie als hij zoiets openlijk vraagt? Integendeel. We presenteren ons dan als land dat consistent voor bepaalde waarden staat; waarden die het in de VN met net zo veel overtuiging uitdraagt als in China. Als de koning dat doet, getuigt dat van grote persoonlijke klasse.