In Amsterdam heet het ‘tent’, in Rotterdam ‘zaak’

Voor één keer trekken onze culiniaire medewerkers Frank van Dijl en Wim de Jong over de stadsgrens. Is er in Amsterdam voor de lekkerbek ook wat te beleven?

Foto’s Thinkstock

Ja, er zijn verschillen tussen Amsterdam en Rotterdam – ook op culinair gebied. Volgens Wim Pijbes, hoofddirecteur van het Rijksmuseum maar woonachtig in Rotterdam, snijden ze in Amsterdam de haring in stukjes, in Rotterdam laat je hem tot aan de staart in zijn geheel je keel in glijden. In Amsterdam heet een restaurant een „tent”, in Rotterdam spreken ze van een „zaak”. Dan is een biertje op het Leidseplein ook nog eens duurder dan op de Coolsingel.

Wim Pijbes: „In Amsterdam vraagt men zich eerst af wie waar komt, hoe het eruit ziet en pas dan: wat is er te eten? In Rotterdam is de volgorde precies andersom.”

Hogesnelheidslijn

Sinds zijn komst naar het Rijksmuseum in 2008 reist Pijbes elke ochtend met de hogesnelheidstrein van Rotterdam naar Amsterdam, als hij uit hoofde van zijn functie niet in het buitenland zit tenminste. „Ik ken de stad intussen ontzettend goed, zeker culinair”, zegt hij. Als je hem vraagt naar namen van zaken, eh, tenten, begint hij uiteraard met Rijks (Museumstraat 2), het restaurant van het Rijksmuseum. „Dat staat voor mij uiteraard op nummer één. Het heeft nog geen ster, maar Joris Bijdendijk kookt wel degelijk op sterrenniveau”, zegt Pijbes. Wie weet krijgt hij op 7 december, als Michelin de nieuwe restaurantgids presenteert, gelijk.

Tempo doeloegevoel

„Het hangt natuurlijk af van het gezelschap en de gelegenheid waar ik eet. Heel vaak kom ik bij Sama Sebo, vlak bij het museum (P.C. Hooftstraat 27). Daar zit je voor het tempo-doeloegevoel; ze serveren er de authentieke rijsttafel. Ik neem er altijd de saté kambing (geit) met lontongrijst.

Ik kom ook graag bij Marius (Barentszstraat 173), een huiskamerrestaurant: dat is absoluut top. Ook heel goed is Café Modern (Meidoornweg 2). Dat zit in Noord in een oud bankfiliaal. Bij Rijsel (Marcusstraat 52) eet ik graag piepkuiken, dat is daar erg lekker.”

Amsterdamse hippigheid

Hij is wel „klaar met die Amsterdamse hippigheid: gin-tonic in een jampotje, dat soort dingen”, zegt Wim Pijbes.

En als hij mensen mee uit eten neemt in Rotterdam? „Ook dan geldt natuurlijk: wat is de gelegenheid? Als ik met mensen ben die het avontuur niet schuwen, neem ik ze mee naar Dertien (Schiedamse Vest 30). Maar Katendrecht vind ik ook erg leuk. Zo eet ik graag Thais bij Delibird (Delistraat 46c).”

Grote kans dat Wim Pijbes daar Krijn Meerburg tegenkomt. Meerburg werd in oktober 2011 directeur van het LantarenVenster op de Kop van Zuid. Hij greep zijn nieuwe baan aan om te verhuizen van Amsterdam naar Rotterdam. Wonend in de New Orleans (boven zijn werk) graast hij de buurt af. „Ik hou erg van de Kaap”, zegt hij. Kiest hij niet voor Delibird, dan gaat hij misschien voor „een pizzaatje” naar Bleij (Brede Hilledijk 269), maar ook bij Bistrot Du Bac (Sumatraweg 5), Ono (Antoine Platekade 1005) of Vislokaal Kaap (Delistraat 48) strijkt hij graag neer.

Hem naar een Amsterdams adres gevraagd, komt hij met Dauphine (Prins Bernhardplein 175), gevestigd in een oude Renaultgarage.

Maar soms gaat hij de deur niet uit en eet hij in LantarenVenster (Otto Reuchlinweg 996) zelf: „We serveren geen culinaire hoogstandjes, maar gewoon prettige gerechten.”

Eetschilderij

Natuurlijk vraag je de directeur van een filmhuis ook naar zijn favoriete eetfilm. „Dat is Tampopo, een sympathieke Japanse film.”

Het mooiste eetschilderij volgens Wim Pijbes? „De Asperges van Adriaen Coorte. Een prachtig schilderij.” Te zien in het Rijksmuseum. Natuurlijk.