Column

Ieder z’n eigen hek, fijn onder elkaar

BOEDAPEST - Grens tussen Servië en Hongarije. Prikkeldraad tegen vluchtelingen. Foto Arie Kievit / ANP

Als de werkelijkheid rare sprongen maakt, zijn wilde plannen ineens minder wild. Dat blijkt ook in de vluchtelingencrisis. De Egyptische miljardair Naguib Sawiris wil een of twee onbewoonde Griekse eilanden kopen en er 200.000 vluchtelingen uit Syrië huisvesten. Zij zouden de plek tot toeristentrekpleister ombouwen en er dan werken. ‘Aylan Island’ moet het gaan heten, naar het begin september aan de Turkse kust aangespoelde Syrische peutertje. Vorige week liet de Egyptenaar teleurgesteld weten dat de Griekse autoriteiten nog weinig sjoege geven – maar hij houdt moed. Nog zo’n plan is ‘Refugee Nation’, deze zomer bedacht door een makelaar uit Californië. Deze Jason Buzi wil via crowdfunding het geld bijeen brengen om een stuk land voor ontheemden te kopen of leasen. „Er zijn zoveel statenloze burgers, het idee is: als we hun een staat geven hebben ze een veilige plek om te leven en werken zoals iedereen.” De praktische obstakels vergeet hij even; dat komt later wel. Toch ontbreken historische voorbeelden niet. Denk aan de West-Afrikaanse staat Liberia, gesticht in 1847 als Amerikaanse kolonie voor vrij geworden Noord-Amerikaanse en Caraïbische slaven. En is niet de staat Israël, gesticht in 1948, ook een ‘vluchtelingennatie’? Daar ging natuurlijk wel de aardschok van de Holocaust aan vooraf. Tevens sloot het idee aan bij de eeuwenoude Joodse hoop eens uit diaspora terug te keren naar het Beloofde Land; de Joden ontbeerden een staat, maar deelden tenminste een verhaal. Wel blijft ook daar de praktijk nogal weerbarstig.

Minder creatief dan een vluchtelingenstaat, maar vanuit eenzelfde verlangen naar daadkracht en eenvoud: zet een hek. Een hek tussen landen – het drama in de Balkan vandaag; de vluchtweg veranderd in hordenloop – maar ook binnen landen. De extreemrechtse Pegidakandidaat voor het burgemeesterschap van Dresden wil van deelstaat Saksen een staat met eigen grenzen maken. Säxit, zo is het mogelijke vertrek uit de Bondsrepubliek al gedoopt, met een rijm op ‘Grexit’ en ‘Brexit’. Ook Beieren, op de Balkanroute de toegangspoort tot de rest van Duitsland, speelde met het idee de grenzen tijdelijk te sluiten. Het klinkt als een open deur, maar aan een hek zitten twee kanten. Het hek voor de ander is ook het hek voor jezelf. Buitensluiting kan overgaan in insluiting. Boeven achter slot en grendel, leprozen in een getto, vluchtelingen achter slagbomen, maar zodra er buiten te veel ongure types zijn, bouwen we onze vrijwillige gevangenis, de gated community – ook beschikbaar als Facebookgroep of vakantieressort. Fijn onder elkaar, maar wel met steeds minder mensen. Daarom draaien hedendaagse identiteitskwesties er zo vaak om hoe ruim de grens wordt getrokken. Een hek om Europa, een dijk om Nederland, de ophaalbrug omhoog in Woerden? Wat voor de een de bevrijding van een vreemd juk is, betekent voor de ander acute benauwdheid.

Stadslucht maakt vrij, heette het in de Middeleeuwen. Boeren en buitenlui moesten wel eerst de stadspoort door, om burger te kunnen worden. ‘Poorter’ heette het, een woord waarin je de poort nog hoort, zoals de burcht in de burger. Voor Hannah Arendt, ongeëvenaard denker van de publieke ruimte, zijn het de muren en de wetten die een polis, een stad of een staat, stevigheid bieden. Maar, zegt zij, muren en wetten kunnen niet zonder verhalen, zonder sprekers en luisteraars die herinneringen onderhouden en toekomstverwachtingen delen. Bij alle terechte acute bekommernis om onze buitengrenzen, verdwijnt dat laatste uit zicht. Willen we een grens delen, als Nederlanders, als Europeanen, dan moeten we ook een verhaal delen. Anders zit straks ieder achter een eigen hek, of op zijn eigen eiland.