Hij was slachtoffer van een gebrek aan nuance

Necrologie

Oud-fractievoorzitter CDA

Willem Aantjes, prominent politicus in de jaren zestig en zeventig, is overleden. Zijn politieke carrière kwam in 1978 ineens ten einde, door onthullingen over zijn oorlogsverleden.

Willem Aantjes in 2013. Foto Merlin Daleman

Op de avond van 6 november 1978 wordt een einde gemaakt aan het politieke leven van Willem Aantjes. De executeur heet Loe de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD, tegenwoordig NIOD) en het gebeurt voor het oog van de tv-camera.

De Jong, op zijn specialisatie de Tweede Wereldoorlog een man van bijna onaantastbaar gezag, klaagt aan én veroordeelt: Aantjes, de fractieleider van het CDA in de Tweede Kamer, is in de Tweede Wereldoorlog SS’er geweest, in vreemde krijgsdienst dus. Hij is dus eigenlijk geen Nederlander meer en had nooit in de Tweede Kamer zitting mogen nemen – waarvan hij dan al twintig jaar lid is.

De val van de donderdag op 92-jarige leeftijd overleden Willem Aantjes is een van de schokkendste politieke gebeurtenissen in naoorlogs Nederland.

Willem Aantjes wordt geboren op 16 januari 1923 in Bleskensgraaf. Dat ligt in de Alblasserwaard, dan een geïsoleerde polder in Zuid-Holland, godsdienstig overheerst door de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde Kerk. Dat betekent politiek gesproken gewoonlijk een oriëntatie op de SGP, maar de familie Aantjes behoort tot de ‘gematigde bonders’ – Willem mag fietsen op zondag – en in navolging van vader Klaas wordt hij lid van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP).

Burgemeesterszoon actief in ARP

In 1950 wordt Aantjes sr. benoemd tot burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht. Luttele maanden later overlijdt hij op 56-jarige leeftijd. Zoon Willem, 28, heeft al bestuurlijke ambities. Onafhankelijk van elkaar solliciteren hij en zijn twee jaar oudere broer Jan naar de post die door het overlijden van hun vader was vrijgekomen. Ze worden het geen van beiden.

Eén jaar later treedt Willem in dienst bij de Nederlands Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond. Hier treft hij invloedrijke ARP’ers en in de partij zelf wordt Aantjes ook actiever. Hij positioneert zich op de rechterflank. Zo keert hij zich tegen de invoering van de AOW.

In 1959 wordt hij lid van de Tweede Kamer. De visserijbegroting wordt zijn eerste klus, al zaait de wijze waarop Aantjes dat verneemt enige verwarring bij hem. In een restaurant hoort hij, met de kaart voor ogen, van de fractiesecretaris: „Doe jij maar de vis.” Even veronderstelt het nieuwe Kamerlid, backbencher nog, dat hij zelfs niet vrij is in zijn menukeuze.

Achtervolgd door oorlogsverleden

Terwijl Aantjes’ ster rijst – in 1966 kiest de AR-fractie hem tot vicevoorzitter – wordt hij achtervolgd door zijn oorlogsverleden. In 1967, bij de vorming van het kabinet-De Jong, ziet de fractieleider van de ARP, Barend Biesheuvel, in Aantjes de geschikte minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Zijn kandidatuur wordt openbaar en dat is voor degenen die iets weten of denken te weten van Aantjes’ gedragingen in de oorlog het signaal om – soms andermaal – in de pen te klimmen. Het gaat om klas- of schoolgenoten, maar ook om oorlogsgevangenen die Aantjes in het strafkamp Port Natal bij Assen hebben meegemaakt.

De AR-top komt tot de overtuiging dat Aantjes geen minister kan worden. Zelf laat hij Piet de Jong weten dat hij twijfelt aan zijn psychische geschiktheid voor het ministerschap – hij is enkele jaren geleden behandeld na een zenuwinzinking. In het openbaar zegt hij er „om strikt persoonlijke redenen” van af te zien.

Dienaar van de Kroon mocht Aantjes niet worden, maar in de pikorde van de ARP blijft hij stijgen. In 1971, als het kabinet-Biesheuvel aantreedt, wordt Aantjes leider van de Tweede Kamerfractie. En van de rechtervleugel in de partij schuift hij geleidelijk naar de linkervleugel. Het kabinet houdt het maar twee jaar vol en wordt gevolgd door het linkse kabinet-Den Uyl. Aantjes behoort tot de acht van de veertien AR-Kamerleden die met de komst van dit kabinet instemmen.

De markante Bergrede

Het CDA, resultaat van een fusie tussen KVP, ARP en CHU, wordt de jaren daarna de machtigste partij. Aantjes behoort tot de AR-vleugel die de totstandkoming van het Christen Democratisch Appèl met argwaan beziet. Waar hij het evangelie als absolute richtsnoer voor het politieke handelen ziet en meent dat alle CDA-leden zich daaraan moeten binden, verkiest de rooms-katholieke KVP een pragmatischer benadering.

Een markant moment in dit dispuut is de ‘Bergrede’ die Aantjes houdt op het eerste CDA-congres uit de geschiedenis, op 23 augustus 1975. Met trillende lip verwijst hij naar Mattheüs 25: „De hongerigen worden niet gevoed. Zij sterven als ratten. [...] En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. [...] De wereld húnkert naar christelijke politiek.”

Behalve als die man die ‘fout’ was in de oorlog zal Aantjes later vooral door deze rede worden herinnerd. In de zaal zitten CDA-leden met tranen in de ogen als ze Aantjes een donderend applaus geven. Maar hij krijgt niet zijn zin bij zijn pogingen om het CDA aan zijn richtsnoer te binden. KVP-leider Dries van Agt reageert: „Het huis openen voor iedere vreemdeling die aanklopt, dan zitten we meteen in de immigratiepolitiek. In de praktijk kan dat natuurlijk helemaal niet.”

Willem Aantjes krijgt een grote troostprijs: hij wordt fractieleider van het CDA. Ook al is hij een van de zes, later zeven, ‘loyalisten’ binnen de fractie die in 1978 weigeren zich te binden aan het kabinet van Van Agt (CDA) en Hans Wiegel (VVD). Het kabinet moet steeds maar afwachten of de gedoogsteun die zij zuinigjes hadden toegezegd, in de praktijk een meerderheid in de Tweede Kamer oplevert. In deze positie wordt Aantjes, in de woorden van fractiegenoot Sytze Faber, „de machtigste man van Nederland”.

Tot hij met donderend geraas van zijn voetstuk valt. Aanhoudende geruchten over zijn oorlogsverleden en informanten die zich tot het instituut hadden gewend, leiden tot het RIOD-onderzoek.

Loe de Jong is slordig geweest

Later blijkt uit een onderzoek van een ‘Commissie van Drie’ dat De Jong de beschuldiging tegen Aantjes veel te zwaar heeft aangezet. Hij was geen lid geweest van de Waffen-SS, maar had zich in 1944 gemeld voor de (niet-militaire) Germaansche SS. Dat was een mislukte poging om uit Duitsland – waar hij als postbode te werk was gesteld – weg te komen en in Nederland onder te duiken. Hij belandde in strafkamp Port Natal, omdat hij weigerde het uniform van Landstorm Nederland, onderdeel van de SS, aan te trekken.

In het Nederland van de jaren zeventig maken deze nuances weinig indruk. Fout in de oorlog is fout in de oorlog. In al zijn eigen beweringen over zijn oorlogsverleden heeft Aantjes bovendien al die jaren zorgvuldig de letters SS vermeden. De politicus die anderen moreel de maat nam, had deze ongemakkelijke feiten altijd voor zich gehouden. Zelf geeft hij die fout toe. „Er had een moment moeten zijn waarop ik zelf had bedacht: nu vertel ik het”, zei hij in NRC Handelsblad in 2008.

Verongelijkt ging Aantjes na zijn val door het leven. Lange tijd sloeg hij geen CDA-congres over. Prominente partijgenoten herinnerde hij er bij voortduring aan dat hij na het ‘eerherstel’ dat hem min of meer was gegeven – zo zag hij het althans zelf – recht had op een publieke functie. Een genante reeks mislukkingen was het gevolg – ‘ze’ moesten hem niet meer. In arren moede – hij had letterlijk het geld nodig – aanvaardde hij dan maar het voorzitterschap van de Kampeerraad.

CDA-staatssecretaris Enneüs Heerma bezorgde hem in 1988 dan toch een functie met enige status: vicevoorzitter van de Raad voor de Volkshuisvesting. De politieke spanningen, aldus de lezing van Aantjes, vader van drie kinderen, kostten hem in 1995 ook zijn huwelijk (met een Duitse vrouw); in 2000 hertrouwde hij.

In 2001 werd hij publiekelijk gerehabiliteerd. Dries van Agt, premier toen het RIOD-rapport verscheen, gaf in het tv-programma Het zwarte schaap toe dat Aantjes „vrijwel niets had misdaan”. Zelf reageerde hij berustend en verzoenend: „Ik heb de wens om in vrede met God en alle mensen te overlijden. En wat de mensen betreft ben ik een heel eind.”

Hij bleef zich tot op hoge leeftijd publiekelijk met de politiek bemoeien. In 2010 piekte de aandacht rond hem, omdat Aantjes een van de eerste CDA-leden was die kritisch waren over eventuele samenwerking met de PVV. Bij de verkiezingen dat jaar ging zijn stem naar de ChristenUnie, omdat het CDA zich niet had uitgesproken tegen een coalitie met de PVV. Huidig CDA-leider Sybrand van Haersma Buma heeft inmiddels de PVV uitgesloten als regeringspartner.

In 2013 blikte Aantjes in NRC nog een keer terug. Of hij zich slachtoffer voelde van Loe de Jong? „Ik ben ook slachtoffer geworden van mijn eigen fouten. Wat ik De Jong erg kwalijk neem, is dat hij alles geschematiseerd heeft in goed of fout.”