Guatemala verdient juist nu onze steun

Zaterdag stemt Guatemala. Nederland moet de steun aan het land hervatten, vinden Marlies Stappers en Sander Wirken.

Afgelopen maand werd in Guatemala geschiedenis geschreven. Na weken van grote protesten op straat tegen de corruptie in het land kwam president Pérez Molina ten val. Hij werd niet alleen afgezet als president, maar werd diezelfde dag nog overgebracht naar de gevangenis. Die doorbraak is goeddeels te danken aan de Internationale Commissie tegen de Straffeloosheid in Guatemala (CICIG), ingesteld door de VN. Die leidde, samen met het nationale Openbaar Ministerie, het onderzoek naar corruptiepraktijken van Pérez Molina. Zijn arrestatie heeft een ongekend optimisme losgemaakt. De bevolking, cynisch geworden door decennia van geweld, corruptie en straffeloosheid, durft nu weer te hopen op een betere toekomst en en eist veranderingen. Gegeven de spectaculaire doorbraken in de strijd tegen corruptie en straffeloosheid zou je verwachten dat de Nederlandse regering – met de internationale rechtsorde hoog in het vaandel – de CICIG krachtig steunt.

Helaas. Toen Nederland in 2013 haar ambassade in Guatemala sloot, werd ondanks het dringende verzoek van de CICIG en het toenmalig hoofd van het Openbaar Ministerie Claudia Paz, ook de steun aan de CICIG stopgezet. Onze regering, met minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen voorop, zet veel te optimistisch in op handel als vanzelfsprekende opstap naar ontwikkeling.

Dat die aanname misplaatst is, tonen de recente ontwikkelingen in Guatemala aan. Het corruptieschandaal waarover Pérez Molina viel, draaide om een netwerk binnen de douane en de belastingdienst. In ruil voor steekpenningen werd een oogje toegeknepen bij heffing van im- en exportbelastingen. Zo liep de Guatemalteekse schatkist miljoenen mis. Het leverde de president, de vicepresident en anderen miljoenen op. Het lucratiefst was het voor de bedrijven die internationaal zaken doen in Guatemala. In een dergelijke context vertrouwen op de vanzelfsprekendheid van positieve effecten van buitenlandse handel is een misvatting.

Ploumens beleid is niet alleen een sociaal-democratisch bewindspersoon onwaardig, het miskent ook de grondwettelijke opdracht van de regering over bevordering van de internationale rechtsorde.

Handel kan alleen tot ontwikkeling leiden als het plaatsvindt in de context van een degelijke rechtsstaat. In Guatemala is die er helaas niet. De machtige diepgewortelde structuren van straffeloosheid zullen proberen hun greep op de instituties te heroveren, te beginnen bij de presidentsverkiezingen aanstaande zaterdag. De CICIG blijft daarom voorlopig van cruciaal belang en verdient politieke en financiële steun van Nederland. Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) beloofde tijdens zijn recente bezoek aan Guatemala de mogelijkheden tot hervatting van steun aan de CICIG en onafhankelijke rechters in het land te onderzoeken. Hopelijk beperkt ons land zich niet alleen tot het bevorderen van buitenlandse handel en wordt de steun aan het opbouwen van de rechtsstaat in Midden-Amerika snel hervat.