Gespierde taal in de Ajaxstraat

Op acht minuten lopen van de tramhalte op de chique Bergse Dorpsstraat, ligt de Ajaxstraat. Een rustige straat met lage flats, tussen de Orionstraat en het Minervaplein. Uit een van die flats komen twee jongens gestapt, in sportkleren. Dave en Joël, een eeneiige tweeling van 24. Hun oma woont in de flat, ze zijn een paar straten verder opgegroeid.

De straatnaam heeft natuurlijk niets te maken met de voetbalclub, maar toch, voor de beleefdheid hadden ze er best ‘Ajaax’ van kunnen maken, vindt Dave.

Joël laat een filmpje zien op zijn telefoon. Toen was hij nog een gassie van 16 met een matje in z’n nek. „Als het aan mij leg zijn morgen die bordjes weg”, zegt hij tegen de camera en rukt een straatnaambordje van de muur. Dat bordje is inmiddels gerepareerd.

Dave en Joël zijn nog steeds voor Feyenoord, maar met minder passie. „Kijk”, zegt Dave, „een stratenmaker komt om 6 uur uit zijn nest en krijgt 12,50 per uur.” Joël: „Als we al het geld voor voetbal aan iets anders zouden uitgeven, werd de wereld in één klap een stuk beter.”

Zelf doen ze aan professioneel bodybuilden. Zeven dagen per week. Daar heb je ook wedstrijden van. Joel lacht: „Een soort vleeskeuring.” Dave: „Net als een missverkiezing, maar dan voor mannen.”

De Sterkste Man Zevenkamp, daar hebben ze ook aan meegedaan. Weer een filmpje: Joël in een oranje T-shirt die een vrachtwagen voortrekt. Ze hebben niet gewonnen: er deden mannen mee, die waren zo groot als die vrachtwagen zelf.

„Goed eten moet je”, zegt Dave. Joel: „Pasta, met paprikaatjes, 2 kilo gehakt.” En van die proteïne shakes. Dave: „Met gekookte aardappelen.”

Ze hebben veel succes bij de meisjes tegenwoordig. Maar veel meisjes zijn ook bang: die durven niet af te stappen op een jongen die knapper is dan zij. In Amsterdam gaat dat makkelijker. Dave: „Je moet het zo zien: in Rotterdam komen de mensen om blowtjes te kopen, in Amsterdam staat er een bord met ‘géén cocaïne’.” Joël: „Het is beter feesten in Amsterdam, maar het is hier beter wonen.”

Deze straat is net een zomerkamp, zeggen ze. „Iedereen kent iedereen.” Al wordt het ook hier steeds minder gezellig. Zoals hun oma dat zegt: „De kakkers nemen de buurt over.”