Drie universitaire onderzoekers: inspiratie, samenwerking en wurgende bureaucratie

‘Ik word somber van de bureaucratie’

Naam: Hanneke van Laarhoven

Functie: Hoogleraar Translationele medische oncologie aan de Universiteit van Amsterdam en het Academisch Medisch Centrum.

„Ik wil de behandeling van patiënten met kanker verbeteren. Ik richt me op kanker van slokdarm, maag en alvleesklier. We proberen beeldtechnologie, zoals MRI-scans, te verbeteren, zodat je veranderingen van de tumor kunt volgen zonder steeds biopten te hoeven nemen. In het lab testen we behandelingen uit op stukjes tumor en kijken hoe ze reageren. We zijn bezig een database van patiënten op te zetten, met gegevens over hun behandeling, bijwerkingen, hun kwaliteit van leven. Uiteindelijk draait het om één vraag: wat wil de patiënt, en wat heeft ie daarvoor over? Je moet er goed voor kunnen luisteren, maar dat gebeurt in de praktijk minder dan je zou hopen. Daarom onderzoeken we het effect van extra training van medisch oncologen in shared decision making. Ik ben ervan overtuigd dat juist de interactie tussen de kliniek, het lab, de psychologie, religiewetenschappen, ons in staat stelt de kanker, én de patiënt beter te begrijpen.

„Het goede aan Nederland vind ik dat disciplines makkelijk en veel samenwerken. Maar erg somber word ik van de wurgende bureaucratie. Als je ziet hoeveel onzinnige formulieren ik moet invullen voor sommige studies. Wat een tijdverspilling! Het is gebaseerd op wántrouwen in plaats van vértrouwen.”

‘In Canada heb je geen Veni-Vidi-Vici’

Naam: Erik Kwakkel

Functie: Universitair docent Boekwetenschappen, bibliotheekwetenschappen en informatiewetenschappen aan de Universiteit Leiden.

„Ik bestudeer de vorm van boeken uit de elfde tot en met de dertiende eeuw. Hoe groot ze zijn, hoe de lay-out eruit ziet. Het vertelt iets over de lezer. In tegenstelling tot monniken lazen studenten aan de universiteiten vaak boeken van kleiner formaat. Ze waren van slechter perkament gemaakt en voorzien van heel ruime marges om aantekeningen in te maken.

„In Nederland vind ik de Veni-Vidi-Vici-beurzen van NWO heel goed. Een zak geld van 800.000 euro om vrij te besteden aan onderzoek. Ik heb ook zeven jaar in Canada gewerkt, maar zoiets had je daar niet. Ik ben in 2010 teruggekomen naar Nederland omdat ik een Vidi-beurs kreeg. Het is niet voor niks dat Brussel dit systeem heeft overgenomen.

„Vervelend vind ik dat het voor mijn gevoel moeilijker aan het worden is om geld te krijgen. Aio’s zijn via de eerste geldstroom niet meer te krijgen. Bij NWO is de ‘investering middelgroot’ voor Geesteswetenschappen geschrapt. Dat is een forse bezuiniging geweest.”

‘Nederland is opener en creatiever’

Naam: Nathalie Katsonis

Functie: Universitair docent Bio-geïnspireerde en slimme materialen, Universiteit Twente.

„Ik wil een slim, complex materiaal ontwikkelen dat zichzelf kan bewegen, dat reageert op prikkels, en zichzelf geneest. Waarmee je bijvoorbeeld kunstmatige spieren kunt bouwen. We staan nog maar aan het begin. Vorig jaar hebben we een materiaal gemaakt dat zich onder invloed van licht om iets heen kan winden, zoals ranken doen.

„Ik heb een voorliefde voor planten, en hun bewegingen. Het openen en sluiten van de Venusvliegenvanger is toch prachtig! Of hoe sommige zaden zichzelf begraven.

„Ik ben in Frankrijk opgegroeid. De universitaire wereld is er hiërarchisch, en niet echt internationaal georiënteerd. Mijn man had moeite een academische baan te vinden omdat hij geen Frans sprak. Nederland is opener. Het is geen probleem dat we nog niet heel goed Nederlands spreken. Onderzoekers zijn hier vrijer. Dat stimuleert de creativiteit. Mensen denken in mogelijkheden, niet in problemen.

„Frustrerend vind ik de afgenomen kans om bij NWO subsidie te krijgen. De kans op een Echo Grant, een chemiebeurs, is gezakt naar 8 procent. Al die tijd dat je voor niks projectaanvragen zit te schrijven. Ik doe liever spannend onderzoek.”