De ontvangst in Nederland blijft redelijk hartelijk

Asielzoekers in Nederland laten zich niet snel afschrikken door sobere opvang, lange wachttijd of brieven. Een rondgang langs asielzoekerscentra.

In Kortenhoef, in de gemeente Wijdemeren, zijn honderd asielzoekers opgevangen in sporthal de Fuik. Vrijwilligers nemen de kinderen mee naar de speeltuin.

Voelen vluchtelingen zich welkom in Nederland? Terwijl de weerstand groeit in dorpen, steden en onder politici, klinken hier en daar kritische geluiden onder vluchtelingen die in Nederland worden opgevangen. Verhalen over lange wachttijden en sobere voorzieningen voor mensen die het koud hebben. Nederlandse politici die werk maken van ontmoediging: via posters en flyers (Wilders) of een brief (staatssecretaris Dijkhoff). Er klinkt de verzuchting dat België misschien wel aantrekkelijker is.

De NOS haalde gisteren een Syriër aan die stelt dat het imago van Nederland onder landgenoten op Facebook radicaal is omgeslagen. De omroep citeert Syriërs die klagen over de sobere opvang. Sommigen schrijven dat ze van hot naar her worden gesleept. Anderen overwegen terug te gaan naar Syrië. „Ik ben naar Nederland gevlucht en al 20 dagen hier, maar ze hebben nog niet eens vingerafdrukken genomen”, schrijft een meisje. „Ga niet naar Nederland, als je al onderweg bent, kies dan een andere bestemming”, meldt een ander.

Wat zeggen vluchtelingen die Nederland bereikt hebben over hun land van herkomst? Een rondgang langs asielzoekerscentra leert dat de stemming nog lang niet onder alle vluchtelingen is omgeslagen.

Oisterwijk: Nederland is ‘veilig’ en ‘respectvol’

In het Brabantse Oisterwijk ligt het asielzoekerscentrum in de bossen, buiten een villawijk. „Holland is good!” zegt Azad (14), nu drie maanden in Nederland. De stad waar hij opgroeide, het Syrische Kobani, staat met pen geschreven op zijn hand.

Twee jonge Eritreeërs komen aan op de fiets. Ze zijn naar de winkel geweest voor yoghurt en zonnebloemolie. Een van hen draagt een sjaaltje van voetbalclub Quickboys uit Katwijk aan Zee. Ze zijn hier een paar dagen. Hun eerste indruk: Nederland is „comfortabel”, „respectvol” en, belangrijker, „een meritocratie”. De jongen die het beste Engels kan: „Het is hier veilig.”

Zwolle: teleurstelling en geruchten

In de IJsselhallen te Zwolle waren de asielzoekers eerst vooral dankbaar dat ze hier terecht konden. Maar na een paar weken opvang ontstond wat onrust. Dat ging vooral over de vraag: waarom wonen wij hier zo lang? Ze wisten, al voor ze uit Syrië vertrokken, precies hoe het hier in Nederland toeging. Dat ze naar Ter Apel moesten, dat ze in een noodopvang zouden komen en dat ze van daaruit door zouden reizen naar een asielzoekerscentrum. Toen de volgende vluchtelingen in de IJsselhallen aankwamen, werden de eersten ineens achterdochtig. Hoe kon het dat zij hier nog zaten en dat er van die nieuwkomers sommigen meteen naar een azc konden?

En toen kwamen de geruchten. Dat de christenen werden voorgetrokken. Dat de soennieten en alevieten uit elkaar werden gehouden. Christenen zeiden dat er IS-aanhangers onder de moslims zaten en dat het daarom allemaal zo lang duurde. Dit waren de geruchten van mensen die door de ambtelijke molens gingen en geen idee hadden van de overwegingen die ver over hun hoofden heen werden gemaakt. Ze waren boos, ze waren teleurgesteld, ze waren ongerust.

Rosmalen: zelf taalles organiseren

Positiever gestemd zijn vluchtelingen in de noodopvang in Rosmalen. Syriër Fadi Debo (24) voelt zich welkom. „Er zijn Nederlanders die hier samen met ons komen volleyballen en voetballen. Er zijn vrijwilligers die ons Nederlandse les komen geven. In de recreatieruimte staan televisies, tafeltennistafels, tafelvoetbaltafels. Op straat word ik vriendelijk gegroet.”

Omar Kazbar (30) uit Syrië is ook dankbaar voor zijn slaapplek, en voor de drie maaltijden die hij per dag krijgt. Hij wordt alleen onrustig van het wachten. Hij is ingenieur, spreekt ook Turks en Engels en zou graag zo snel mogelijk willen werken.

De asielzoekers zijn nog niet onrustig. Ze hebben zin om de Nederlandse taal te leren en omdat de cursus op het azc nog niet is begonnen, hebben ze zelf het initiatief genomen. Een van de Eritreeërs pakt een witte Samsung Galaxy S4 uit zijn zak en toont een app. ‘Egg is ei’, staat op het scherm.