Bij Soldaat van Oranje zijn ze de tel kwijtgeraakt

Soldaat van Oranje – de musical is een ongekend succes. Volgende week vrijdag is het vijfjarige jubileum. Drie medewerkers die al meer dan duizend voorstellingen achter de rug hebben doen hun verhaal.

Volgens traditie in onderbroek de zee in gejonast

Rutger Bulsing, acteur

Hij begon als ensemblelid, maar inmiddels kan Rutger Bulsing negen rollen in Soldaat van Oranje spelen: drie hoofdrollen en zes kleinere personages zijn in z’n geheugen geëtst, zegt hij.  

Als hij aankomt bij de TheaterHangaar op het voormalige vliegveld Valkenburg weet de 40-jarige acteur vaak nog niet wat er die dag van hem wordt verlangd. En het is zelfs voorgekomen, dat hij in één voorstelling onverwachts twee rollen speelde. Dat hij halverwege ook nog de rol erbij deed van een pas vader geworden collega, die in de pauze in slaap was gevallen. Snel inspringen, „een uitdaging tot een goed einde brengen”, daar houdt hij een opperbest humeur aan over.

In zekere zin is Bulsing Soldaat van Oranje. Geen enkele acteur speelde in zoveel voorstellingen mee. Hij is de tel kwijt, het zullen er zo’n 1.500 zijn. Daarnaast was hij als assistent resident director ook nog anderhalf jaar lang verantwoordelijk voor de werkroosters van de cast. 

In juli 2013 besloot hij wat anders te gaan doen en nam hij na 840 voorstellingen afscheid. Op Valkenburg is de traditie ontstaan om vertrekkende acteurs na hun laatste voorstelling in onderbroek de zee in te jonassen – de hyperrealistische, met een golfslagmachine uitgeruste decorzee welteverstaan. Omdat hij zoveel had betekend voor de musical kreeg Bulsing destijds nóg een eerbetoon: de artiestenfoyer van de TheaterHangaar werd naar hem vernoemd.

Binnen het jaar was Rutger Bulsing terug bij de musical en at hij ’s avonds in de Rutger Bulsing Foyer zijn warme maaltijd. „Ik ben waarschijnlijk de enige levende acteur naar wie een foyer is vernoemd”, zegt hij met een schaterlach.

De musicalcast is „zijn familie”, zegt de acteur. „Mijn moeder woont in het oosten van het land, die zie ik eens in de vier maanden. Maar de collega’s van Soldaat zie ik elke dag. Je deelt veel lief en leed met elkaar.” De eerste keer dat hij de rol van Bram moest spelen stierf hij duizend doden; nooit eerder had hij gedanst op toneel. „Hyperventilerend stapte ik na afloop de kleedkamer in. Ik was zo blij dat het was gelukt. Vele collega’s huilden met me mee.”

Natuurlijk zijn er ook weleens dagen dat hij met een verkouden hoofd en minder zin naar zijn werk rijdt. Maar eenmaal op Valkenburg is dat gevoel snel voorbij, zegt Bulsing. „De zaal zit altijd vol en het karakter dat je speelt is nooit verkouden.”

Wat als Soldaat van Oranje nog een jaar of twee langer staat? Graag, zegt Bulsing, dat houdt hij met gemak vol. Ook heeft hij een wens die hem drijft: hij moet en zal een keer de rol van Wilhelmina in de musical spelen. „Misschien met twee dikmaakpakken over elkaar aan, maar ik kan het, er zit een mooie koningin in mij.” 

Na 1.300 keer kan hij elke noot dromen

Jan van Olffen, bassist

De muziek in Soldaat van Oranje komt vanachter de duinen. Onzichtbaar voor het publiek staat aan de achterkant van het decor een houten studio voor de dirigent en zijn negen muzikanten tellende orkest. Voor een traditionele orkestbak was in de experimentele en voor de gelegenheid gebouwde zaal geen plek. De 1.103 toeschouwers in de TheaterHangaar zitten op een draaiende tribune, die uitzicht biedt op steeds een ander deel van het cirkelvormige decor.

Gevolg van die verborgen opstelling van het orkest, zegt bassist Jan van Olffen (49), is dat maar weinig toeschouwers beseffen dat er bij deze musical nog live wordt gemusiceerd. „Om kosten te besparen werken producenten steeds vaker met een geluidsband. Ik hoor dat meteen: de muziek leeft niet en het maakt van een musical karaoke.”

Een orkest geeft energie aan een musical, zegt Van Olffen, ook bassist van de symfogroup Kayak. „Geen twee avonden zijn identiek. Op monitoren kunnen wij volgen wat er op toneel gebeurt en daar op inspelen.”

Ruim 1.300 keer heeft Van Olffen de 24 songs van de musical inmiddels gespeeld. Hij kan elke noot dromen, maar speelt met veel plezier wekelijks zeven nieuwe uitvoeringen. Om zeven uur ’s avonds meldt hij zich in Katwijk voor de soundcheck, daarna gaat hij eten. Twee keer in de week heeft hij overdag dan al lesgegeven op de pop-academie in Heerlen.

Het orkest heeft tal van oproepkrachten, maar hij hoort tot de harde kern, zegt Van Olffen. „Een groepje gelijkgestemde zielen dat MUZIEK maakt met hoofdletters. We hebben er lol in steeds opnieuw het onderste uit de kan te halen.”

Ze komen merendeels uit de popmuziek en zijn van ‘niet lullen maar poetsen’, zegt hij. De dirigent houdt hen bij de les. En soms, als het een keer wat minder vanzelfsprekend gaat, is er altijd wel iemand die roept: „Zware wedstrijd vanavond”, of: „Tandje bijzetten”.

Van Olffen heeft in het verleden bij Tarzan gespeeld. Maar bij die musical voelde hij niet de trots die hij ervaart als medewerker van Soldaat van Oranje. Graag blijft hij tot de laatste voorstelling aan de productie verbonden, zegt Van Olffen. „Mijn grootouders hebben de oorlog meegemaakt. Vrijheid is niet iets vanzelfsprekends. Dit is een belangrijk en oer-Hollands verhaal, waard om aan zoveel mogelijk mensen te vertellen.”

De muzikanten kunnen zich tijdens de drie uur dat Soldaat van Oranje duurt een keer vertreden. Even een plas of een sigaretje, en als in de voorstelling de geweerschoten van de executie klinken, snel weer terug naar de instrumenten.

Achter Jan van Olffen zit de drummer, met wie hij samen de ritmesectie vormt. Omdat een drummer zoveel lawaai maakt kreeg hij een afgesloten ruimte waar precies een drumstel in past. Door een raam communiceren de twee muzikanten met elkaar.

Het geheim van snelle verkledingen: klittenband

Verena Biggs, hoofd kleding

Heeft u ook kaalkutjes? Met die serieus bedoelde vraag zorgde Verena Biggs jaren geleden voor lichte consternatie in de Hema van Assendelft. Kaalkutjes? Daar hadden de medewerkers van het warenhuis in haar woonplaats nog nooit van gehoord.

Biggs (43) is hoofd kleding bij Soldaat van Oranje. Al ruim 1.450 voorstellingen is ze verantwoordelijk voor de zeventig sets met kostuums die in de musical worden gebruikt. Samen met drie collega’s zorgt ze ervoor dat alle kleding voor elke voorstelling gewassen en gestreken is. Als een acteur uit zijn broek scheurt, wordt die gerepareerd. En ook dienen alle kostuums op de juiste plek achter het cirkelvormige, 120 meter lange decor te worden klaargelegd, zodat de vele kostuumwissels probleemloos kunnen verlopen. Een hele klus: verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema, de hoofdrolspeler in dit op ware gebeurtenissen stoelende oorlogsverhaal, draagt bijvoorbeeld negen outfits in de voorstelling. Het geheim van snelle verkledingen? Biggs lacht: klittenband in plaats van ritsen en knopen.

Een complicerende factor is dat de voorstelling vrijwel nooit door dezelfde 28 acteurs wordt gespeeld. Drie wissels per avond is normaal, maar zes komt ook voor. Het is dus goed opletten of de juiste maat schoenen en broek voor de acteurs-van-dienst klaarliggen. Voor de Engelandvaarders die elke voorstelling met hun bootje omslaan in de zee, moet Biggs iedere vier maanden nieuwe broeken bestellen. Door het natte pak, elke voorstelling weer, krimpen de wollen pantalons. Biggs: „Soms vergeet een acteur ons te waarschuwen en krijgt hij zijn gulp opeens niet meer dicht. ‘Dit is niet mijn broek’, klaagt hij dan.”

Biggs doet dit werk al twintig jaar. Ze verzorgde weleens 2,5 jaar de kostuums bij The Lion King, maar zolang als nu werkte ze nog nooit bij dezelfde productie. Het succes enthousiasmeert, zegt ze. Door het echte vliegtuig, en de motoren en de auto’s spreekt de musical ook mannen aan, zegt ze. Het immer actuele verhaal draagt volgens haar eveneens bij aan het succes. „De voorstelling zet aan tot nadenken: welke keuze zou ik maken? In de oorlog, maar net zo goed nu bij de Syrische vluchtelingencrisis.”

Biggs komt uit Duitsland, waar ze een opleiding tot Bekleidungstechnischer Assistent volgde. Haar Nederlands is vrijwel accentloos. Toch schreef ze zonder bijgedachten het woord ‘kaalkutjes’ op de grote plastic doos waarin ze de vleeskleurige corrigerende onderbroeken bewaart die de actrices in de musical onder hun kostuums dragen. Biggs: „Op de eerste dag was er iemand die deze broekjes zo noemde en iedereen nam dat woord over. Ik dacht echt dat ze zo heten.”