Column

Benen

We bezochten mijn moeder in het ziekenhuis. Alsof daar niets gebeurd was, ging het weer gewoon over de bijzaken. Fijn dat we nachtjaponnen hadden meegenomen uit haar huis. Maar waarom die gele, en niet de kobaltblauwe?

„Daarom”, zei ik.

Ze lag op haar bed hardop haar benen te tellen.

„Ik ben blij dat ze er nog aan zitten.”

„Nou, wij ook”, zei de vriendin.

Benen – voetbal – Johan Cruijff.

Het nieuws uit de autoradio dat hij longkanker zou hebben, had er onderweg ingehakt. Dat kon helemaal niet. Een dag eerder had ik hem nog bijna vertederend gevonden, babbelend met Hanneke Groenteman in Sterren op het doek. Bovendien was hij al jaren gestopt met roken.

Hoe of het met het huis ging, wilde mijn moeder weten.

Ik zei dat alles er volgens plan verliep. Er kwam een buurman ’s ochtends de gordijnen openen en ’s avonds weer sluiten, de planten hadden water gekregen en er had nog niemand aan de thermostaat gedraaid zodat het binnen nog gewoon constant 23 graden was.

Ze zat maar op dat bed, ons kind in haar armen. Kijk, nu speelde ze met het plastic koord om haar nek.

„Dat hebben we hier allemaal”, zei ze. „Er hangt een knop aan. Niet op drukken hoor, want dan komt ze.”

Ze huiverde en zei op fluistertoon dat ze de verpleegkundige een kreng vond.

„Als ik wat vraag zegt ze dat ze maar twee handen heeft.”

Best scherp voor een verpleegkundige die op een afdeling werkte waar ze de mensen leggen van wie er ledematen worden (of al waren) geamputeerd, maar het was ongetwijfeld onbedoeld komisch.

Zoals het ook humoristisch was om juist mijn moeder een knop te geven. Dan ging ze erop drukken ook. De eerste keer om te onderzoeken of de knop het wel deed, daarna om te controleren of ze daar zelf, zonder hulp, op kon drukken en ten slotte om te vragen of ze het vervelend vonden dat zij de hele tijd op die knop drukte. Die vragen – „Heb ik ’m zo goed ingedrukt?”, „Dus ik hoef ’m niet ingedrukt te houden?”, „Ik druk om te vragen of ik ook ’s nachts mag drukken?” – probeer dan als verpleegkundige maar vriendelijk te blijven.

Op de terugweg neuriede de vriendin mee met Guns N’ Roses. Het kind sliep in haar stoeltje op de achterbank, die gelukzalige, raadselachtige glimlach rond het mondje. Mijn moeder en dat ziekenhuis was ik al vergeten, maar dat Johan Cruijff kanker had dan toch niet.