Als de wagen te water is, kiest men de bob

Wie weet nog waarom Abraham zo nodig mosterd moest halen? Spreekwoorden verwelken, gezegden vergaan, maar nieuwe spreuken zullen altijd ontstaan.

Illustraties Kamagurka

De Bierkade in Amsterdam heet allang niet meer zo: tegenwoordig is hij onderdeel van de Oudezijds Voorburgwal. Maar in ons taalgebruik leeft de plek nog altijd voort. Aan de kade woonden veel sjouwers van biervaten die schepen losten en bevoorraadden. Sterk als ze waren, waren het ook uitstekende vechtersbazen die altijd wonnen tijdens het zogeheten ‘hoopvechten’: gevechten tussen buurten onderling, wat gold als een volksvermaak. Wie vocht tegen de Bierkaai, kon het dus wel vergeten.

Zo gaan er achter talloze uitdrukkingen verhalen schuil. Verhalen die wij vaak allang niet meer thuis kunnen brengen. En zo dreigen nogal wat spreekwoorden en gezegden te verdwijnen.

Omdat we niet meer weten wat een kerfstok en een vinkentouw zijn. Omdat de Bijbel niet meer dagelijks door iedereen wordt gelezen en we dus niet meer weten wie Abraham precies was en welke rol ‘mosterd’ in zijn leven heeft gespeeld.

Dat bepaalde spreekwoorden en gezegden verloren dreigen te gaan is geen ramp, vindt taalkundige Nicole van der Sijs. „Als uitdrukkingen geen doel meer hebben omdat we ze niet meer begrijpen, kunnen we ze missen.”

Daar staat tegenover dat we zo wel een stukje zicht op onze geschiedenis kwijtraken. Want spreekwoorden en gezegden zeggen juist vaak iets over een verdwenen of verdwijnende wereld. Neem ‘korte metten maken’: een restant uit de gloriedagen van abdijen en kloosters. De geestelijken die er woonden, hielden meerdere diensten per dag. De eerste was de metten, heel vroeg in de ochtend. De monniken hadden honger; als ze korte metten maakten, konden ze snel aan het ontbijt.

Niet elke uitdrukking die niet meer in ons leven past, verdwijnt. Soms ook wordt er een aangepast: de aardappelen (rapen) zijn gaar, een heet hangtaboe (een heet hangijzer, een bewuste verhaspeling van Van Kooten en De Bie). „Het is niet te voorspellen welke spreekwoorden en gezegden verdwijnen en welke worden aangepast”, aldus Van der Sijs. „Wel is zeker dat verhaspelingen van alle tijden zijn.” Ze noemt ‘van haver tot gort’. Ooit luidde de uitdrukking: van aver tot aver (van kind op kind, van vader op zoon). Toen niemand meer wist wat een aver was, maakte men er haver van. Het tweede aver werd gort. Ook de betekenis veranderde volledig: van haver tot gort betekent ‘door en door’.

De hamvraag stamt uit de jaren vijftig

Lang niet alle spreekwoorden en gezegden zijn heel oud. De ‘hamvraag’ bijvoorbeeld stamt uit een radioprogramma uit de jaren vijftig: de hoofdprijs (een ham) ging naar degene die de belangrijkste vraag (de hamvraag) goed beantwoordde. En niemand minder dan Johan Cruijff introduceerde een veel gebezigd nieuw spreekwoord: ‘Elk nadeel heb ze voordeel’. „Om nieuwe uitdrukkingen te laten ontstaan en inburgeren, is een groot podium nodig”, aldus Van der Sijs. „Vroeger was dat de religie, de literatuur – bijvoorbeeld ‘alles van waarde is weerloos’ van Lucebert – nu is dat de televisie, de reclame – ‘foutje, bedankt!’ – sociale media. Ik denk dat er nog net zo veel spreekwoorden en gezegden ontstaan als vroeger, alleen gaat er enige tijd overheen voordat we ze als zodanig herkennen.”

Dat nog maar een klein deel van de Nederlandse spreekwoorden vaak wordt gebruikt, was voor Laurens Bosman, eigenaar van brandingbureau Tupaia Branding, en Wilmar Versprille, werkzaam in de reclamewereld, aanleiding om het platform Paarse Krokodillentranen op te richten. Hun doel: nieuwe spreekwoorden lanceren die passen bij de 21ste eeuw. Bosman: „Net als verhalen blijven spreekwoorden beter in het brein hangen dan een ‘gewone’ omschrijving.”

In 2013 en 2014 vroeg het platform aan bekende en onbekende Nederlanders om moderne varianten te verzinnen van oude spreekwoorden. Bosman: „Spreekwoorden mogen dan vaak verouderd zijn qua taalgebruik, de moraal die erin zit, is bijna altijd nog geldig. Denk aan: ‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’. Schrijver Michiel Eijsbouts maakte daarvan: ‘Als de wagen te water is, kiest men de bob’. En ‘er is geen koe zo zwart of er is wel een vlekje aan’ (niemand is perfect) werd: ‘Achter de perfecte kop schuilt Adobe Photoshop’.” Bosman hoopt dat de nieuwe spreekwoorden ook weer honderden jaren meegaan, „maar het is natuurlijk niet zeker dat de bob en Adobe Photoshop over een eeuw nog bestaan”.