Afleidingstactiek: de Holocaust

Netanyahu gaf een moefti de schuld van de Holocaust. Waarom deed de premier dit?

Haj A min al Husseini, grootmoefti van Jeruzalem, overleden in 1974. Op 28 november 1941 bracht hij in Berlijn een bezoek aan Hitler (foto onder). foto Presse Hoffmann

Dat een moefti, geboren aan het eind van de negentiende eeuw, nog eens zo veel beroering zou opleveren. De opmerking van premier Netanyahu dat Hitler door de Palestijnse moefti Haj Amin al-Husseini werd aangezet tot het uitroeien van de Joden, leidde zelfs tot diplomatieke frictie met de Duitsers en de Amerikanen.

Wie was Al-Husseini eigenlijk? Volgens Esther Webman, onderzoeker van de relaties tussen moslims en joden aan de Universiteit van Tel Aviv, was hij bovenal een tragisch figuur. „Hij heeft zijn hele leven gestreden voor de Palestijnse zaak, maar hij heeft die zaak alleen maar in de weg gestaan, ja zelfs beschadigd.”

In de eerste helft van de vorige eeuw waren de Al-Husseini’s de machtigste familie van Jeruzalem. Tot 1917, toen Palestina overging in Britse handen, zaten familieleden van Haj Amin in het Ottomaanse parlement. Behalve moefti – een hoge islamitische wetgeleerde – was hij een politiek leider.

Zijn hele leven streed Al-Husseini tegen de Joden, die zich steeds meer in Palestina vestigden. Gaandeweg, zegt Webman, werd hij daarbij steeds anti-semitischer. „Daar had hij Hitler niet voor nodig. Waar Hitlers antisemitisme voortkwam uit ideologie, was dat van Al-Husseini meer politiek van aard, om het zionisme te bestrijden.”

Niettemin hoopte de moefti volgens Webman oprecht dat de nazi’s zouden winnen. „Dan zou ook zijn probleem met de Joden zijn opgelost, en bovendien dacht hij dat de nazi’s hem zouden kunnen verlossen van de Britse overheersing.” Maar dat heeft Hitler hem nooit beloofd, zegt Webman. „Ik denk dat de Arabieren in Palestina onder Hitler slechter af waren geweest dan onder de Britten.”

In 1947 verzette Al-Husseini zich hevig tegen de door de VN voorgestelde opdeling van Palestina in een Joods en een Arabisch gebied. In de oorlog die volgde, slaagden de Joden – die in 1948 de staat Israël stichtten – erin meer grondgebied te veroveren dan hun was toegewezen. Weer een inschattingsfout van Al-Husseini, zegt Webman. „Hij was zo tegen de Joden dat hij elk compromis afwees. Dit heeft de Palestijnse zaak geen goed gedaan.”

Webman noemt Netanyahu’s uitspraken over de moefti „zeer ongelukkig en historisch inaccuraat”. „Hitlers ideologie was al bekend in de jaren twintig, toen hij Mein Kampf schreef. Ik moet concluderen dat onze premier de Holocaust heeft uitgebuit.”

Netanyahu haalde Al-Husseini niet zomaar aan. Het past in een Israëlische traditie om Arabische vijanden te vergelijken met de nazi’s. In de jaren zestig stond de Egyptische president Nasser in Israël te boek als de ‘nieuwe Hitler’, en in de jaren tachtig zei de Israëlische premier Begin dat Yasser Arafat moest worden geëlimineerd „zoals Hitler in zijn bunker”.

Sinds het aanzwellen van de geweldsgolf in Israël en Palestina, begin deze maand, is Netanyahu er veel aan gelegen de Palestijnen af te schilderen als islamistische Jodenhaters. Niet voor niets heeft hij de Palestijnse premier Abbas ervan beschuldigd de „tactieken van IS” te gebruiken. Zowel IS als Abbas zegt dat Israël de Al-Aqsa-moskee bedreigt – iets wat overigens ook Al-Husseini al beweerde.

Volgens zijn critici wil Netanyahu de aandacht afleiden van de werkelijke redenen dat Palestijnen in opstand komen tegen Israël: de al 48 jaar durende militaire bezetting van Palestijns gebied, de frustraties en economische malaise. Zelf zegt de premier dat hij wilde laten zien dat de Palestijnen al opriepen tot uitroeiing van de Joden voordat er sprake was van een bezetting of nederzettingen.

Deze historische vergelijking is „niet fair”, zegt Webman. „We worden steeds demagogischer. Israël gaat steeds meer op de Arabische landen lijken.” Natuurlijk zijn er Arabische leiders die hun volk ophitsen, en inderdaad zijn er moslimleiders die hun volgelingen complottheorieën onderwijzen. „Maar nu is Israël al even erg. Geen van beide kanten doet zijn best om de situatie te kalmeren. En helaas leidt onze premier de dans.”