Af en toe stofzuigen doet je seksleven geen kwaad

Vorig jaar was er even koude drukte: een huishoudelijke man was killing voor de seks. Nu blijkt dat mannen dit excuus niet meer kunnen gebruiken.

Hoeveel werk moet een heteroman precies in het huishouden doen om zichzelf te verzekeren van een bevredigend seksleven? Zoveel dat hij zelf de verdeling eerlijk vindt, suggereert nieuw onderzoek, vorige week gepubliceerd in Journal of Family Psychology.

Eerder onderzoek veroorzaakte anderhalf jaar geleden internationaal ophef, omdat het volgens sommige geschrokken schrijvers van krantenartikelen suggereerde dat gelijkwaardigheid in een heteroseksuele relatie de seks ondermijnt. Vrouwen zouden een man die huishoudelijk werk doet onaantrekkelijk vinden. Hoewel dat helemaal niet uit dat eerdere, ruim twintig jaar oude onderzoek was gebleken – het was een onjuiste interpretatie – bleef het idee rondzingen.

Het leidde onder meer tot dit nieuwe vervolgonderzoek. Daarin zijn 1.338 Duitse heteroseksuele stellen sinds 2008 vijf jaar lang jaarlijks ondervraagd over hun relatie, het huishouden en hun seksleven. Naarmate mannen de verdeling van huishoudelijk werk in het eerste jaar eerlijker vonden, was de seks in de jaren daarna frequenter én beter, volgens zowel de man als de vrouw. Hoeveel de mannen in het huishouden zeiden te doen (de helft, of minder, of meer), hing niet samen met hun seksleven. En wat de vrouw van de verdeling van huishoudelijk werk vond, maakte ook niet uit voor de seks.

Dat is een heel ander geluid dan anderhalf jaar geleden, toen diverse kranten schreven dat een gelijkwaardige man-vrouwrelatie funest is voor de seks. Vrouwen zouden niet opgewonden worden van een man die boent, strijkt en zuigt, terwijl mannen wél opgewonden worden van een ouderwets vrouwelijke vrouw. Een gelijkwaardige relatie gaat ten koste van je seksleven, concludeerde Lori Gottlieb in The New York Times (6 februari 2014). In de Volkskrant (5 april 2014) noemde Jan Heemskerk het „geen goed nieuws dat steeds meer vrouwen de ‘echte’ arbeidsmarkt betreden en hoger klimmen op de carrièreladder” (want hij was „van de seks”).

Het was gedoe om niks

Wie het onderzoek bekeek waarop deze schrijvers hun conclusies baseerden (American Sociological Review, februari 2013) kon destijds al zien: dit is gedoe om niks. Het was maar één onderzoek: Amerikaanse interviewgegevens uit 1992 en 1994 die niet zomaar naar Nederland nu te vertalen zijn. Stellen in dat onderzoek van wie de man vaker schoonmaakte, waste, afwaste, kookte, boodschappen deed en streek hadden minder vaak seks.

Maar er was geen causaal verband aangetoond – of vrouwen echt hun lust verliezen als hun man het huishouden doet, was niet onderzocht. En in vervolgonderzoek, een heranalyse van dezelfde gegevens, bleek bovendien dat stellen met een gelijke verdeling van huishoudelijk werk niet minder seks hadden. Alleen als de man het meeste huishoudelijk werk deed, hadden stellen minder vaak en minder bevredigende seks. (Maar misschien zaten in die groep wel relatief veel zieke vrouwen.)

En in landen met meer gelijkwaardigheid tussen de seksen, weten we, zijn mensen tevredener over hun seksleven. Er is dus geen enkele reden om gelijkwaardigheid in relaties te vrezen als je meer seks wilt (en dat willen de meeste mensen – gemiddeld geldt: hoe meer seks, hoe gelukkiger je bent).

Maar om zeker te weten dat je als man je kans op seks niet verspeelt als je regelmatig de stofzuiger pakt, is ander onderzoek nodig. Dan moet een groep mensen langere tijd gevolgd worden, waarbij wordt gekeken hoe de verdeling van huishoudelijk werk op tijdstip één samenhangt met seks op tijdstip twee. En dat is wat er in het nieuwe Duitse onderzoek is gedaan.

Het gaat om een groot, langlopend onderzoeksproject naar onder meer relatievorming, gezinsvorming en ouderschap waarbij mensen sinds 2008 en naar verwachting tot en met 2022 jaarlijks ondervraagd worden. De gegevens zijn door onderzoekers over de hele wereld te gebruiken.

Voor dit onderwerp zijn er drie Canadezen op gedoken. Die zagen geen duidelijk verband tussen het aandeel huishoudelijk werk dat mannen zeiden te doen enerzijds, en seksuele frequentie en tevredenheid van man en vrouw met het seksleven anderzijds. Wel zagen ze een ander verband: hoe eerlijker mannen hun aandeel in het huishouden in het eerste jaar van het onderzoek vonden, hoe meer seks een stel later had en hoe tevredener man én vrouw over die seks waren. Het gaat er dus om hoe eerlijk mannen de verdeling vinden, niet om de verdeling zelf.

We moeten het eens bijhouden

Maar vonden die mannen hun aandeel in het huishouden niet gewoon het eerlijkst als dat minimaal was? Dan zouden toch nog de mannen die nooit stofzuigen het beste seksleven hebben. Nee, zo zit het niet, mailt eerste auteur Matthew Johnson: „Als dat zo zou zijn, dan zouden we niet verwachten dat eerlijkheid enige invloed had op de seksuele tevredenheid die de vrouwen rapporteerden (of op de frequentie).” Maar hij geeft toe dat het beter was geweest om ook te weten of vrouwen het aandeel van hun man eerlijk vonden. Of vrouwen hun eigen aandeel in het huishouden eerlijk vonden, had trouwens geen significant effect op het seksleven van de partners.

Ook dit is trouwens weer maar één onderzoek. Wat we nu nodig hebben, schrijven de onderzoekers, als we dit probleem tot op de bodem willen uitzoeken, is onderzoek waarbij beide partners zowel het huishouden als hun seksleven in een dagboekje bijhouden. Laten we wel hopen dat er dan nog tijd overblijft voor seks.