Column

Zwagerman - Ramdas

Dezer dagen vlamt het debat weer op over de elite versus het volk. De elite zou de vluchtelingen verwelkomen, het volk juist niet. Ik herinner me dat twee schrijvers die er niet meer zijn, over een verwant thema vijf jaar geleden een woedende polemiek voerden op de Vlaams-Nederlandse website deBuren. Ik bedoel Anil Ramdas en Joost Zwagerman.

Ik had die ruzie destijds alleen uit de verte gevolgd en zocht de teksten nog eens op. Al lezend viel ik van de ene verbazing in de andere. De strijd biedt een weinig verheffende aanblik. Hier zijn twee schrijvers, generatiegenoten, die elkaar in het openbaar met alle verbale middelen te lijf gaan. Tot diep in de nacht zitten ze over hun computer gebogen om elkaar te vernietigen.

Het duurde van 9 september tot 6 oktober 2010. Het begon met een column van Ramdas, die het niet eens was met Paul Scheffers artikel Het multiculturele drama uit 2000. Scheffer vond het migrantenprobleem een sociale kwestie, maar Ramdas zag het als een culturele kwestie – hij maakte zich juist zorgen over de cultuur van de autochtonen, „de blanken, de Hollanders”. Ramdas noemde als voorbeeld De Telegraaf, WNL, Powned, de commerciële tv, de groeiende aanhang van de PVV. „De culturele beschaving van een groot deel van de Hollanders is net zo mislukt als die van een groot deel van de allochtonen.”

Ramdas: „Die Hollanders die in die eigen huizen wonen en een eigen auto hebben en met vakantie kunnen, zijn voor een groot deel white trash. Het zijn tokkies, het zijn families Flodder, met achterlijke ideeën en onbeschofte omgangsvormen.”

Zwagerman kwam meteen in het geweer. Er bleek nog een oude vete tussen de twee te broeien: Ramdas had in de jaren negentig bezwaar gehad tegen Zwagermans roman De buitenvrouw waarin hij een racistische tendens bespeurde. „In zijn neerbuigendheid en weerzin lijkt hij meer op Wilders dan hij in staat is te beseffen”, schreef Zwagerman. En: „Wie maar lang genoeg door types als Ramdas voor achterlijk wordt uitgescholden, wendt zich uiteindelijk tot Wilders.”

Terwijl ook de reaguurders zich joelend in de strijd stortten, ontbrandde tussen de schrijvers een verbaal kooigevecht. Zwagerman: „Dhr Ramdas is een racist. En niet zomaar een. Hij is hardcore racistisch.” Dit omdat Ramdas zich tegen een blanke onderklasse afzette. Ramdas: „Je wilt het maar niet begrijpen, als een opstandig kind. Of je wilt echt uit alle macht de woordvoerder van de tokkies worden. Volgens mij heb je daarin wel een toekomst.”

Ramdas klaagde dat Zwagerman hem nog om drie uur in de nacht op Facebook lastigviel en uitschold. Hij eiste excuses, maar Zwagerman weigerde. Zwagerman wilde ook niet met Ramdas in Pauw & Witteman debatteren, maar verscheen later wel alleen in dat programma, waarbij hij de kans kreeg (en greep) om Ramdas alsnog aan te vallen. Ramdas voelde zich gepiepeld en schreef een woedende brief aan de presentatoren.

In een slotbeschouwing beweerde Ramdas dat hij met de term ‘white trash’ bewust had geprovoceerd: de reacties moesten bewijzen dat zo’n categorie inderdaad bestond.

Kon hij voldaan zijn? Ik denk het niet. De verbittering en haat waarmee ze elkaar verketterden, heeft vooral achteraf een beklemmend effect. Was dit het waard? Werden ze er gelukkiger op in de twee (Ramdas) en vijf jaar (Zwagerman) die ze nog voor de boeg hadden?