Weggezakt in de modder van Europa’s grenzen

Hulpverleners op de Balkan doen wat ze kunnen voor de massa’s migranten die aan de grenzen stranden in de modder. „Met dit weer kun je elk moment een tragedie hebben.”

Zojuist aangekomen migranten in Slovenië. Om de migratiestroom het hoofd te bieden besloot het parlement in de hoofdstad Ljubljana gisteren dat het leger mag worden ingezet. Foto Antonio Bronic/Reuters

De Kroatische agenten glimlachen flauw, handen in de heupen, helmen bengelend aan hun uitrusting. Ze moeten erop toezien dat niemand voorbij het inderhaast opgetrokken hek vanuit het Servische Berkasovo de grens over komt. Maar dat is onbegonnen werk.

Rondom hen ploetert de ene na de andere migrant over de zompige verhoogde berm, in de richting van de vlaggenmasten die hen welkom heten in Kroatië en de EU. „Het spijt ons, maar we hebben hulp nodig”, zegt Laith, een 21-jarige automonteur uit Damascus. „En hier kunnen we niet blijven.” De weg waarop hij staat, is een smerige geul vol achtergelaten dekens, slaapmatten en afval, aangestampt door duizenden modderige voeten.

Ook aan de Kroatische kant van de grens zwelt de mensenmassa aan. De bussen naar het opvangkamp Opatovac komen er niet meer doorheen. Een toekijkende VN-medewerkster ziet het bezorgd aan: als ze maar geen 17 kilometer gaan lopen met die zakken rond hun natte voeten.

Sinds Hongarije dit weekend zijn grenshekken met Servië en Kroatië afgrendelde, proberen die buurlanden de migratiestromen langs de Westelijke Balkanroute onder controle te krijgen. In Berkasovo wordt duidelijk hoe moeilijk dat is. De Kroaten trachten de grens met Servië pas te openen wanneer genoeg vluchtelingen uit het opvangkamp Opatovac weer op bussen en treinen naar Slovenië zijn gezet. Aan de Schengengrens met dat land, waar sinds zaterdagochtend zo’n 21.500 mensen aankwamen, ligt de tweede flessenhals. Maar het verslechterde weer, de haast van de migranten om in West-Europa te komen en – aan het begin van de route – de aankomst van steeds nieuwe ladingen mensen op de Griekse eilanden (tot 10.000 per dag) stuwen de menigte voort.

Tenten zijn niet genoeg

Met mutsen op, winterjassen aan en peuters op de schouders, lopen ze gedecideerd naar de grens. Bij de ingang van een schuiltunnel, geïmproviseerd uit een reeks tenten, ondersteunt een man een zwangere vrouw. Als het straks weer gaat regenen, zullen de tenten niet volstaan: tot honderden meters terug liggen de overblijfselen van de impromptu kampeersessies van de afgelopen nacht.

VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en ngo’s laten extra hulp aanrukken. „Maar er zijn toch dekens te weinig”, zegt Bjørg Clementsen, een vluchtelingenhelpster uit de Faerøer. „Afgelopen nacht hadden mensen het zo koud dat ze inbraken bij omwonenden en bomen aan stukken trokken voor brandhout.”

Het hoofd van de UNHCR, António Guterres, waarschuwde eerder al dat we „met het weer dat in de Balkan heerst elk moment een tragedie kunnen hebben”. Veel zal afhangen van hoe sterk de mensenstromen de komende maanden aanhouden en in welke mate de autoriteiten inspelen op migranten die hun bestuurlijke logica niet volgen.

Migranten willen vaak gewoon de kortste weg naar West-Europa. Langer onderweg zijn betekent immers meer geld opmaken. En bij gebrek aan terreinkennis en vertrouwen in de overheden die ze op hun weg vinden, laten velen zich leiden door groepsdynamiek en ongeduld om de eindbestemming te bereiken.

Toevluchtsoorden in Servië

„Ze komen allemaal met particuliere bussen uit Presevo [aan de grens met Macedonië] rechtstreeks hierheen”, vertelt de lokale UNHCR-woordvoerder Mirjana Milenkovski. „Opvangcentra in Servië die niet op de weg naar Kroatië liggen, zijn vrijwel leeg.” Servië gaat nu toevluchtsoorden langs de route aanwijzen in de hoop sterfgevallen te voorkomen, vertelt ze. Ten minste dertien locaties zijn gepland, voor zo'n driehonderd vluchtelingen per locatie, met een totaal van drieduizend plaatsen . Maar of dat voldoende is „moeten we nog zien”.

De angst om te blijven zitten met grote aantallen gestrande migranten leidt tot politieke spanningen in de regio. Slovenië klaagde deze week dat Kroatië niet tijdig meldt wanneer het migranten aan haar grens deponeert. „Beperkte dan wel afwezige communicatie en medewerking”, noemde de Sloveense premier het in de Duitse krant Die Welt.

Volgens de Kroatische minister van Binnenlandse Zaken doet het land al alles wat het kan door mensen vlotter toe te laten uit Servië: het zijn juist de Slovenen die de boel blokkeren door hen te traag toe te laten. Het Sloveense parlement keurde gisteren een wet goed waarmee de regering militairen naar de grens kan sturen om de politie daar te ondersteunen.

In Berkasovo doet vrijwilligster Clementsen er juist alles aan om bij de vluchtelingen geen associaties met oorlogssituaties op te roepen. „Ik heb een beperkt repertoire”, zegt ze over de ballonfiguren die ze uitdeelt aan kinderen. „Ik kan alleen honden, bloemen en zwaarden maken. Zwaarden doe ik niet, dat snap je.”

Verderop, bij een van de walmende houtvuurtjes langs de weg, biedt Jabbar Habboes (25) plastic bekertjes koffie aan. „Vrienden hadden me de reis afgeraden”, zegt de Syrische landbouwingenieur in spe . De reis van Turkije naar Griekenland moest hij overdoen, vertelt hij: „Onze boot zonk.” De eindbestemming, Duitsland, is nog steeds een eind weg. „Avontuurlijk was het zeker”, besluit hij, „maar ik ga dit niet aanraden aan wie nog in Turkije zit.”