‘We aten in 2014 per persoon 76 kilo vlees’  

Dat schreef persbureau ANP, en het stond onder meer in deze krant.

Rookworsten in de productieruimte van een Unoxfabriek in Oss. Foto Robin Utrecht/ANP

De aanleiding

Nederlanders eten steeds minder vlees. De consumptie daalde vorig jaar tot gemiddeld 76,3 kilogram per persoon, één kilo minder dan het voorgaande jaar. Dat bericht stond twee weken geleden in deze krant. Twee oplettende lezers rekenden uit: 76,3 kilo per persoon per jaar, iedereen meegerekend – baby’s, hoogbejaarden, vegetariërs, flexitariërs – dat komt neer op zo’n 210 gram vlees per dag. Elke dag. Is dat niet wat veel?

Waar is het op gebaseerd?

Het bericht in de krant, overgenomen van persbureau ANP, is geschreven naar aanleiding van een persbericht dat stichting Wakker Dier verspreidde. Daarin staat dat de cijfers de uitkomst zijn van een onderzoek naar vleesconsumptie door het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in Wageningen, uitgevoerd in opdracht van Wakker Dier. „Jarenlang gaf het Productschap Vee, Vlees en Eieren die informatie. Maar dat productschap is in 2012 opgeheven, sindsdien krijgen we die cijfers niet meer. Vandaar dit onderzoek”, verklaart woordvoerder Hanneke van Ormondt van Wakker Dier.

Het LEI berekende voor de periode van 2005 tot en met 2014 hoeveel vlees – rund, varken, pluimvee, varken, paard, schaap en geit – er jaarlijks werd geconsumeerd per hoofd van de bevolking.

En, klopt het?

Het LEI heeft data verzameld van meer dan 500 soorten vleesproducten. „Vlees zit overal in”, zegt Hans Wijsman, dataonderzoeker bij het LEI. „Denk niet alleen aan het stuk vlees op je bord, maar ook aan worstenbroodjes, kroketten, de erwtensoep, snacks in de sportkantine, of vleeswaren op brood.” Collega-onderzoeker David Verhoog vult aan: „We gebruikten bronnen als het CBS, Eurostat en consumentenonderzoeker GfK. We verzamelden bijvoorbeeld cijfers van de hoeveelheid geïmporteerd en geëxporteerd vlees, het vlees dat bij slagers en in supermarkten werd gekocht, de hoeveelheid vlees op voorraad, en het aantal slachtingen. In onze berekeningen hebben we ook schattingen meegenomen, maar zo zorgvuldig mogelijk. Onze berekende cijfers komen heel dicht bij de cijfers die het Productschap Vee, Vlees en Eieren tot 2012 vrijgaf. Dat geeft vertrouwen dat ze goed zijn.”

Dus die 76 kilo lijkt te kloppen. Cijfers liegen niet, volgens Verhoog, maar hoe kan de vleesconsumptie in 2014 dan toch nog zo hoog lijken? Hanneke van Ormondt van stichting Wakker Dier legt uit: „De cijfers geven het karkasgewicht aan, dat is het vlees plus de botten. Die botten eet je natuurlijk niet op. Je kunt het gewicht grofweg door twee delen om te weten hoeveel vlees daarvan wordt opgegeten.”

Wakker Dier spreekt in het persbericht dan ook over ‘vleesverbruik’ (karkasgewicht) en over ‘vleesconsumptie’ (het vlees dat wordt opgegeten). Sinds 2010 daalt het vleesverbruik per hoofd van de bevolking met een kilo per jaar. In het krantenbericht stond dat Nederlanders in 2014 nog altijd 76 kilo vlees aten. En dat klopt niet. Het betreft de hoeveelheid vleesverbruik. De helft daarvan werd werkelijk opgegeten.

Conclusie

Het onderzoek naar vleesconsumptie door het LEI is zorgvuldig gedaan, met cijfers en schattingen uit betrouwbare bronnen. De uitkomsten wijken nauwelijks af van ander, vergelijkbaar onderzoek.

Maar de cijfers geven het karkasgewicht aan, vlees plus botten. Grofweg de helft van dat gewicht wordt ook echt opgegeten. In het krantenbericht stond dat de vleesconsumptie minder is geworden, en dat klopt, maar dat we in 2014 nog altijd 76 kilo vlees aten, dat klopt niet. We aten dus zo’n 35 à 40 kilo. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.