Voelt asielzoeker zich nog welkom?

Niet alle vluchtelingen schrikken terug voor sobere voorzieningen en lange wachttijden.

Foto David van Dam

Voelen vluchtelingen zich nog welkom in Nederland? Terwijl de weerstand groeit in dorpen en steden en onder politici, klinken hier en daar kritische geluiden onder vluchtelingen die in Nederland worden opgevangen. Verhalen over te lange wachttijd en sobere voorzieningen voor mensen die het koud hebben bereiken Nederlandse media. Hier en daar klinkt de verzuchting dat België misschien wel aantrekkelijker is.

De NOS haalde vanmorgen een Syriër aan die beweert dat het imago van Nederland onder Syriërs op Facebook radicaal is omgeslagen. De omroep citeert Syriërs die klagen over de sobere opvang. Sommigen schrijven dat ze van hot naar haar worden gesleept. Anderen overwegen terug te gaan naar Syrië. „Ik ben naar Nederland gevlucht en al 20 dagen hier, maar ze hebben nog niet eens vingerafdrukken genomen”, schrijft een meisje. „Ga niet naar Nederland, als je al onderweg bent, kies dan een andere bestemming”, meldt een ander.

Lees ook: Dijkhoff schreef een brief aan asielzoekers. Deze lezers volgen zijn voorbeeld

Is Nederland nog wel een aantrekkelijk land om heen te vluchten als je uit Syrië bent vertrokken? Sommige Nederlandse politici maken werk van ontmoediging. Geert Wilders van oppositiepartij PVV is op campagne. Hij heeft posters laten maken waar ‘Grenzen dicht’ op staat. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asielzaken, VVD) heeft geen poster, maar een brief. Daarin schrijft hij aan asielzoekers hoe lang de procedure voor een verblijfsvergunning kan duren: houd rekening met een jaar. En de opvang zal inderdaad sober zijn. „Dat zijn bijvoorbeeld sporthallen of tenten, waar veel mensen in dezelfde ruimte slapen”, schreef Dijkhoff.

Dergelijke berichten blijven niet geheel onopgemerkt buiten Nederland. „Ik zie op Facebook voorbij komen dat Nederlandse autoriteiten Syriërs vragen niet te komen”, zegt Waël, een Syrische vluchteling in Istanbul die op dit moment werkloos is, tegen deze krant. Een Syrische van 31 in Istanbul die niet met haar naam in de krant wil, moet lachen als ze de brief van Dijkhoff te lezen krijgt. „De vertaling is slecht. Voor zo’n belangrijk persoon staat dat wel raar.” Ze zegt: „De enige landen waar mensen echt heen willen zijn Zweden en Duitsland. Naar de rest wil je alleen als je de meute wilt ontwijken.”

Langs de Servisch-Kroatische grens, waar duizenden Syriërs vastzitten op weg naar het noorden, krijgen verslaggevers vooral vragen over Nederland. „Is Nederland beter dan Duitsland of Zweden?” Mensen hebben hier haast. Er is slechter weer op komst, de omstandigheden zijn bar. Nederland is hier in de eerste plaats een Duits buurland waarover ze slechts vage noties hebben. Ze overwegen het als reservebestemming. „Ik ga naar Nederland omdat Duitsland vol zit,” vertelde de Syrische Abd (18), die eerder op weg was langs de snelweg van Boedapest richting Oostenrijk, aan deze krant.

Zo ook Mohammed, een zakenman uit het Syrische Doema, die in september met zijn familie op een trein wachtte in het tentenkamp bij het afgesloten Oost-station in Boedapest. Mohammed kent Nederland als een ‘beschaafd’ en modern land.

Ook in Nederland lijkt de stemming niet onder alle vluchtelingen omgeslagen. In het Brabantse Oisterwijk ligt het asielzoekerscentrum in de bossen, net buiten een villawijk. „Holland is good!” zegt de 14-jarige Azad, nu drie maanden in Nederland. De stad waar hij opgroeide, het Syrische Kobani, staat met pen geschreven op zijn hand. Twee jongemannen uit Eritrea komen net aan op de fiets. Ze zijn naar de winkel geweest voor wat yoghurt en zonnebloemolie. Een van hen draagt een sjaaltje van voetbalclub Quickboys uit Katwijk aan Zee. „Wij zijn nieuwkomers, vreemden”, zeggen ze over zichzelf. Ze zijn met smokkelaars via de Sahara en per schip in Nederland terecht gekomen. Ze zijn hier net een paar dagen. Hun eerste indruk: Nederland is „comfortabel”, „respectvol” en, belangrijker, „een meritocratie”. De jongen die het beste Engels kan: „Het is hier veilig.”

Dat onduidelijk is hoe lang ze kunnen blijven, daar zijn ze nog niet mee bezig. Ze hebben zin om de Nederlandse taal te leren en omdat de cursus op het AZC nog niet is begonnen, hebben ze zelf het initiatief genomen. Een van de Eritreeërs pakt een witte Samsung Galaxy S4 uit zijn zak en toont een app. ‘Egg is ei’, staat in het scherm.