Vergelijkingen met het Romeinse Rijk? Ja, zo weet ik er nog wel een

Premier Rutte maakte in het debat over de vluchtelingen een vergelijking met de Romeinse tijd. Jan van Aken legt uit dat het nu nét iets anders ligt.

De geschiedenis is een onuitputtelijk ‘voor elck wat wils’, zo blijkt maar weer uit Ruttes recente opmerking: „We weten uit het Romeinse Rijk: als je je buitengrenzen niet bewaakt, is dat het begin van het einde.”

Zou het echt? Begon de ineenstorting van het Romeinse Rijk door een slechte bewaking van de buitengrenzen? Opportunistische vergelijkingen met de geschiedenis zijn verleidelijk en zelfs als je er niet naar op zoek bent, dringen de parallellen zich als vanzelf op.

De val van het Romeinse rijk voltrok zich in fasen en over eeuwen. Het oostelijke deel hield na de definitieve val van het Westen (476), nog stand tot 1453. Als ik me beperk tot het westelijke deel: het verkwijnen had vele oorzaken, en evenzovele parallellen met onze eigen tijd.

Zo kun je wijzen op de snelle, ondoordachte expansie, die uiteindelijk, als het centrum begint te verzwakken, de samenbindende militaire kracht te boven gaat. Je kunt het hebben over het rekruteren van stammen en volkeren met vage agenda’s en twijfelachtige loyaliteiten. En in plaats van de Oost-Westverdeling van het late Romeinse Rijk, zien we in onze dagen een kloof ontstaan tussen Noord en Zuid.

Ook aangaande soberheid van voorzieningen kunnen Rutte en consorten het voorbeeld meenemen van de Gotische vluchtelingenstroom die het Romeinse Rijk trof in 367. Het Gotische rijk, een losse federatie van stammen en volkeren, dat al twee, drie generaties standhield ten noorden van de Donau, stortte in, toen de Hunnen tsunamigewijs het land overspoelden. Een grote groep Goten stak de Donau over en kreeg toestemming om zich binnen het Rijk te vestigen, als belastingplichtigen en tegen levering van rekruten. Een ware verrijking zou je zeggen.

Echter, door de extreem sobere omstandigheden waarin ze moesten leven (deels door corrupte provinciale functionarissen) kwamen de Goten in opstand, zwermden uit over de Balkan en plunderden alles op hun weg. Uiteindelijk kwam het tot de Slag bij Adrianopel, waarbij de Romeinen een zware nederlaag leden en de keizer zijn leven verloor.

Maak het maar niet té sober, Halbe, zou ik zeggen.

Ook in onze tijd dreigt de ineenstorting van niet al te stabiele staten, die overspoeld worden met vluchtende volkeren voor een gruwelijke tegenstander. Moeten we ons niet afvragen wat er gebeurt als landen als Libanon en Jordanië, die écht veel vluchtelingen opvangen, bezwijken? Kunnen we de opmars van IS vergelijken met de Hunse furie, die het Gotische Rijk deed instorten?

Of kwam in het Romeinse Rijk het rot van binnen? Een een zware belastingdruk, een schatrijke elite, die grotendeels buiten schot bleef, en een corrupte overheid. Dikwijls werden de barbaren door de uitgeperste bevolking als bevrijders onthaald. De hinkende vergelijking met onze tijd houdt stand onder de noemer ‘het grote graaien’, al zal dat voor alle tijden gelden.

Islamcritici kunnen wijzen op de Romeinse tolerantie en meerstemmigheid op religieus gebied. En hoe na bijna vier eeuwen van half-ondergronds voortwoekeren in stedelijke enclaves, een intolerant, rigide monotheïsme tot staatsgodsdienst werd verheven.

Ik heb het over het christendom – ooit beschouwd als een begin van een einde. Een Houellebecq-scenario van een Europese islamitische theocratie in het komende decennium is vooralsnog fictie, maar hoe zit dat over vijftig, honderd jaar? Over vierhonderd? Alle variabelen die onze tijd bepalen, zullen tegen die tijd onherkenbaar veranderd zijn - en hoe kunnen wij dan nog wij zijn? Hoever staat onze seculiere maatschappij niet af van de christelijke samenleving van vijftig, vijfhonderd of duizend jaar geleden?

Ok, duizend jaar geleden: een inkopper voor bijvoorbeeld Marine Le Pen: de knieval van Keizerin Merkel voor autocraat Erdogan is een gang naar Canossa; maar die speelde zich af toen het Romeinse Rijk al tot legende was verdicht. Bij dit keerpunt in de geschiedenis in 1077, ging het om de scheiding van het wereldse en het geestelijke domein; hopelijk is de actuele gang geen aanleiding voor een tegengestelde beweging.

Nog een tijdsprong; fanatiek gepeupel dat koppen snelt voor een hogere doel en de monumenten van het verleden afbreekt, om op de brokstukken een nieuwe wereld te bouwen – gaat dat over IS, of over de kinderen van de Franse Revolutie? Is de vergelijking valide, of maken de diametraal tegengestelde doelen het tot een vergelijking van appels en peren?

Grootmachten die zich uitputten in verre oorlogen en daardoor kansen bieden aan andere grootmachten; proxy-oorlogen waarbij de gesteunde partijen zich keren tegen de leiders-in-de-achterhoede. De voortvarendheid van Bush, de terughoudendheid van Obama – alles heeft wel een precedent in het Romeinse Rijk of in enige andere periode uit de geschiedenis. En ze gaan altijd mank.

Een system collapse heeft vele vaders. Volgens de achttiende-eeuwse historicus Gibbon, is de echte vraag niet hoe het Romeinse rijk kon vallen, maar waarom het zo lang heeft kunnen standhouden. Misschien moeten Rutte en collegae zich die vraag eens stellen.

Een ding is zeker, onze wereld is een totaal andere dan die van de Romeinen, vergelijkingen gaan per definitie mank. De snelheid waarin veranderingen zich voltrekken is zoveel hoger; geglobaliseerde economieën, hightech communicatienetwerken, een ongekende bevolkingsgroei en -mobiliteit. De lijnen zijn korter, de blikvelden reiken tot de volgende verkiezingen. Wij zijn in staat om binnen seconden onze wereld te vernietigen, en hebben het ontmoedigende vooruitzicht dat ze voor het einde van deze eeuw onleefbaar zal zijn geworden. Tegelijkertijd zijn we veel beter dan onze verre voorouders in staat de gevaren te onderkennen en ze aan te pakken. We kunnen daarvoor niet van het Romeinse Rijk leren, we zullen dat zelf moeten doen.

De geschiedenis is gewoon wat ze is. We beoefenen haar niet omwille van stichtelijke prietpraat of politieke propaganda; dat leidt tot selectie en manipulatie; een geschiedenis van frames en taboes betekent de dood van de geschiedschrijving. Juist Rutte, als historicus, zou moeten weten: als je één ding kunt leren van de geschiedenis, is het dat die zich nooit op dezelfde manier herhaalt, dat alles complex, vloeibaar en onvoorspelbaar is.