Trump vs. Young, Stipe en Tyler

Hebben artiesten die niet willen dat hun muziek in verkiezingscampagnes wordt gebruikt een zaak?

Foto REUTERS/Jim Young

Het lijkt wel een nieuwe trend: artiesten die bezwaar maken tegen gebruik van hun muziek door politici. Terwijl Henk Westbroek op dit moment in Nederland onderzoekt of hij de PVV kan verbieden bij verkiezingsbijeenkomsten zijn lied België te draaien, wordt Donald Trump in de Verenigde Staten onder vuur genomen door verschillende muzikanten die zich verzetten tegen gebruik van hun nummers als ondersteuning van zijn campagne.

Young maakt bezwaar

Toen Trump in juni bij de aankondiging van zijn presidentskandidatuur Keep on rockin’ in the free world van Neil Young ten gehore bracht, maakte Young bezwaar. Ik heb hier geen toestemming voor gegeven en ben bovendien fan van Bernie Sanders (een andere presidentskandidaat), aldus Young. Nog geen twee maanden later was het weer raak toen Trump een verkiezingsbijeenkomst in Washington opvrolijkte met It’s the End of the World as We Know It van de band REM. Leadzanger Michael Stipe was minder subtiel dan Young. „Go fuck yourselves … you sad, attention-grabbing, power-hungry little men”, aldus Stipe in een tweet. En of het allemaal nog niet genoeg was kreeg Trump het begin van deze maand aan de stok met Steven Tyler van Aerosmith over het gebruik van Dream On. Tyler wil voorkomen dat de indruk wordt gewekt dat hij de kandidatuur van Trump steunt.

Toch is het de vraag of de artiesten een zaak hebben. Immers, zowel Trump als de PVV heeft netjes betaald voor het gebruik. Zo heeft de PVV rechten afgedragen aan Buma Stemra, de organisatie waaraan Westbroek zijn exploitatierechten heeft overgedragen. En wie de rechten op zijn muziek zonder enige beperking overdraagt, moet achteraf niet zeuren, zou je kunnen zeggen.

België?

Echter, Westbroek is niet kansloos. Want naast exploitatierechten heeft een componist zogenaamde morele rechten of persoonlijkheidsrechten. Ook als de componist zijn exploitatierechten heeft overgedragen, kan hij op basis van zijn morele rechten nog altijd een vuist maken als hij meent dat zijn reputatie of goede naam wordt aangetast. Of gebruik door de PVV van België de reputatie van Westbroek schaadt, is aan de rechter.