Column

Starbucks-belastingzaak is goed begin, maar multilaterale actie is beter

Is het een venti latte of slechts een tall americano? Het oordeel van de Europese Commissie dat de koffiefirma Starbucks de Nederlandse overheid 20 miljoen tot 30 miljoen euro moet terugbetalen aan ongeoorloofde staatssteun kan worden opgevat als een majeure doorbraak in de strijd tegen internationale belastingontwijking, maar is vooralsnog slechts het begin van een oplossing.

De uitspraak gaat over een zogenoemde ‘ruling’ van de belastingdienst, die tot gevolg had dat Starbucks zijn interne prijzen en betalingen via een Nederlandse vestiging zo kon structureren dat er zeer weinig belasting hoefde te worden betaald.

Ook voor Luxemburg en Ierland lopen dergelijke zaken. In principe raakt het Brusselse onderzoek het hart van het fiscale vestigingsklimaat in Nederland: het winkelen door bedrijven in de belastingverdragen van Nederland met bijna honderd andere landen, gecombineerd met een zege vooraf van de belastingdienst voor de door de bedrijven gekozen constructie.

In de praktijk is de dreiging nog niet zo groot. De Commissie kan zich, door haar beperkingen, alleen uitspreken over al dan niet terechte staatssteun. Niet over de aard van het Nederlandse fiscale systeem. Het kabinet zal de bevindingen bovendien mogelijk aanvechten, in een poging een betrouwbare partner te blijven voor de duizenden andere bedrijven die hun geldstromen via Nederland laten lopen.

Belastingverdragen zijn door de tijd heen gesloten met als doel te voorkomen dat internationaal opererende bedrijven dubbel belasting moeten betalen. Ze zijn verworden tot een doolhof waarin het doel geworden is belasting sowieso te vermijden. Dat is een maatschappelijk probleem. Want als multinationals steeds moeilijker te pakken zijn, dan concentreert de heffing zich op degenen die niet weg kunnen: werknemers, consumenten en kleine en middelgrote bedrijven.

Nederland staat niet alleen in zijn fiscale vriendelijkheid. Vrijwel alle industrielanden hebben tal van vriendelijke regelingen. Dat veroorzaakt arbitrage door bedrijven, en een dreigende race naar de bodem van de belastingheffing.

De actie van de Europese Commissie verdient lof, maar is beperkt. Meer heil is te verwachten van het huidige multilaterale initiatief onder leiding van de OESO om internationale belastingontwijking aan te pakken. Landen beconcurreren elkaar fiscaal, maar hebben ook last van elkaars maatregelen. Om de spiraal naar beneden te stoppen is meer nodig dan incidentele ingrepen, hoe lovenswaardig ook. Het gaat om het ontsnappen uit een situatie waarin iedereen elkaar bij de keel heeft. En dat kan alleen worden opgelost door allemaal tegelijk los te laten.