Column

Sjoemelkoffie kan ons echt niets schelen

De schade is namelijk minder zichtbaar. Die is, bijvoorbeeld, dat dat kleine espressobarretje het hoofd niet overeind hield in de concurrentiestrijd.

Zijn er al zeemeerminnen met rode wangen gespot op de advertentiepagina’s? Allesbehalve trots op onze nieuwe kleur. Bij Starbucks hebben we een fout gemaakt: we hebben uw vertrouwen geschonden.

Welnee. Belastingontduiking geeft geen imagoschade. We drinken er geen latte minder om. Sjoemelkoffie schonken ze bij Starbucks altijd al, en daarmee bedoel ik niet alleen dat een cappuccino er pas naar koffie begon te smaken als je er extra espressoshots in kocht. Dat Starbucks ons land als belastingparadijs gebruikte, net als veel andere internationale bedrijven, was al jarenlang algemeen bekend en heeft nauwelijks tot verontwaardiging geleid, laat staan tot een boycot.

Als consumenten er al bij stilstaan, zullen ze ongeveer als volgt redeneren. Bij Volkswagen kocht je een auto die vervuilender was dan je dacht. Daar ben je dus voorgelogen. Bij Starbucks koop je koffie zonder dat een deel van je geld uiteindelijk in de belastingkas verdwijnt. Goed, dat geld lopen we mis, maar daarmee steelt Starbucks niets van ons. Het overschrijdt geen milieunormen, en het heeft vast ook voordelen dat zo’n coole Amerikaan in ons kleine Amsterdam z’n boontjes is komen branden. Pleased to meet you. En hé, wij proberen hier zelf toch ook allemaal onze jaarlijkse aanslag zo laag mogelijk te krijgen? Stiekem zijn we fier op zoveel koffieboerenslimheid.

De schade is veel minder zichtbaar. Die is, bijvoorbeeld, dat dat kleine espressobarretje van die ene Italiaan – de man die bij binnenkomst jouw naam riep zonder dat die op een beker stond gestift, en die cappuccino maakte die wel naar koffie smaakte – het hoofd niet overeind hield in de concurrentiestrijd.

En dan heb ik het alleen nog over koffie. In Nederland zijn tientallen internationale iconen die op dezelfde manier de kleintjes de afgrond in duwen, schouder aan schouder met onze toeschietelijke Belastingdienst.

De toch al zo keiharde strijd van de kleine ondernemer tegen de megamerken verandert met die verkapte staatssteun tot eentje die op voorhand verloren is. De gevolgen zien we in elke winkelstraat, waar het eenvormigheid troef is. Soms is er een durfal die zich even in zo’n leegstaand pandje vestigt en er z’n ambachtelijke werk probeert te doen, maar meestal wordt hij weggevaagd door de glansloze vervlakking van de grote merken.

Eindelijk lijkt de Europese Commissie te begrijpen dat je geen monetaire eenheid kunt zijn zonder iets van een gemeenschappelijk belastingstelsel te hebben, in elk geval voor bedrijven die al internationaal opereren. Het is te hopen dat het weggesluisde belastinggeld alsnog geïncasseerd wordt.

Daarna is het wachten op die advertenties waarin de blauwe enveloppen rood kleuren. Allesbehalve trots op onze nieuwe kleur.