Op iedere bladzijde valt weer iets te grinniken

Caesar kan niet zomaar een hoofdstuk uit zijn biografie vernietigen, de tekst wordt gelekt en Asterix en Obelix gaan ermee op pad.

Twee jaar geleden maakten auteur Jean-Yves Ferri en tekenaar Didier Conrad hun debuut als makers van een nieuw Asterix-album. Dat was een bijzonder moment, want voor het eerst was een van de grootste Europese strips niet meer in handen van de originele bedenkers. Tekenaar Albert Uderzo had met scenarist René Goscinny 24 albums gemaakt en schreef en tekende er na de dood van Goscinny in 1977 op eigen houtje nog tien. Nu blijkt dat Asterix en De Picten, de eerste van Conrad en Ferri, nog maar een vingeroefening was. Met album 36 uit de reeks, hun tweede, De papyrus van Caesar, tonen zij de essentie van Asterix te hebben doorgrond.

Vandaag verschijnt het album in Frankrijk in een oplage van 2 miljoen exemplaren en in twintig andere landen komt het gelijktijdig uit in vertaling, ook met 2 miljoen exemplaren.

De papyrus van Caesar heeft een goed gestructureerd plot, met bijzondere en interessante personages en zit, karakteristiek voor de serie, tjokvol speelse verwijzingen naar deze tijd. Het tekenwerk is levendig en zit vol spitse details. Het belangrijkste voor deze humorstrip is dat er, net als in de oude albums, weer op iedere bladzijde iets te grinniken valt. De lol bij Asterix zit vaak in taalgrapjes, in knipogen naar de hedendaagse lezer en in de emblematische namen. Vanaf de eerste pagina is het raak, als Ferri een glad pratende adviseur van Julius Caesar opvoert die Bonus Promoplus heet. Deze spindoctor ontkent de waarheid te willen „verdoezelen”, hij wil die alleen „met een discrete sluier bedekken”.

Dit album is gebaseerd op het boek dat de historische Romeinse heerser Caesar schreef over zijn veldtochten in Frankrijk: De Gallische oorlog. In de strip worstelt hij met een lastig hoofdstuk: de nederlagen tegen de onverzettelijke Galliërs. Op advies van Promoplus laat hij het hoofdstuk vernietigen en alle exemplaren weghalen bij zijn Numibische kopiisten. Eén van hen echter, Bigdatha, is een idealist die een exemplaar, een ‘papyrus’, redt en overhandigt aan de blonde journalist Polemix – de al aangekondigde ‘rol’ van Julian Assange, klokkenluider en oprichter van Wikileaks. Polemix brengt de papyrus naar het dorpje van Asterix en Obelix.

Gouden greep

De keuze voor Assange als personage is een gouden greep. Hij belichaamt de geest van Asterix, die stoelt op anarchisme, vrijdenken en rebelleren tegen machtsblokken. Assange is bij een uitstek een hedendaagse held die deze karaktertrekken bezit. Waarbij Ferri de schaduwkanten van de man niet onbelicht laat. Polemix is wel heel tuk op een ‘novum’ (een primeur) en hij is wel heel enthousiast over het idee dat hij met het openbaren van de waarheid het rijk ‘op zijn grondvesten kan laten schudden’.

Rond het idee van een boek dat informatie overdraagt is een web van associatieve grappen opgetrokken. De Galliërs zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat ‘wat geschreven is zal verdwijnen, maar de woorden blijven’. Wifix is de Galliër die zijn dorpsgenoten het nieuws voorleest, al zijn die vooral geïnteresseerd in de horoscoop van druïde Apollosix. De Romeinen communiceren met snelle postduiven: een lokale bode die post rondbrengt met os en wagen monkelt dat hij ‘straks op straat staat’. Asterix en Obelix ontmoeten ook een druïde die een eekhoorn roept door op zijn riet te ‘twieten’ – waarbij er kleine blauwe vogeltjes om zijn hoofd cirkelen.

Asterix en Obelix gaan met hun druïde Panoramix, de bereider van de toverdrank (Getafix in het Engels), op pad om de papyrus voor te lezen aan zijn collega Archeoptrix, die alle kennis van de Galliërs in zijn hoofd opslaat. Die avontuurlijke reis is het zwakste deel van het boek, maar Ferri schakelt handig heen en weer tussen de reis, de eeuwige kibbelende dorpsgenoten (smid Hoefnix met visboer Kostunrix, dorpshoofd Heroïx met zijn vrouw Bellefleur) en de komst van Promoplus, die naar Gallië afreist.

Het aardigste van de reis van het trio is de running gag, veroorzaakt door de horoscoop, dat Obelix eten moet minderen en conflict moet mijden. Twee enorme opgaven voor de liefhebber van everzwijnen en knokken. Dat levert voor het traditionele afsluitende vreetfestijn van de Onverzettelijken een fraai anachronisme op: het is voor Obelix „onbeperkt everzwijnen eten”.

In een postscriptum laten Ferri en Conrad de mondelinge overlevering van de Galliërs eindigen bij twee moderne ‘kopiisten’: René en Albert. Dat is een respectvol en mooi saluut aan twee grote stripmakers. Bij Ferri en Conrad is hun erfenis is in goede handen.