Nieuw in Tanzania: verkiezingskoorts

Zondag kiest Tanzania een nieuwe president en een nieuw parlement. De jeugd wil eindelijk verandering.

Verkiezingsbijeenkomst in de hoofdstad Dar es Salaam Foto Daniël Hayduk/AFP

De luide muziek wordt stilgezet in het uitgaanscentrum in Arusha, in Noord-Tanzania, als op tv een voorname politicus verschijnt. Hij zegt over te stappen naar de oppositie. Applaus weerklinkt. Jongeren jubelen, vrouwen halen toeters tevoorschijn en een oude Maasaiherder danst met zijn knuppel in het rond.

Zondag zijn er verkiezingen in Tanzania. En voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1961 dreigt een nederlaag voor de Partij van de Revolutie (CCM), de oudste regeringspartij van Afrika. „Welke revolutie duurt al ruim vijftig jaar en levert niets op?”, zegt de Maasai. Hij zet een flesje bier aan zijn mond. „We willen iets nieuws, zonder corruptie en machtsmisbruik”.

Een messiaanse status 

Tanzania (51 miljoen inwoners) is al lang een oase van rust in Oost-Afrika. In Oeganda volgde coup op coup en Kenia balanceerde door zijn scherpe stamtegenstelling altijd op de rand van de afgrond, maar politiek in Tanzania was altijd saai. Campagnes waren zo dynamisch als een koude pizza. Maar nu doet politiek er opeens toe.

Tanzania werd onafhankelijk onder Julius Nyerere, die destijds een welhaast messiaanse status had. Hij wilde Tanzania de sprong laten maken van een arme, agrarische staat naar een modern, socialistisch industrieland. In de jaren tachtig telde Tanzania het hoogste aantal geletterde Afrikanen. Maar tegelijkertijd was er nijpend tekort aan consumptiegoederen en werden staatsbedrijven steeds noodlijdender. Buitenlandse donoren wilden geen geld meer lenen.

In 1985 stapte Nyerere vrijwillig op. Tanzania maakte de omslag naar een vrije markt met hoge groei, maar ook met veel corruptie en armoede. Of, zoals Nyerere zelf enkele jaren na zijn aftreden opmerkte: „Het presidentiële paleis is een kuil van afpersers geworden.”Huidig president Jakaya Kikwete beloofde tien jaar geleden een ‘dynamisch beleid’ tegen corruptie. Maar er kwam juist meer corruptie.

Stem voor verandering

„Tanzania was altijd naar binnengekeerd”, zegt Salum Mengi, een jonge bankier in Arusha. „Onder Nyerere was er geen competitie en dus geen ondernemingszin. De overheid verkondigde dat we met onze gas- en goudvoorraden en de overvloed aan landbouwgrond konden overleven zonder de buitenwereld. Maar die zelfgenoegzaamheid loopt nu spaak, door de enorme corruptie, het slechte onderwijs, de groeiende werkloosheid en stagnerende landbouw”.

Zondag zal de jeugd, 70 procent van de bevolking, de doorslag geven. Joshua Nassari (30) is het jongste parlementslid van Tanzania. Hij is lid van de oppositionele Chadema (Partij voor Democratie en Vooruitgang). „Jongeren zijn wanhopig. Daarom gaan ze stemmen voor een alternatief, ook al weten ze niet of het daardoor werkelijk beter wordt”, zegt hij.

Op een verkiezingsbijeenkomst in Arusha wapperen hordes jongeren met vlaggen van Chadema. ‘Verandering, verandering’, buldert het door de ijle lucht aan de voet van de berg Meru. Ondanks zijn falen op economisch gebied heeft de in 1999 overleden Nyerere nog steeds de status van vader des vaderlands. „Hij zou op de oppositie stemmen”, zegt Joshua. „Als het volk verandering wil en die niet vindt in de CCM, dan moet het elders kijken”, citeert hij de grote leider.

Maar of die veranderingen er ook echt komt, is niet uitgemaakt. Politiek in Afrika is veelal een opportunistisch stoelendans, ook in Tanzania. De partijprogramma’s van de CCM en Chadema verschillen nauwelijks. Ook de regeringspartij probeert jongeren aan te spreken. Op verkiezingstournee deed presidentskandidaat John Magufuli (55) opdrukoefeningen op het podium om te laten zien dat hij jonger is dan zijn opponent van de oppositie.

Die kandidaat is een oude bekende. Edward Lowassa (62) werd in 2005 namens de CCM premier, maar trad drie jaar later af in een corruptieschandaal. Dit jaar stapte hij over naar de oppositie om zijn carrière een nieuwe kans te geven. De CCM zelf zette van corruptie verdachte parlementariërs gewoon weer op de kandidatenlijst.

Niets nieuws onder de zon dus. Zullen de jongeren inderdaad voor verandering gaan stemmen, zonder zeker te zijn dat het beter wordt? „Mijn moeder belde me om te vragen op wie ik ga stemmen”, vertelt een transporteur in Arusha. „Ik zei haar op de oppositie te stemmen. ‘Jullie jongeren willen altijd nieuwe dingen, nieuwe kleren en nu een nieuwe partij. Houd je toch bij het oude en bekende’, antwoordde ze”.

Ook bankier Mengi luistert niet naar de oude generatie. „Iedereen zet zijn hoop op de oppositie voor verandering”, zegt hij beslist.

Lees verder: `Leraar' die zelfkritiek nooit schuwde