Landverraders, klinkt het in Steenbergen

Van het verzoek om „beschaving”, trok bijna niemand zich iets aan.

Zichzelf bijlichtend met Romeinse kaarsen liepen enkele honderden demonstranten tegen de opvang van vluchtelingen gisteravond door het centrum van Steenbergen. Foto David van Dam

Waarnemend burgemeester Joseph Vos heeft nog overwogen in te grijpen, vertelde hij journalisten na afloop van een tumultueus verlopen vergadering over de mogelijke komst van asielzekers naar Steenbergen. Hij had het toch maar niet niet gedaan. „Ik ben wel wat gewend.”

Vooraf had Vos een noodverordening afgekondigd, nadat duidelijk was dat er misschien relschoppers in aantocht waren. Winkeliers hadden alvast hun ramen en deuren gesloten. In en om sporthal ’t Cromwiel, plaats van de vergadering, wemelde het van politie. Een protestmars verliep daarna zonder grote incidenten. Ook in de hal bleef het bij verbaal geweld, dat niettemin behoorlijk intimiderend moet zijn geweest voor burgemeester, wethouders en raadsleden. „Kijk ze daar zitten met hun vette koppen”, schreeuwde trillend van woede een AOW’er in de microfoon. „Ik zou jullie met een hamer kapot moeten slaan. Landverraders!”

Een kleine twintig sprekers kregen het woord. Vrijwel allemaal keerden ze zich in felle, soms beledigende taal tegen de opvang van maximaal zeshonderd asielzoekers. Daarover is in het West-Brabantse Steenbergen nog niets besloten, wel wordt nagedacht over een terrein naast een basisschool. De vergadering was bedoeld om de mening onder inwoners te peilen. Welnu, daarover kan geen misverstand bestaan: Steenbergen is tegen asielzoekers, die door bijna iedereen werden omschreven als „gelukzoekers” die als moslims „onverdraagzaam” zijn en Steenbergse vrouwen en kinderen bedreigen. „We halen het Paard van Troje binnen”, stelde een vrouw.

‘Vol is vol’

Enkele sprekers waren nauwelijks te volgen omdat er massaal leuzen werden gescandeerd: ‘Aa zet cee weg er mee’ en ‘Vol is vol’. Vos zelf werd uitgemaakt voor „leugenaar” en „zakkenvuller”. Ook trachtte een groot deel van de honderden bezoekers een vrouw de mond te snoeren die als een van de weinigen in de gemeente zei in te stemmen met kleinschalige opvang van echte vluchtelingen. „Oprotten!” klonk het toen deze geboren Steenbergse Dasja Abresch het waagde te zeggen dat men in het leven „verplicht is een ander in nood te helpen”. Vroeg de gespreksleider vervolgens om „een beetje beschaving”? Weer gejoel. „Moven!!” „Volgende!!”