Column

Kosmofobie

Het was 1986, ik was drie jaar. Mijn vader duwde me Gödel, Escher, Bach in de handen en riep: „Dit boek moét je lezen, echte pageturner!” Ik: „Maar vader, ik kan nog niet lezen.” Hij: „WAT?!” Mijn hele jeugd maakte hij er een erezaak van om zoveel mogelijk kennis in mijn hoofd te stampen. Zo werd ik op mijn zevende voor Dürers tekening van de noordelijke sterrenhemel gezet.

De kunstenaar had de sterrenbeelden voluit getekend, waardoor het universum bevolkt leek door reusachtige maagden en gargantuesk vee. Schuimbekkende stieren, moorddadig kijkende vissen, kreeften die je alleen in de wateren van Fukushima aantreft.

Terwijl mijn vader aan een uiteenzetting over geocentrische en heliocentrische wereldbeelden begon, werd ik hoe langer hoe benauwder van die afbeelding, om uiteindelijk van angst voor minstens vijf gulden aan Brinta over te geven.

Die nacht droomde ik dat ik door de kosmos zweefde, omringd door enorme sterrenbeelden. Het was een gedrang van monsterlijke slangendragers en kwaadaardige reuzentweelingen. En hoewel ik heus wel wist dat er helemaal geen beren van Godzilla-omvang door de ruimte scheerden, was ik doodsbang. Zwetend werd ik wakker, keek uit mijn raam, zag de sterren twinkelen. Even ging het iets beter. Toen moest ik weer denken aan Dürers ets en begonnen mijn wangen opnieuw te gloeien.

Ik lijd dus – als gevolg van een combinatie van ouderlijke lesdrift, mijn brein en een tekening uit 1515 – aan kosmofobie. Meestal heb ik er geen last van, maar een tijd geleden maakte ik met een groep dichters en moslims een reis door het Midden-Oosten en belandden we voor een paar dagen in de woestijn, om daar onder de blote sterrenhemel te overnachten. Mijn reisgenoten vonden het fantastisch, voor mij was het verpletterend. De sterren straalden met zo’n kracht dat ik het gevoel had in de koplampen van een miljoen Joint Strike Fighters te kijken. Achter het licht hoorde ik de monsters grommen. Ik heb alle oxazepam verorberd die mijn reisgenoten bij zich hadden (overigens zonder hun medeweten, dat ontdekten ze pas tijdens de turbulentie op de weg terug). Alsnog deed ik geen oog dicht.

Met de jaren is mijn kosmofobie iets afgenomen. Ik kan ontspannen naar Star Wars, Interstellar en Gravity kijken, maar zodra ik onder een sterrenhemel sta en mijn dag niet heb, komen die monsters van Dürer weer in mijn hoofd.