Jongeren kopen veel minder vaak alcohol

Toch drinkt meer dan de helft van de 16- en 17-jarigen nog steeds. Zij krijgen de drank van oudere vrienden.

Foto Koen Suyk / ANP

Sinds de verhoging van de alcoholleeftijd naar 18 jaar kopen jongeren veel minder vaak alcohol. Toch drinkt nog bijna de helft van de 16- en 17-jarigen maandelijks alcohol, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA). Zij krijgen die drank vaak van oudere vrienden of ouders.

Uit het onderzoek, uitgevoerd door bureau Intraval, komt naar voren dat één op de tien jongeren nog zelf alcohol probeert te kopen. Bij het vorige onderzoek in 2011 was dat bijna acht op de tien. Ook onder 14- tot 15-jarigen is het aantal jongens en meisjes dat wel eens drank probeert te kopen gedaald, van 9 procent in 2011 naar 1 procent nu.

Ook consumptie neemt iets af

Dat jongeren minder vaak drank kopen, is te zien in de consumptie. Toch zijn de verschillen daar in vier jaar tijd minder groot. Waar in 2011 nog 93 procent van de 16- en 17-jarigen ooit wel eens alcohol had geprobeerd, is dat nu nog 83 procent. Onder 14- en 15-jarigen is dat percentage zelfs licht gestegen, van 58 naar 63 procent.

Anders dan vier jaar geleden hebben de onderzoekers dit jaar ook gekeken hoeveel van de jongeren de afgelopen maand alcohol dronk. Onder 16- tot 17-jarigen is dat 54 procent en onder 14- en 15-jarigen 16 procent. Het gaat hierbij iets vaker om jongens dan om meisjes, zo schrijven de onderzoekers.

De jongeren die drinken krijgen die drank in het merendeel van de gevallen van anderen. Zo laat meer dan drie kwart van hen de alcohol kopen door oudere vrienden en krijgt vier op de tien wel eens drank van ouders. De aanschaf wordt in die gevallen meestal gedaan in supermarkten of horecagelegenheden.

‘Een duidelijke verandering in koopgedrag’

Staatssecretaris van Rijn stelt in een reactie blij te zijn met de “duidelijke verandering in koopgedrag”. Nu moet de aandacht verschuiven naar het drinkgedrag, zo stelt hij:

“Het aanpassen van de wet was stap één, de nu veranderende sociale norm is stap twee. Maar waar het mij uiteindelijk allemaal om te doen is, is de gezondheidswinst die het oplevert voor onze jongeren.”