Netanyahu brengt Duitsland in verlegenheid om Holocaust

Het was een van de meer absurde verklaringen die een overheidswoordvoerder de laatste tijd heeft afgelegd: een zegsman van het Duitse kabinet zei gisteren dat de „verantwoordelijkheid voor de Holocaust bij ons” ligt, en dat er „geen reden” is om de blik daarop te veranderen. Nog vreemder is dat de voorlichter hiermee reageerde op een opmerking van de Israëlische premier Netanyahu.

Aan de vooravond van zijn bezoek aan Duitsland, waar hij gistermiddag arriveerde, was Netanyahu verwikkeld geraakt in een Holocaustrel. Dinsdag had hij gezegd dat Adolf Hitler door grootmoefti Haj Amin al-Husseini van Jeruzalem werd overgehaald om de Joden uit te roeien.

Critici wierpen tegen dat geen enkele serieuze historicus deze theorie aanhangt. En, erger nog: dat Netanyahu zich schaart in het dubieuze kamp van Holocaustontkenners als de Britse historicus David Irving.

Hitler en Al-Husseini troffen elkaar in 1941. De Palestijnse moslimleider vroeg bij de ontmoeting om steun voor Arabische onafhankelijkheid. Ook vroeg hij om hulp bij zijn verzet tegen de oprichting van een Joods nationaal tehuis in Palestina.

Al voor deze ontmoeting met Al-Husseini hadden de nazi’s bijvoorbeeld bijna 34.000 Joden doodgeschoten in het ravijn Babi Jar, bij Kiev.

In een reactie op de controverse zei Netanyahu dat hij een link had willen leggen tussen de opruiing van Al-Husseini en die van hedendaagse Palestijnen. „Het was niet mijn bedoeling om Hitler vrij te spreken van zijn duivelse vernietiging van het Europese Jodendom.”