In het stadion wordt nog wel gelachen

PSV verliest van VfL Wolfsburg in een duel dat geen moment spannend was.

Bas Dost, de Nederlandse spits van Wolfsburg (midden), viert zijn doelpunt tegen PSV met ploeggenoten Daniel Caligiuri (links) en Christian Traesch. Foto Peter Steffen/EPA

Het ritme van een lopende band die elke minuut een nieuwe Volkswagen voortbrengt, is niet afgestemd op een midweekse topwedstrijd van VfL Wolfsburg. Maar in 2009, het jaar dat de Duitse club debuteerde in de Champions League, deed de autofabrikant zijn medewerkers een gunst. Op de avonden dat het uithangbord van Volkswagen een Europese thuiswedstrijd speelde, werden roosters van arbeiders uit de Autostadt zodanig aangepast dat ze de wedstrijd alsnog konden zien.

Wat toen een sympathieke geste was, zou deze week een onverantwoorde zet zijn geweest. Volkswagen verkeert door het dieselschandaal in een diepe crisis en kon het niet maken werknemers uit te roosteren voor het duel van Wolfsburg tegen PSV. „In de huidige complexe situatie is dat onmogelijk”, zei VfL-directeur Klaus Allofs dinsdag. Dus waren zo’n drieduizend stoelen onbezet toen zijn club gisteravond won van PSV, in een wedstrijd die geen moment spannend was: 2-0.

Wolfsburg versus PSV. Strijd der fabrieksclubs. VfL is het paradepaardje van Volkswagen. PSV, de huisclub van Philips, opgericht ter vermaak van arbeiders uit het naastgelegen Philipsdorp. Ze speelden er of hadden een seizoenkaart, zoals ook het stadion van Wolfsburg steevast is gevuld met voornamelijk arbeiders van Volkswagen. Het concern is de werkgever van 60.000 van de 120.000 inwoners van Wolfsburg.

Prestigeobject

In de stad draait alles om Volkswagen en VfL. Een zorgeloze combinatie voor jaren, maar dezer dagen zorgt het voor onrust en onduidelijkheid. Nu Volkswagen mogelijk een miljardenboete wacht vanwege het sjoemelen met software (auto’s leverden veertig keer meer milieuschade op dan het systeem aangaf), is de vraag wat er overblijft van het prestigeobject Wolfsburg. De club is vrijwel volledig in handen van Volkswagen en ontvangt daarvoor jaarlijks zo’n 90 miljoen euro. Voor alle miljoeneninvesteringen was Wolfsburg nietig. Nu schurkt de club aan tegen de Europese elite, met topspelers als Luis Gustavo, Dante en André Schürrle.

Zo afhankelijk als Wolfsburg van Volkswagen is PSV niet van Philips. PSV bezorgt het elektronicaconcern prestige, maar heeft altijd de eigen broek moeten ophouden, benadrukt een woordvoerder. Hoewel hij conform bedrijfsbeleid geen uitspraken doet over de hoogte van sponsorbedragen, ontving PSV naar verluidt zes miljoen euro toen Philips nog shirtsponsor was. Nu het bedrijf daar na dit seizoen mee stopt, blijft daar ongeveer de helft van over.

Terwijl PSV en andere Nederlandse clubs afzakten naar de marge van Europa, ging het Wolfsburg voor de wind. In tijden dat engineers van Volkswagen nog niet hadden gesjoemeld met software, verlangde iedereen in en buiten Wolfsburg naar meer succes. Dezelfde fans die nu vrezen voor hun baan, maar ook de opgestapte topman Martin Winterkorn, die in 2009 verheugd was met het debuut in de Champions League. „Volgend seizoen zetten we dit gewoon voort”, zei Winterkorn destijds trots.

Zijn opvolger Matthias Müller is meer een liefhebber van tennis. Vanwege de naderende boete worden alle uitgaves streng beoordeeld. „Wat niet dwingend nodig is, wordt gestopt”, zei Müller toen hij werd gevraagd naar besparingen. Eerste gevolg voor VfL: uitstel van de bouw van het nieuwe jeugdcomplex ter waarde van veertig miljoen euro. Dat wordt nu gezien als een onverantwoorde luxe.

Gemiste strafschop

Besparingen op de selectie zijn (nog) niet aan de orde. Gisteren kon Wolfsburg nog altijd aantreden met het gros van de best betaalde werknemers van Volkswagen. Ze waren op papier beter en zo geschiedde. Na een eerste helft waarin PSV hoop kon houden op een gelijkspel, sloegen die Wölfe meteen na rust toe. Eerst via de Nederlandse spits Bas Dost, daarna via Max Kruse. In de slotfase miste PSV’er Jürgen Locadia nog een strafschop. Luid gejuich bij de aanhang van VfL. In het stadion valt er nog te lachen.