De historische banden van Rusland met het Midden-Oosten 

Syrië is maar een schamele rest van de invloedssfeer die Rusland (toen nog Sovjet-Unie) na de Tweede Wereldoorlog in het Midden-Oosten had gecreëerd. Egypte, Algerije, Zuid-Jemen, Irak, Libië en Syrië, plus een kleurrijke verzameling Palestijnse en andere oppositiegroepen vormden samen het Sovjet-bolwerk dat zich in de Koude Oorlog te weer stelde tegen de „imperialistische” bedoelingen van de VS en hun kamp van voornamelijk conservatieve koningen. In 1972 zette toenmalig Egyptisch president Anwar al-Sadat echter de hakbijl in het zogeheten Afwijzingsfront, toen hij naar Washington overliep.

Vóór WO II was de regio het exclusieve speelveld van Groot-Brittannië en Frankrijk. Maar de oorlog bleek een uitputtingsslag voor deze koloniale mogendheden. Ze hadden weinig verweer meer tegen de onafhankelijkheidsorganisaties die overal opdoken. Moskou zag zijn kans schoon voor expansie van zijn invloed zuidwaarts als sponsor van de Arabische bevrijdingsbeweging en van presidenten die de een na de ander aan de macht kwamen. Met succes, dat wil zeggen nadat Moskou afstand had genomen van de nieuwe staat Israël waarvan het de stichting in 1948 nog volmondig had gesteund. De Arabisch-Israëlische vijandschap werd juist een buitenkans om in de regio terrein te winnen. Moskou leverde volop wapens aan Israëls Arabische vijanden, overigens zonder dat het zelf uit was op de vernietiging van de staat Israël.

Lucratieve wapenleveranties

Waar ging het de Sovjetleiders om? Niet zozeer de ideologie, hoewel de communiqués die uit onderlinge bezoeken voortkwamen in bewoordingen van ‘anti-imperialistische bevrijdingsstrijd’ en ‘anti-kolonialisme’ waren opgesteld en de meeste bevriende regerings- en oppositieleiders zich aanvankelijk als socialistisch of zelfs marxistisch afficheerden. Veel belangrijker voor Moskou waren de strategisch gelegen marine- en luchtmachtbases (onder andere het Egyptische Alexandrië, Tartus in Syrië, Aden in Zuid-Jemen) en de lucratieve wapen- en andere leveranties aan Arabische bondgenoten.

Bekijk de slideshow van historische Russische ontmoetingen met kopstukken uit het Midden-Oosten

Op hun beurt waren Moskous vrienden ook helemaal niet zo links als ze zichzelf noemden. Communistische of marxistische partijen waren er wel, met name in de bloeitijd van het seculiere Arabische nationalisme. Maar geen van deze partijen wist zich tot een massabeweging te ontwikkelen. Alleen in Zuid-Jemen slaagde een marxistische partij erin aan de macht te komen. Niet alleen voor Moskou, ook voor zijn Arabische cliënten waren de wapenleveranties – vliegtuigen, tanks, artillerie – van het grootste belang.

Diverse factoren werkten mee aan het verval van Moskous invloed. De grootste klap kwam al in 1972, toen Sadat de 20.000 Sovjet-adviseurs zijn land uitzette. Tot de dag van vandaag is onduidelijk of het Sadats idee was: als inleiding op de oorlog van 1973 tegen Israël waarvan Moskou geen voorstander was, óf als uitkomst van een detente-akkoord tussen de Sovjet-Unie en de VS. De geleidelijke islamisering van de regio die rond 1979 begon en het Arabisch nationalisme naar de achtergrond verdrong, was een andere factor. Het begin van het einde van de Sovjet-Unie in 1989 leidde tot de geboorte van één Jemen. De meer of minder seculiere regimes van Irak, Libië en Algerije bleven grootafnemers van Russische wapens. Alleen Syrië bleef een echte bondgenoot.

Vloek van de Lente

De familie-Assad bleef door de jaren heen een trouwe bondgenoot van Moskou, ook nadat in 1991 de Sovjet-Unie was omgevallen en de Verenigde Staten als enige supermacht waren overgebleven. Van alle bases en steunpunten die geleidelijk in het Midden-Oosten waren verzameld, kon de nieuwe Russische leiding alleen nog in Tartus terecht.

De zogenoemde Arabische Lente die in december 2010 in Tunesië begon, bracht nog meer slecht nieuws. Nadat Saddam Hussein al in 2003 door de Amerikanen ten val was gebracht, volgde in 2011 de omverwerping van Gaddafi in Libië. Toen een kleine protestbeweging in Syrië in een jaar tijd in een oorlog ontaardde, was het voor de Russische leiding geen lastige keuze om het regime van Bashar al-Assad te blijven steunen. Verder was er het eenkennige Algerije nog, tot en met de dag van vandaag een verre wapenafnemer, maar veel meer ook niet.

Op een moment waarop Assads regime gevaarlijk veel terrein verloor, was de huidige uitbreiding van de Russische steun dan ook verklaarbaar: immers de laatste bondgenoot met het laatste marinesteunpunt. Maar in het huidige instabiele klimaat in het Midden-Oosten zijn relaties vluchtig. Waar twee jaar geleden de Egyptische president en ex-legerleider Sisi met hulp van Amerika’s bondgenoot Saoedi-Arabië aan de macht kwam, zet hij nu in het spoor van zijn bewonderde voorganger Nasser stappen naar betere relaties met Rusland. Sisi is inmiddels al vier keer in Moskou op bezoek geweest en heeft een serie economische en wapenakkoorden gesloten. Als een van de weinige Arabische landen heeft Egypte ook steun uitgesproken voor het Russische luchtoffensief tegen vijanden van Assad in Syrië. Niet dat Sisi een vriend van Assad is, maar hij is bang dat de val van diens regime een nieuwe impuls vormt voor moslimextremisten in zijn eigen regio.

Wapens als bindmiddel

Ook Irak, waar de Amerikanen met de omverwerping van Saddam Hussein Iran nieuwe invloed gaven, steunt de Russische interventie. Tot uitgesproken ongenoegen van Washington staat Irak Russische overvluchten toe, en met Rusland, Iran en Syrië heeft het een akkoord gesloten om samen de extremistische Islamitische Staat te bestrijden. Machtige pro-Iraanse shi’itische milities steunen immers Assad.

Daarmee tekent zich opeens een beginnetje af van een nieuwe Russische invloedssfeer. Alleen Syrië is een echte bondgenoot, maar Egypte en Irak zien veel voordeel in toenadering tot Moskou. Iran is een geval op zichzelf. Rusland heeft de kerncentrale in Bushehr afgebouwd toen geen land zich eraan wilde branden, en volgens Iraanse zegslieden wil Teheran voor 21 miljard dollar satelliettechnologie en vliegtuigen in Rusland kopen.

Ook speelt nog steeds de omstreden aanschaf van S-300 luchtafweer. Maar uiteindelijk houdt Iran nog steeds vast aan ayatollah Khomeiny’s gebod ‘Noch Oost noch West’. Het heeft immers niet alleen slechte herinneringen aan Amerikaanse en Britse inmenging, ook de Russen hebben zich in de Tweede Wereldoorlog aan het land vergrepen.

 

 

Lees verder: Poetin wil zijn Midden-Oosten terug