‘Hallo, met Daisy Busscher’

Thomas Rueb belt met Daisy Busscher (28) uit Woerden. Zij won deze week het allereerste ‘Groot Nasjenoal Woers Diktee’.

Wat is dat eigenlijk, ‘Woerds’?

„Enorm plat is het. Het Woerds – of Woerdus, mag allebei – is een samenraapsel tussen boers en Utrechts. Maar volgens mij is het officieel niet eens een echt dialect.”

Maar wacht, jij hebt helemaal geen accent.

„Laat me vooropstellen: ik spreek ABN. Ik ben jurist, vind de Nederlandse taal belangrijk. Maar twee dagen per jaar, tijdens de Woerdse Koeiemart, mag het van mij lekker plat.”

En hoe klinkt dat dan?

„Om te beginnen: we spreken de ‘n’ op het einde niet uit. We zeggen geen ‘gordijnen’, maar gedijne. Je brengt niet je vuilnis naar de vuilnisbelt, maar je vullis naar de vaalt. Niet ‘ik moest het konijnenhok verschonen’, maar kmos effe ut knijnehok vevesse. En je bent niet gescheiden, maar gesjeeje.”

Gesjeeje. Oké. Hoe schrijf je dat?

„Dat weet ik ook niet, hoor.”

Hoezo? Jij hebt toch gewonnen?

„Wacht, ik pak even pen en papier, schrijf ik het op voor mezelf. Ah, ja. Komt-ie: g-e-s-c-h-e-ë-e. Gescheëe.”

Van wie heb je dit eigenlijk geleerd?

„Daar kan ik maar één ding op zeggen: mijn familie. Ik ben in Woerden geboren en ben er altijd blijven wonen, zelfs tijdens mijn studententijd. En ik werkte in een kroeg. Dan leer je het wel. Puur fonetisch dan, het is nooit eerder op schrift gesteld.”

Waarom nu opeens wel?

„Er was discussie in Woerden. De gemeente had vorige week de jaarlijkse Koeiemart – mart, hè, niet markt – op posters aangekondigd als ‘Koeienmarkt’. Nou, daar waren de bewoners natuurlijk niet blij mee. Ze hebben die letters met stift doorgekrast, en dit dictee georganiseerd. Maar ik deed mee voor de grap. Nooit gedacht dat ik zou kunnen winnen.”