Gedwongen speeddaten

©

Liefde maakt blind. Maar in The Lobster van de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos is liefde bijziend. Ze zit verstopt achter de wazige brillenglazen van Colin Farells David die door zijn vrouw in de steek is gelaten en daarom naar een afgelegen hotel wordt afgevoerd. Als hij daar niet binnen een maand een nieuwe partner vindt, moet hij verder leven als dier.

Zelf wil hij het liefst in een kreeft veranderen: die leven lang en blijven hun hele leven lang vruchtbaar. In dat bizarre detail wordt de hele idiote en complexe thematiek van de film duidelijk: zelfs in het aangezicht van de dood denkt David nog aan voortplanting. Het geeft aanleiding tot een kettingreactie aan overpeinzingen over liefde en relaties.

Yorgos Lanthimos kan dat perfect: een redelijk normaal uitgangspunt nemen – man zoekt vrouw – en het dan zo presenteren dat het onthutsend en ontregelend is. Want in het datinghotel gelden bizarre regels. Zo trakteert het kamermeisje de gasten op lapdances, maar wordt masturbatie bestraft door de schuldige hand in een broodrooster te steken.

Het is absurd op een wijze die vagelijk aan Van Warmerdam herinnert, toch ga je als toeschouwer onwillekeurig je eigen liefdesleven onder de loep nemen. Hoever gaan wij zelf om wat waard te zijn op de relatiemarkt, om maar niet onze geliefden te verliezen, niet ‘eenzaam’ te hoeven zijn?

The Lobster is een satire over de liefde. Maar de film is groter dan dat. Als een tweeluik, met een binnen zijn strakke stijl bijna symfonische structuur, klappen het persoonlijke en het politieke op elkaar. The Lobster is een inktzwarte rorschach-vlek, maar het kost minder moeite onze wereld erin te zien dan we eigenlijk zouden willen.