‘Europa onderschat de Griekse risico’s’

De directeur van het CPB laat zich niet snel in de put praten, ook al dreigen risico’s voor de net herstelde Nederlandse economie. Neem de Griekse schuldenkwestie.

„Europa zou kunnen kijken hoe noodsteun aan ontwikkelingslanden is afgewikkeld.”

Laura van Geest: „Als de wereldhandel minder wordt, betekent dat niet direct dat alles meteen verloren is.”

Het economisch herstel is nog pril en nu al dreigt de groei van de wereldhandel weer te stokken. De werkloosheid neemt nauwelijks nog af en China maakt zijn economische verwachtingen op dit moment niet waar. En dan kost ook nog de onverwachte komst van veel vluchtelingen Nederland extra geld. Blijft er eigenlijk iets over van de door het Centraal Planbureau (CPB) voorspelde economische groei van 2,4 procent in 2016?

Directeur Laura van Geest van het CPB laat zich niet snel in de put praten. Ze ziet het glas liever als half vol. „Is er sinds onze raming op Prinsjesdag nog iets gebeurd in de wereld? Het antwoord blijkt ja te zijn”, zegt ze ironisch. Ze is niet van plan om elke dag met een nieuwe raming te komen. „In december gebeurt dat pas weer, en ik denk niet dat die verwachte groei door twee gaat.”

De kink in de groeicurve van de Chinese economie kan „een kwartje” aan groei kosten, 0,25 procentpunt. Maar de gevolgen van een lagere stijging van de wereldhandel vallen mee. „Allereerst gaat het met de handel die voor Nederland relevant is, met name in Europa, helemaal niet veel slechter. En de binnenlandse bestedingen dragen belangrijker bij aan de groei dan de export. Dus als de wereldhandel minder wordt, betekent dat niet direct dat alles meteen verloren is.”

Kunnen de extra kosten voor de vluchtelingen, nu al ruim 1 miljard euro, nog roet in het eten gooien?

„Volgens mij moet je over vluchtelingen niet praten alsof je iets gaat zitten doorrekenen. Zo moet je niet naar dit onderwerp kijken – althans zo wil ik niet in de hoek worden gezet. Maar dat neemt niet weg dat we rekening moeten houden met de eventuele effecten. Het heeft gevolgen voor de uitgaven en voor het arbeidsaanbod. Kan het substantieel zijn? Dat hangt ervan af of het om éxtra uitgaven gaat. Natuurlijk zorgen de uitgaven van gemeenten voor extra economische prikkels, maar dat geld was waarschijnlijk zonder vluchtelingen aan iets anders besteed. Wij gaan met belangstelling aan het eind van deze maand de najaarsnota van de minister lezen.” Daarin schetst minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) een tussenstand van het huidige begrotingsjaar, met eventuele mee- en tegenvallers.

Twee jaar geleden werd Laura van Geest (53) de hoogste baas van het Centraal Planbureau, het onderzoeksinstituut dat economische beleidsanalyses maakt ten behoeve van kabinet en parlement. Soms op verzoek – het CPB rekent desgevraagd verkiezingsprogramma’s en voorstellen van politieke partijen door. En het komt geregeld met zelf gekozen onderwerpen – zoals recentelijk over lokale belastingheffing. Vier keer per jaar komt het planbureau met macro-economische ramingen, die wettelijk de basis vormen onder het financiële beleid van de Rijksoverheid. In de praktijk vaak teruggebracht tot twee vragen: biedt de verwachte economische groei ruimte op de begroting voor leuke dingen, zoals komend jaar een lastenverlichting van 5 miljard euro? Of zitten er tegenvallers aan te komen die nieuwe bezuinigingen noodzakelijk maken? De voormalige topambtenaar van Financiën speelt daardoor een belangrijke rol in het politieke debat. Al blijft ze zelf het liefst op de achtergrond. Aan politieke uitspraken waagt zij zich liever niet. „Het is onze taak om feitenmateriaal aan te dragen. Daar mogen mensen dan weer mee doen wat ze willen.”

In de laatste Macro Economische Verkenning (MEV), die met Prinsjesdag verscheen, klonk op onderdelen niettemin stevige kritiek op het huidige kabinetsbeleid door. Onder meer over Griekenland en over het structurele begrotingstekort, het tekort gecorrigeerd voor de stand van de economie in een land.

Volgend jaar loopt het zogeheten structurele tekort op naar 1,2 procent terwijl het van Europese Commissie maximaal 0,5 procent mag zijn. Geen politicus lijkt zich om dit tekort al te grote zorgen te maken. U wel?

„Het structurele tekort wordt door de Europese Commissie als een belangrijk element gezien. Als je de eenmalige meevallers weglaat, en zo kijkt Brussel er misschien wel naar, komt dat tekort in 2016 zelfs op 1,4 procent. Aan de andere kant: de uitkomsten van de tekortberekeningen zijn zo onvoorspelbaar dat het moeilijk is om het een grote rol in je dagelijks beleid te laten spelen.”

Dus hebben we volgend jaar weer een probleem. Ditmaal niet door het gewone begrotingstekort van maximaal 3 procent, maar door dit oplopend structurele tekort. Nieuwe bezuinigingen?

„Tot 0,75 procent krijg je als land het voordeel van de twijfel. Is dat tekort hoger, dan gaat Brussel erop ‘studeren’, en politici zien dat ‘studeren’ blijkbaar met vertrouwen tegemoet. Of dat terecht is? Ik vind het ramen van de Nederlandse economie al lastig, maar het ramen van de Commissie vind ik zo mogelijk nog ingewikkelder.”

Dit tekort wordt bij ongewijzigd beleid niet kleiner. De lastenverlichtingen van 5 miljard en de lagere gasopbrengsten zorgen juist voor een groter tekort.

„Wij hebben geen prognoses voor 2017, maar van 1,4 of 1,2 procent naar een maximaal structureel tekort van 0,5 procent is best een afstand. En op basis van de doorrekening van het regeerakkoord kan je niet concluderen dat je daar vanzelf op komt. Er zit niet een verborgen paasei in of zo.”

In de MEV besteedde u speciale aandacht aan de Griekse schuldenkwestie. U stelt vrij overtuigend dat Griekenland in 2018 „niet klaar is om naar de markt te gaan”.

„De Europese instellingen, en dus ook het Nederlandse kabinet, veronderstellen dat als Griekenland zich netjes aan de afspraken van het derde steunpakket houdt, financiële marktpartijen in 2018 de Griekse schuld willen herfinancieren. In onze analyse kijken we naar de Griekse schuld zoals die marktpartijen dat doen. Bijvoorbeeld door niet alleen uit te gaan van het afgesproken scenario van aflossing en hervormingen, maar ook rekening te houden met de onzekerheden en de risico’s op dat pad – daar verdienen zij doorgaans hun geld mee. Juist als Griekenland, zoals nu voorzien, scherp aan de wind blijft zeilen met zijn overheidsfinanciën, krijgen financiële markten bij tegenvallers meer schrik. Met het risico dat de doelstellingen niet gehaald worden. Dan worden de plaatjes ongunstiger: tekort loopt op, schuld daalt minder snel. En dan gaan die marktpartijen toch weer een hogere rente vragen. Dat versterkt de vicieuze cirkel van hogere rente, hogere schuldenlast, nóg hogere rente, nóg hogere schuldenlast.”

Is het kwijtschelden van schuld dan de enige uitweg?

„De politiek moet zich in elk geval afvragen of het wel reëel is ervan uit te gaan dat de financiële markten de Griekse schuld straks wel even overnemen en dat er dus geen vierde hulpprogramma nodig is. De Europese instellingen zouden kunnen kijken hoe het IMF de noodsteun aan ontwikkelingslanden, die gered moesten worden, heeft afgewikkeld. Hen werd steeds een bepaalde vorm van schuldverlichting in het vooruitzicht gesteld. Goed gedrag werd, na periodes van drie jaar, nadrukkelijk beloond.”

Minister Dijsselbloem, tevens voorzitter van de eurogroep, zei hier tijdens de Financiële Beschouwingen doodleuk over: wij gaan uit van andere aannames dan het CPB.

„Ach ja, die dingen gebeuren.”

Dan, met een glimlach: „Ik ga ervan uit dat er nog meerdere debatten volgen en dat de politiek daarbij wederom gretig gebruik gaat maken van de analyses van ons nuchtere instituut aan de Van Stolkweg.”

Uw voorganger Coen Teulings stelde onlangs in deze krant dat het kabinet-Rutte belangrijke rapporten van onafhankelijke adviesorganen liever naast zich neerlegt. Herkent u dat?

„Wij planten zaadjes. Ik besef dat niet alles wat wij aan feiten en analyses presenteren meteen op dag één tot bloei komt. Soms komt het direct op, soms duurt dat wat langer. Zo is het leven. Als ik bij Kamerleden en op ministeries informeer, hoor ik dat onze stukken in elk geval gelezen worden – dat doel is dan bereikt. En er gebeurt ook wel wat mee. Zie het voorstel van D66 voor meer decentrale belastingen. Daar hadden we net een eigen rapport over gemaakt. Het kabinet gaat niet anders met ons om dan voorheen. Het is altijd zo geweest dat de eerste reactie op een CPB-rapport vaak is: ‘Interessant, maar wat moet ik ermee?’. Als het goed uitkomt, wordt het omarmd. En als het niet goed uitkomt dan trippelt men er fijn omheen. Zo zag ik dat tenminste vroeger in mijn vorige hoedanigheid. Nu zie ik mijn opvolgers veel trippelen. Dat vind ik eigenlijk wel grappig.”