Dit is kunst klinkt als: dit is maar kunst

‘Maar is het kunst?” Om te voorkomen dat deze vraag in potentie interessante keukentafelgesprekken dood zou slaan, kwamen mijn ouders al vroeg met de regel: „Alles dat wordt gepresenteerd als kunst, is kunst.”

Kortom, als mijn broertjes en ik iets waardeloos vonden (dat kwam, zacht gezegd, regelmatig voor) dan moesten we het zeggen, en uitleggen. Maar niet betwisten dat iets kunst is. „Je zegt ook niet dat een slechte achtbaan geen achtbaan is.”

Tot komende zondag is in Alkmaar om de twee minuten een plotselinge eruptie van water te zien, in de Singelgracht voor de molen van Piet. Mensen kijken ervan op. Sommigen schrikken. Niet iedereen wacht een tweede of een derde eruptie af, waardoor duidelijk wordt dat de explosie die het water naar boven stuwt, bedoeld is. Ze bellen met hun mobieltje de gemeente, of een noodnummer.

De organisatie van de kunstroute, waarvan het kunstwerk onderdeel is, plaatste daarop een groot bord aan de reling van de Heilooërbrug met de tekst: ‘Dit is kunst’.

De telefoontjes hielden op. Maar de kunstenaar, Leonard van Munster, was boos. „Het is toch van de gekke”, schreef hij zijn fans. Gewapend met een waterpomptang en in gezelschap van een cameraploeg van de regionale televisie, trok hij naar de brug, knipte het bord los en gooide het in de plomp. Van Munster: „Belachelijk. Je zet toch ook niet onder een schilderij in een museum: ‘dit is kunst’?” Vanuit Venetië probeert hij zijn ergernis telefonisch iets meer verdieping te geven. Met een bordje ‘dit is kunst’ vreest Van Munster dat mensen minder goed kijken: „Naar hoe water beweegt, hoe het borrelt en weer tot rust komt.”

Eigenlijk, zo begrijp ik, steekt het Van Munster dat de tekst ‘dit is kunst’ klinkt als: ‘dit is maar kunst’. Met andere woorden: schakel gevoelens van vrees en verontwaardiging uit. Of erger: serieus kijken niet vereist.

De wereld is een lange weg gegaan sinds Marcel Duchamp 98 jaar geleden een pisbak als kunstwerk instuurde naar een expositie. Het leerde generaties kunstenaars – en kunstconsumenten als mijn ouders – dat een object, ieder object, pas goed wordt bekeken als het wordt gepresenteerd als kunst. De keerzijde daarvan steekt Van Munster: kunst krijgt ons niet snel meer op de kast.

Maar interessante kunst kan wel boeien. Het werk ‘Stil water’ van Van Munster doet dat. Dus waarom wil hij eigenlijk verdonkeremanen dat het om kunst gaat? Waarom niet gewoon een tekstbordje aan de brug, wat de organisatie nu als compromis heeft besloten? Want, Van Munster, zeg eerlijk: in musea hangen onder schilderijen ook tekstbordjes. Die geven naam van werk en kunstenaar. Maar ze vertellen vooral: „Dit is kunst.”