‘Componeren is heilig voor mij’

Hij is een van de voornaamste Duitse componisten, maar heeft ook een volwaardige dirigentenbaan. Zaterdag dirigeert hij zijn stuk ‘Bereshit’ in het Concertgebouw.

Matthias Pintscher foto Franck Ferville / Agence VU/HH

De schijn dat hij als chef-dirigent zijn eigen composities loopt te pushen wil Matthias Pintscher (1971) graag vermijden. De compositieopdracht voor Bereshit (2013) had hij allang op zak toen hij twee jaar geleden aantrad als muzikaal leider van het wereldberoemde Ensemble InterContemporain. „Ze wilden een stuk dat de unieke bezetting van 31 musici volledig zou benutten, dat de identiteit van het ensemble zou beschrijven. Toen ik ze daarna toevallig een keer dirigeerde, sloeg de vonk onmiddellijk over. We moesten gewoon samen verder.” Dus gaat Bereshit overal mee naartoe en dirigeert hij het werk zaterdag in Amsterdam.

Pintscher geldt al decennia als een van de voornaamste Duitse componisten van zijn generatie. Nederland kent hem hoofdzakelijk als dirigent: in het laatste Holland Festival triomfeerde hij met een dubbele uitvoering van Boulez’ klassieke Répons; vijf jaar geleden debuteerde hij in de ZaterdagMatinee – weliswaar met een programma dat ook zijn eigen celloconcert Reflections on Narcissus bevatte.

Componisten die er een volwaardige dirigentenbaan op nahouden, zijn dungezaaid. Als getalenteerd violist speelde Pintscher al jong in orkesten, en op zijn vijftiende werd het verlangen geboren om zelf te dirigeren. „Voor mij heeft het dirigentschap niets te maken met de baas spelen, het slaan van de maat interesseert me niet. De aantrekkingskracht school erin musici te kunnen uitnodigen dat wonderbaarlijke geluid voort te brengen.”

Die fascinatie uitte zich toen hij in die periode zelf ging componeren: geen bescheiden pianostukje voor een vriendin, nee, Pintscher begon meteen met reusachtige orkestpartituren van duizenden noten per pagina. Totaal onspeelbaar, zegt hij nu. Maar niettemin veelzeggend: de kern van zijn oeuvre bestaat uit minutieus georkestreerde composities voor grote bezettingen. Die wisselt hij af met solostukken, om zijn hoofd leeg te maken en het oor te zuiveren.

Zijn viool heeft Pintscher tien jaar geleden verkocht (en er een appartement in Parijs mee betaald – „ik had een goeie viool”, merkt hij droogjes op), maar dirigeren doet hij meer dan ooit, over de hele wereld, in een repertoire dat zich uitstrekt van de barok tot vandaag. „Componeren is voor mij de heilige discipline. Die wordt echter voortdurend bedreigd door wat ik mezelf heb aangedaan door te willen dirigeren. Toch vind ik steeds de tijd om te schrijven – en het gekke is dat ik in die verbrokkelde uurtjes veel geconcentreerder en intensiever werk dan vroeger.”

Tenzij hij net Beethoven of Mahler heeft gedirigeerd. Willekeurig welke andere componist vormt geen probleem, maar díé twee... „Na zo’n concert lukt het me niet om mijn eigen muziek te horen: Beethoven en Mahler nemen dusdanig bezit van me dat de stilte zich vult met hun noten. Als je dat fenomeen wilt verklaren, kom je uit bij de bekende clichés: het humanisme, de uitdrukkingskracht waaraan je je niet kunt onttrekken.”

Veel van Pintschers muziek vindt haar oorsprong in buitenmuzikale bronnen. De poëzie van Arthur Rimbaud heeft verschillende werken geïnspireerd. Aan Reflections on Narcissus en het orkestwerk Osiris liggen gedetailleerde mythologische bespiegelingen ten grondslag, waarover hij aanstekelijk kan vertellen. Het recente Chute d’etoiles voor twee solotrompetten en orkest is opgedragen aan beeldend kunstenaar Anselm Kiefer.

Bereshit, dat in de NTR ZaterdagMatinee zijn Nederlandse première beleeft, komt voort uit het bijbelse scheppingsverhaal. „Ik heb een joodse opvoeding gehad en de spiritualiteit van de Tora is een blijvende bron van inspiratie.” Als scheppend kunstenaar wist hij al vroeg dat hij ooit zijn eigen Schöpfung zou schrijven.

Volgens een bepaalde school van commentatoren moet bereshit, het eerste woord van het boek Genesis, letterlijk vertaald worden met een ónbepaald lidwoord: niet ‘In den beginne’ maar ‘In een begin’. Het is de daarin besloten suggestie van meervoudigheid, van de mogelijkheid ook zelf iedere dag weer opnieuw te beginnen, die Pintscher bij het componeren voor ogen hield. Bereshit opent met één enkele toon, een flageolet op de contrabas, en schept zichzelf vandaaruit in een organische beweging, haast spelenderwijs. Pintscher: „Dat blijft een fascinerend proces: vanuit niets tot enorme rijkdom komen, puur op basis van wat er in die eerste tellen is gebeurd.”