Zelfs filmster Colin Farrell is even single

is in ‘The Lobster’ een single in parenland.

De achttien kilo gewicht is er al afgetraind: in Club Silencio, Cannes, is de 39-jarige Ierse acteur Colin Farrell weer de slanke adonis. Zonder het harige buikje en snorretje van David, zijn personage in The Lobster: een vrijgezel die in een bizar hotel 45 dagen krijgt om een partner te vinden. Zo niet, dan bouwen ze hem om tot een wild dier naar keus en laten ze hem los in het bos. David wil dan liefst als kreeft door het leven: gepantserd en solitair.

Klinkt niet als Farrell, een fameus rokkenjager, al hielp zijn zelfgekweekte fat suit hem om in karakter te blijven voor The Lobster. Hoe hij zo dik werd? „Gewoon, eten, eten, eten, negen- tot tienduizend calorieën per dag. Twee cheeseburgers, een plak chocoladecake en een beker Häagen-Dazs die ik in de magnetron smolt en opdronk. En dat was mijn ontbijt.”

Persoonlijkheid

En ja, hij durfde in de spiegel te blijven kijken. „Denken jullie dat ik me schaamde? Ik stond de halve dag voor de spiegel, selfies van mijn buik te maken. Ik kan terugvallen op mijn spraak, mimiek en lichaamstaal, maar door dat lichaam bleef ik automatisch in karakter, drie maanden lang. Terug in Los Angeles realiseerde ik me dat ik nog steeds in The Lobster was en wist ik niet hoe snel ik de heuvels in moest om die buik kwijt te raken. Maar het is fascinerend hoe een paar kilo gewicht je persoonlijkheid veranderen.”

Het cliché wil dat Ieren muzikaal praten: Colin Farrell bevestigt dat. Hij vuurt zinnen af in snelvuurtempo, gaat over in een slepende cadans en eindigt soms in verrukt gekreun. „Dus ik zag True Detectives en ... you know, aah! So gooood! You know! Mmm, mmm, MMMMM, yeah! Man! Amazing.” Soms produceert hij wartaal: „Als tiener wil je de dynamiek van percepties voelen, begrijpen en analyseren, weet je. Zodat je een energetische ervaring kan repliceren van wat je dacht dat er was maar wat je niet begreep. Die dingen.” (Hij praat hier over zijn vroegere drugsmisbruik.)

Te knap, te enthousiast

Farrells cv is nogal onevenwichtig: naast wat succesfilms bezaaid met matige actiefilms en geflopte arthouse – zie recentelijk Total Recall of Miss Julie. Toch blijven de rollen komen: hij lijkt simpelweg te getalenteerd, te knap, te charismatisch. En innemend, en enthousiast: tijdens ons gesprek zit hij als een springveer op het puntje van zijn stoel.

Al heeft hij inmiddels wel een beetje de reputatie van net niet-superster. Geboren in Dublin, voetbalde hij net niet goed genoeg om prof te worden en zong hij net niet goed genoeg voor boyband Boyzone. Dus werd het acteren, wat hem misschien iets te gemakkelijk kwam aanwaaien. Na kleine, Britse rollen kwam hij rond de millenniumwisseling op de radar van Hollywood en bouwde daar een wisselvallig oeuvre op. Suggereerde zijn fraaie solo in de thriller Phone Booth (2002) een leading man, als Griekse veroveraar Alexander de Grote in Oliver Stones geflopte epos Alexander kreeg hij in 2004 de reputatie van net niet-superster. Het meest effectief blijkt Farrell tot dusver in duo- en ensemblefilms, zoals de berouwvolle huurmoordenaar in In Bruges (2008).

„Of Alexander mijn loopbaan beïnvloedde? Serieus?” Colin Farrell laat een holle lach horen. „Een film van 140 miljoen dollar die een kritisch en commercieel rampgebied was? Maar weet je wat het is: het was absoluut waanzinnig om hem te maken. Filmen op drie continenten, die David Lean-achtige ambitie, alle vrienden die ik op de set maakte. De afloop was een diep dal, toch zou ik het zo weer doen.”

Alexander was „de schop onder mijn kont die ik toen verdiende”, vervolgt Farrell. Rond 2004 stond hij al bekend als playboy en feestneus, tabloidbijnaam ‘The Lusty Leprechaun’. Dat had hij verdiend door een sleep affaires met modellen, beroemdheden – Britney Spears – en tegenspeelsters – Angelina Jolie, Demi Moore. Er waren schandaaltjes: een sekstape van een Playboymodel, een stalker. Het eindigde in 2005, na de film Miami Vice, met een opname in de afkickkliniek wegens verslavingen aan drank, pijnstillers en drugs.

Vaderschap

Farrell denkt dat het vaderschap hem veranderde: hij kreeg twee zoons in 2007 en 2010, de oudste gehandicapt. Bij een actrice en een model met wie hij net iets langer dan negen maanden een relatie had, dat wel; tussendoor was er nog een onstuimige affaire met schrijfster Emma Forrest, die daarover een boek schreef dat verfilmd wordt. Maar toch: „Het vaderschap heeft mij genezen van mijn adolescente neigingen”, denkt Farrell. „Die romantiek van leven in het duister, van ‘play hard’.”

Nu is hij al jaren alleen: in The Lobster zou hij allang tot dier omgebouwd en in het bos losgelaten zijn. „Ik ben niet bewust single, het komt gewoon niet meer van een relatie. Ik ben nuchter, kom niet in clubs, ga hooguit met vrienden uit eten. Ik kan me niet inschrijven op een datingsite. Ik werk hard en probeer een goede vader te zijn.”

Farrell ziet in The Lobster geen statement tegen paarvorming. „Na anderhalf jaar weet ik nog steeds niet wat de film betekent, hij is zo open voor interpretatie. Natuurlijk trouwen mensen soms te vroeg.” Farrell stopt en wijst op een minitatoeage om zijn ringvinger: ‘Amelia’. Liet hij in 2000 zetten, na een soort van huwelijk met toenmalig vriendin Amelia Warner op Tahiti. „Die tatoeage betekende toen alles voor me, en nu? Romantiek is makkelijk, een relatie is werk. Heilig werk! Heilig! Als ik mensen zie die het redden: daar is zoveel discipline voor nodig. In de loopgraven van de liefde, man, in de frontlinie...”

Farrells stem verdwijnt in de verte, zijn blik achterna. Dan zucht hij theatraal: „Maar niet voor mij nu.” Omdat liefde ingewikkeld is voor een filmster? „Klagen over beroemdheid is oneerlijk, de zegeningen zijn enorm. Maar je wordt wel wantrouwig door alle ja-knikkers om je heen. Ik heb nog steeds dezelfde vrienden die ik twaalf, vijftien jaar geleden had en verder mijn zussen, broer en moeder. Ik mis de anonimiteit zoals een ander zijn jeugd mist. Soms voel je even nostalgie, maar zonder echt een behoefte om terug te keren.”

En zijn gemiste kansen? „Dat ik niet helemaal bovenop de top van de berg sta? Daar ben je niet zo gelukkig hoor, dat zie ik om me heen.”