Vincent Bijlo kan ouderwets los gaan

In de goeie nieuwe tijd heeft Vincent Bijlo dat hele zien niet meer nodig. Er is zoveel machtige techniek die hem ten dienst staat, zoals de zelfrijdende auto. Die mag hij testen, omdat hij rustiger in de auto zit dan zienden.

Ondanks deze openingsscène is Het nieuwe nu geen programmatische voorstelling over de geneugten van de vooruitgang. Integendeel. Bijlo is een cabaretier die ouderwets los kan gaan op misstanden die hij ontwaart. Daarbij knoopt hij het persoonlijke en politieke losjes en energiek aan elkaar. In de veelheid aan onderwerpen en de opgewonden toon herken je de columnist die Bijlo ook is.

De kuluitspraak dat 50 het nieuwe 30 is, heeft hij helemaal omarmd sinds hij recent zelf zijn vijftigste verjaardag vierde, zegt hij. Maar niemand moet denken dat hij zich laat paaien door die club van Henk Krol, 50-plus. „Dan stem ik nog liever op de xenofobe, corrupte VVD van Halbe Zoolstra.” Eigenlijk stemt hij op alle (splinter)partijen nog liever en hij loopt ze allemaal af, alleen om ze een veeg uit de pan te geven.

Op dezelfde bijtende wijze hekelt Bijlo blijdenkers (mensen die aan elke ramp een positieve draai geven), populair taalgebruik, veelverdienende topmannen en James Last. Zijn grappen zijn knap geconstrueerd, maar het is jammer dat hij wat hij oppakt weer even snel laat vallen. Zoals wanneer hij nog een mooi woord verzint: de woedeverzamelaar, de man bij wie de mensen hun woede brengen omdat ze niet meer weten waar ze heen moeten nu bedrijven en instanties zo groot en anoniem zijn geworden. Die hint naar Wilders smaakt naar meer, maar Bijlo vervolgt met een van zijn liedjes, met onvaste stem gezongen.

Het meeste indruk maken persoonlijk getinte verhalen, over zijn vader, zijn geluidenbibliotheek die hij als kind begon en zijn eveneens blinde broer. Het geluid van ruisende bomen begrijp je pas als je weet en voelt dat er blaadjes aan de takken hangen, leert hij zijn publiek. Zulke poëtische observaties maken van Bijlo een bijzondere stem in het cabaret.